INDEX GUIDE RULES GROUPS MEMBERS

Deel | 
 

 There is no God in heaven

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Charlie Garroway
avatar
Class 3
Aantal berichten : 512

Character Profile
Alias: Guardian
Age: 19
Occupation:
BerichtOnderwerp: There is no God in heaven   ma maa 16, 2015 11:25 am



You can tell 'em that I've been through hell and back
But I'm home



Het was een vreemde dag geweest dit jaar, zijn verjaardag. Hij was 25 geworden, het cijfer dat al zijn hele leven als een dreiging over hem heen had gehangen. Adelyn had het willen vieren, en hij had haar maar laten doen. Zelf had hij het maar niet uit zijn hoofd kunnen krijgen, dat hij dit jaar zou sterven. Dat hij dit jaar niet meer op aarde zou zijn. Het deed pijn om te zien hoe Adelyn zich er niet van bewust leek te zijn. Hij had het gewoon nooit over zijn hart kunnen krijgen om het te zeggen, al zou hij daar waarschijnlijk nog spijt van krijgen. Als het eenmaal zover was.. Dan was ze niet voorbereid.

Charlie had zich wel voorbereid. Hij wist dat hij haar alleen zou moeten laten, maar hij wist ook dat hij dat niet kon. In zijn hoofd had hij er wekenlang over gediscussieerd, gepraat, zelfs gesmeekt of hij zijn plan mocht laten doorgaan. Of het mocht, of hij haar iets kon geven waar ze hoop uit zou kunnen halen. Het had lang geduurd, en het was nog nooit eerder gebeurd.. Maar dat waren ze nu wel al van hem gewend. Het was niet eens normaal dat een Jager die nog op Aarde rondliep al een Guardian werd, maar hij stond er om bekend dat hij dingen nu eenmaal anders deed. Maar uiteindelijk was het geregeld, en had hij zijn zin gekregen.

Maar kon zij zich wel voorbereiden op zoiets? Dat de persoon waar je al 6 jaar mee samen leeft er ineens niet meer is? Niet dat ze een romantische relatie hadden, maar hun band was ook sterk. Hij was haar Guardian, hij beschermde haar tegen alles wat haar mogelijks nog kwaad kon doen op deze wereld. Zoals die ene keer dat ze ontvoerd was, al dacht hij daar liever niet meer aan terug. Voor haar had het er die dag uit gezien alsof hij gewoon Charlie was. Koud en ongeïnteresseerd, al was het lang geleden dat hij zich nog zo had gedragen bij haar.

En hij durfde er geld om te verwedden dat ze het ook wel door had gehad, al had ze hem niks gevraagd. Adelyn kon niet alleen dingen zien, maar ook dingen voelen. Door de tijd dat ze blind was geweest, waren haar andere zintuigen aangescherpt. Ze zàg dingen, meer dan mensen ooit zouden kunnen zien. Die avond was ze in zijn kamer gekomen, had zich zonder iets te zeggen tegen hem aan genesteld en was ze net zo lang wakker gebleven tot ze er zeker van was geweest dat hij rustig genoeg was om ook in slaap te vallen.

Dat was nu alweer een maand geleden, maar hij dacht er nog geregeld aan terug. Zeker als hij op het punt stond om op missie te gaan, zoals vandaag. Een crimineel die eerst niet zo belangrijk had geleken, had een hele familie uitgemoord om een van zijn ondergeschikten te straffen, sinds die ermee had gedreigd naar de flikken te stappen. Hij was losgeslagen en Charlie moest het stoppen. Geen probleem voor hem tho, hij was niet bang voor hen. Zittend op zijn bed inspecteerde hij zijn messen. Eén voor een maakte hij ze vast in zijn riem, die over zijn ontblootte borst liep. Een deur ging open, maar hij keek niet op. Wie kon het anders zijn dan Adelyn?

“Hoe lang blijf je weg?” Vroeg ze zachtjes. Even haalde hij zijn schouders op. Snel checkte hij de tijd, 20u30. “Ik denk dat ik voor 1 uur terug ben”, Zei hij simpel, al klonk zijn stem te mooi om koel over te komen. Dat was hij nu wel gewend als hij bij haar was. Zijn stem kreeg standaard zijn Engelenklank, gewoon omdat hij haar Guardian was. “Maar wat als je er niet bent?” Vroeg ze toen. Opnieuw haalde hij zijn schouders op. “Dan ga je slapen en dan ben ik er morgenochtend”, Zei hij geruststellend, terwijl hij zich even omdraaide en haar zelfzeker aankeek.

Met een knikje liep ze de kamer uit, gaf hem de tijd om zich verder klaar te maken. Toen hij eenmaal in de keuken kwam, volledig in het zwart gekleed en met zijn wapens goed verborgen onder zijn sweater. Zwijgend liep ze op hem af en gaf hem een knuffel. Hij sloeg zijn armen om haar heen en bleef even staan, waarna hij zich weer los maakte. “Go get em”, Zei ze, al wist hij dat ze daarmee ook bedoelde dat hij voorzichtig moest zijn. “I will”, Reageerde hij met een scheef grijnsje, al klopte zijn hart waarschijnlijk twee keer zo hard. Haar alleen laten was altijd al moeilijk geweest, maar wat als.. Wat als hij de volgende ochtend niet terug was?

Niet aan denken. Charlie stapte in zijn auto, een belachelijk dure porsche, maar hij had zoveel geld dat hij niet wist wat hij er anders mee moest. Dit leven, echt. Veel mensen die genoeg tijd hadden maar geen geld om hun dromen te vervullen. Hij die geen tijd meer had, maar teveel geld. Alleen was hij niet zo dom om te dromen. Anyways, hij trapte het gaspedaal naar beneden en reed weg, richting het adres waar de bende zich schuilhield. De bronnen waar hij hun locatie van had gekregen, waren nooit fout, dus hij wist met zekerheid te zeggen dat ze daar zouden zitten.

Of niet? Bij het pakhuis aangekomen had hij even de boel zitten bekijken. Geen beweging, geen lichten, niks. Helemaal niks. Uiteindelijk was hij uitgestapt, omdat hij gewoon zeker wist dat ze hier wel moesten zijn. “Zou het kunnen dat ze hun plannen hebben veranderd?” Vroeg hij in zijn hoofd, terwijl hij een manier zocht om naar binnen te gaan. “Nee, onze informanten zijn nooit fout”, Reageerde Raziël koeltjes. “Voor alles een eerste keer, niet?” Zei hij een beetje spottend, waarna hij zijn voet tegen de muur plaatste en omhoog sprong naar een open raam, wel 2 meter boven de grond. Maar goed dat hij de kracht en lenigheid van de Engelen bezat.

Het was stil, tè stil. Alert en gespannen, maar niet bang, liep hij via de muur naar het het kantoortje, waar de administratie gedaan werd. Hij stond even stil en luisterde, meende toen stemmen te horen uit een kamertje achter de ruimte, waarschijnlijk een kantine ofzo. Toen hij de deur open gooide, was er echter niemand. En toch had hij stemmen gehoord. Hij snapte het niet echt. Er was geen teken van leven en het leek er ook niet op dat hier recent nog iemand was geweest. Charlie onderzocht elk hoekje en elk kantje van de kamer, maar er was nergens meer een doorgang.

Met een korte beweging draaide hij zich naar de deur en liep terug het kantoor in. En toen voelde hij ineens een zwaar gewicht op zijn lichaam neerkomen. Paniek schoot door hem heen, maar binnen de seconde was hij terug gekalmeerd en dacht hij weer helder na. Iemand had een soort net op hem gegooid, en was daarna op zijn rug gesprongen. Charlie trok een dolk, met wat moeite aangezien het net hem nu al belemmerde, en stak hem achterwaarts in het been van zijn aanvaller. Die schreeuwde en liet hem los, strompelde van hem weg. Maar hij was niet alleen, een andere man gooide opnieuw een net op hem, waardoor het gewicht nu dubbel zo zwaar was en hij nog meer verstrikt raakte. Met een haal van zijn mes kreeg hij zijn arm vrij, maar ondertussen haalde iemand naar hem uit met een knuppel, waardoor hij zich liet vallen.

Gelukkig kon hij er bij. Zijn Engelenzwaard, Cassiel, hing vlak bij zijn hand. Hij nam het handvat vast en fluisterde zijn naam, waardoor het vlammende lemmet er uit schoot. Het net begon te branden, maar het Hemelse Vuur kon hem niet deren. De kerel die zo dom was om het net aan te raken, wel. Die begon te branden, en dat zou hij voor eeuwig blijven doen, tenzij Charlie hem zou doden. Dat was hij nu nog niet van plan tho. Het net viel langs hem op de grond, en hij stond op, het zwaard dreigend voor zich uit. “Wat, bang van een beetje vuur?” Vroeg hij spottend aan drie gangsters, maar die reageerden niet. Zijn aandacht werd getrokken door een kleiner figuur achter de drie wandelende kleerkasten.

“Misschien wel, maar dat zou jij beter ook zijn”, Zei hij met een geamuseerd toontje in zijn stem. “Ik ben voor niets of niemand bang”, Reageerde hij kil, met een snijdende toon. Hij had wel al door dat dit de leider van de bende was, maar hij had er wel iets meer van verwacht. De gangsters stapten opzij en hij kwam oog in oog te staan met het kereltje. Die glimlachte alleen maar geheimzinnig. Ineens voelde hij een felle hoofdpijn opkomen, en met een verwarde blik greep hij naar zijn hoofd. Mutant? What the fùck man.

Toen hij er van bekomen was, schoot zijn hand razendsnel onder zijn sweater, nam hij het eerste werpmes en in een felle, korte beweging gooide hij het krachtig naar zijn aanvaller. Het mes drong diep in zijn schouder en hij viel bijna achterover, maar hij liet zijn eigen aanval niet afzwakken. Ondertussen kwam een van zijn helptertjes met een bijl op hem af. Nauwelijks had hij de tijd om hem af te blokken, maar hij was beter dan hem. Veel beter. Met een haal van Cassiel sneed hij de kop van de steel af, zodat de man alleen nog maar een waardeloos stuk hout vast had.

Iemand anders had zijn leider ondertussen overeind geholpen, en met een woedende blik vol haat en pijn keek hij hem aan. Charlie grijnsde even breed, uitdagend. “Wie ben je?” Vroeg hij eisend, maar hij grinnikte alleen maar. “I am your judge and executor”, Fluisterde hij, waarna hij een tweede mes op de man af gooide. In de afleiding trok hij zijn sweater over zijn hoofd, onthulde daarbij de gordel met de messen. Met de ervaring van jaren en jaren trainen, trok hij een nieuw mes en gooide het recht in de borst van een van de drie gangsters, hun aantal was nu teruggebracht naar twee.

En toen gebeurde het. Een steek in zijn hart, en een verlammend gevoel in zijn spieren. Ze bewogen trager, veel trager. What the fùck. De man was een mutant, dat was hij nu wel zeker. Van de twee andere mannen kon het niet komen, die waren hier voor spierkracht. En die gebruikten ze nu. Charlie werd omver gebeukt, kreeg de tijd niet om zichzelf op te vangen. Zijn spieren werkten niet meer mee, Cassiel glipte uit zijn handen. Hij kreeg een paar harde klappen in zijn gezicht, bloed stroomde uit zijn mond en uit zijn kaak, waar een schram zat veroorzaakt door een boksbeugel.

Ze trokken hem terug overeind, al kon hij zelf niet meer op zijn benen staan. Met een argeloze beweging gooiden ze hem neer op een tafel, waar hij merkte hoe de hoofdpijn terug begon te komen. Dit was foute boel. De leider van de bende kwam naast hem staan en trok een mes uit zijn riem. “Mooie dingetjes”, Zei hij spottend. Charlie keek hem met een moordende blik aan. “Je moet niet zo kijken, jij bent degene die hier binnen drong, ongevraagd”, Zei hij sussend, alsof hij een leerling een opmerking gaf. “Waarom”, Vroeg hij toen bevelend. “Ik kom je vermoorden”, Zei hij koeltjes, waarna hij ineenkromp toen de hoofdpijn als een steek door hem heen ging.

“Dat was niet zo slim”, Zei de man rustig. “I don’t care”, Beet hij hem toe. En toen, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, stak de man zijn werpmes dwars door hem heen, op dezelfde plek waar hij hem eerder geraakt had. Charlie deed zijn best om geen geluid te maken, maar hij hapte wel naar adem. “Lafaard”, Gromde hij woedend, probeerde zich te bewegen, maar zonder resultaat. “Ja, dat is waar.. Simon, Luke?” Zei hij toen, waarna hij zich omdraaide en de twee overgebleven kerels op hem af kwamen.

Het duurde even maar ze hadden zijn gordel los gekregen, en met een van zijn messen hadden ze zijn tshirt losgesneden. Elk om beurt maakten ze diepe wonden over zijn borst, over zijn buik, in zijn zij, op zijn armen. Geen stukje bleef over, goudkleurig bloed liep over de tafel en vormde plasjes op de grond. Het duurde even maar uiteindelijk kon hij de pijn niet meer houden. Hij schold hen uit, kreunde van de pijn, grauwde en gromde als een dier in nood. Ondertussen smeekte hij in zijn hoofd of er een oplossing was, of ze hem konden bevrijden van de onzichtbare boeien die hem tegen de tafel hielden.

Maar niemand antwoordde. Er was alleen maar leegte. Voor het eerst in 25 jaar was er leegte, net op het moment dat hij hen het meest nodig had. En toen snapte hij het. Dit was de dag.. Met een woedende blik keek hij naar links, waar de leider stond. En tot zijn verbazing had die Cassiel in zijn handen, al was het lemmet opnieuw ingetrokken in het handvat. Hij had duidelijk niet door hoe het werkte, want hij zat te kijken wat het precies was. En daarbij.. Hield hij het handvat zo dat hij recht naar het lemmet keek, dat nu nog ingeplooid zat. “CASSIEL”, Schreeuwde hij zo luid als hij kon, een stem gevuld met pijn en verdriet, maar ook diepe haat. Het vlammend rode lemmet schoot naar buiten en doorboorde het hoofd van de kerel. Die viel zonder nog iets te zeggen achterover.

De twee gangsters keken hem geschokt aan. “Jullie zijn de volgende”, Fluisterde hij dreigend. “Ik ben nu al aan het genezen. Je kan me niks doen, ik ben onverwoestbaar”, Zei hij zelfzeker en spottend, al was dat allemaal bluf. Hij wist dat het te laat was, maar hij wou het nog rekken. De mannen lieten de messen in paniek vallen en renden weg, zonder nog om te kijken. Charlie liet even zijn hoofd op de tafel rusten, ademde oppervlakkig in en uit. Te diep inademen deed pijn, zoveel pijn. Hoe langer de leider dood was, hoe meer controle hij terug kreeg.

En toen stond hij op. Moeizaam, maar het lukte. Het bloed kleefde aan zijn rug, stroomde nog steeds uit de wonden op zijn bovenlichaam. Hij werkte zich naar de deur toe, vechtend tegen de golven zwart liep hij naar zijn auto. Hoe hij het geflikt had, hij wist het niet. Dat hij geen ongelukken veroorzaakt had, dankte hij aan het gebrek aan verkeer op dit uur. Het was net 12u geweest, de rit had hem een uur gekost. Maar hij was er, thuis. Hij zette de auto af, met trillende handen.

Met trage, voorzichtige bewegingen had hij de deur geopend en was hij naar binnen gegaan, waar hij zich in de lift had gesleept. Die fucking muziek weer. Eenmaal boven liep hij naar binnen, steun zoekend tegen de muur. Een spoor van bloed liet hij achter, op de grond en in een lange veeg op de muur. “Charlie?” Hoorde hij uit de woonkamer, maar hij had de kracht niet meer om iets te zeggen. Hij zakte tegen de muur tegen elkaar. Zijn laatste plicht.. Zijn laatste opdracht was vervuld. Een vermoeidheid vulde zijn lichaam, en hij merkte hoe hij aan het rillen was. Van de koude, van de shock, van de pijn.

Adelyn kwam de keuken in gelopen, zag hem zitten en hapte naar adem. Ze sloeg haar handen voor haar gezicht en onderdrukte een gil. Ze liep op hem af en tilde zijn hoofd op. Met doffe ogen keek hij haar aan, kreunde van de pijn toen de stof van haar tshirt in zijn wonden kwam. “Wàt is er met jou gebeurd?” Vroeg ze met een onvaste stem. “Ze waren denk ik niet zo blij dat ik hun leider kwam vermoorden.. Maar het is me wel mooi gelukt”, Zei hij luchtig, probeerde te doen alsof het wel goed zou komen. Adelyn schudde haar hoofd, tranen liepen over haar wangen.

“Niet huilen, Adelyn”, Zei hij zachtjes, waarna hij opnieuw tegen een golf van bewusteloosheid en martelende pijn moest vechten. “Het komt wel goed, toch? Je bloed heelt deze wonden wel en dan ben je weer zo goed als nieuw, toch?” Vroeg ze smekend, maar hij schudde zijn hoofd. “Ik denk niet dat dat nog kan, het spijt me”, Zei hij, zijn eigen stem nu onvast door de emoties. Waarom moest hij haar nu alleen laten.. Een zachte snik kwam uit haar mond, en hij merkte hoe hij zelf in stilte zat te huilen. Voor het eerst in al die jaren.. Voor het eerst sinds Lorise hem onbewust helemaal kapot had gemaakt.

“Kun je niet bij me blijven? Alsjeblieft? Voor mij?” Vroeg ze opnieuw, maar hij schudde nog een keer zijn hoofd. “Ik wou dat ik kon”, Zei hij met een dieptrieste toon in zijn stem. “Maar ik blijf altijd bij jou Adelyn. Ook al kan je me niet zien, ik zal er voor je zijn. Ik zal nog met je kunnen praten, als je dat zou willen”, Zei hij. Dat was nu eenmaal verbonden aan Guardian zijn. “Natuurlijk wil ik dat”, Snikte ze. Voorzichtig nam hij haar hand vast, ze negeerden allebei het bloed dat nu ook op haar kleren en handen zat. Hij liet zichzelf op de grond glijden, had de kracht niet meer om overeind te blijven zitten. Adelyn probeerde hem nog tegen te houden, maar het had geen zin meer. Het was te laat.

“I’m so sorry”, Zei hij, terwijl hij zijn hoofd op de grond neerlegde en de tranen probeerde te stoppen. Hij lag er maar bij als een zielig hoopje, probeerde niet te denken aan de pijn en ergens nog te genieten van hun laatste momenten. Daarom trok hij haar naar zich toe, voorzichtig, en kroop hij als een klein kind in haar armen. Zijn hoofd liet hij op haar schoot rusten, zijn ene arm sloeg hij licht om haar middel. Hij was blij dat hij nog tot hier had kunnen komen, al had het hem misschien meer kwaad gedaan dan goed.

Met langzame bewegingen gleden haar handen door zijn haren. Hij kreunde toen er weer een golf van pijn op hem neer sloeg. Zijn hartslag vertraagde, hij voelde zijn hart in zijn borst bonken alsof het zoveel moeite had om zijn resterende bloed rond te krijgen in zijn aderen. Nu was het alleen nog maar afwachten. En toen kwam het figuurlijke licht aan het einde van de tunnel. Een verbeelding van mensen die stierven, al wist hij wel beter. Maar.. Was het niet de bedoeling dat zoiets klein was en alleen voor hem zichtbaar? Want zijn blik zat nog altijd op Adelyn gevestigd, en haar gezicht werd verlicht. Niet-begrijpend keek hij naar links, waar het licht feller brandde.

En toen zag hij vaag beweging. Uit het niets, of eigenlijk uit het licht, kwamen een reeks figuren gewandeld. Het waren er een stuk of 5, en ze kwamen statig en elegant de ruimte binnen. Die werd nu nog helderder verlicht, door het licht van achter hen. Charlie begreep het niet, wat gebeurde er? Hij wou terugkijken naar Adelyn, maar net dan sprak de voorste figuur. “Charlie”, Zei hij zachtjes, zijn stem goud van klank en voor hem overbekend. De figuur werd wat meer zichtbaar, leek een vastere vorm aan te nemen, net zoals de figuren achter hem. Zag zij dit ook of was hij aan het hallucineren? Maar toen hij kort een blik op haar wierp, zag hij aan haar gezicht dat ze het ook zag. Bemoedigend kneep hij in haar hand. Hij wist precies wie dit waren..

De Aartsengel zocht zijn blik, zijn ogen hadden de kleur van puur goud. De Engelen achter hem hadden exact dezelfde kleur ogen, al waren die van sommige helderder dan van anderen. Ze hadden allemaal halflang haar, dat bij sommige bij elkaar werd gehouden door een gouden band. Meteen kon hij Ezechiël er uit pikken, hij zag er oud uit, maar had nog altijd een prachtig gezicht. Precies het gezicht dat bij een Engel paste, verfijnde maar sterke lijnen. Ze droegen niet meer dan een helderwitte doek om hun middel, vastgebonden met goudkleurig touw. De meesten droegen een Engelenzwaard of Engelendolken. “Raziël”, Zei Charlie zwakjes, maar ook opgelucht. Ze hadden hem niet in de steek gelaten.

Een Engel kwam op hem af, keek even met een blik vol medelijden naar hem en knielde toen naast hen neer. Hij legde zijn handen op zijn borst, waar ze een gouden gloed begonnen uit te stralen. Het voelde aangenaam, verlichtend. Hij sloot zijn ogen even, maar deed ze toen meteen weer open. Hij wist nog steeds niet zeker wat er gebeurde, en ergens was hij nog steeds bang. Daarom keek hij Adelyn aan, met een blik vol opluchting, sinds de pijn als bij wonder uit zijn lichaam verdween. “Dank je”, Zei hij dankbaar tegen de Engel. Die stond weer op en liep terug naar de andere Engelen, die ondertussen in een halve kring om hem heen stonden. De wonden op zijn borst waren weg, evenals die op zijn zij en zijn handen en armen. Hij was weer zoals hij was voor hij hierheen was gekomen.

“Vanaf we wisten wat er gebeurde, hebben we de Raad bij elkaar geroepen. Het spijt ons dat je zo pijnlijk moest gaan, dat wilde niemand van ons”, Vertelde Raziël. De Aartsengel richtte zijn blik op Adelyn. “Bedankt voor het in leven houden van onze Jager tot we konden komen”, Zei hij, vriendelijker dan hij tegen eender wie zou doen. Daarna stapte hij langzaam op hen af, stak zijn hand naar hem uit. Charlie legde automatisch zijn hand in die van de Aartsengel. Hij trok hem moeiteloos overeind. De Engelen kwamen dichterbij, sloten de kring rond hen. “Vanaf vandaag zullen we je Samuel noemen. Je bent altijd een van ons geweest, en nu ga je mee naar huis”, Zei Raziël. Daarna liet hij zijn hand los. “Maar eerst moet je het overgangsritueel volbrengen”, Vervolgde hij toen.

“Samuel”, Begon Raziël. “De Raad heeft besloten dat je de nieuwe leider van de Seraphim word. Je was onze beste Jager, en we hebben je kracht en doorzettingsvermogen, maar vooral je leiderschap nodig tegen de strijd tegen het onrecht. Als je deze opdracht niet aanvaard, zul je eeuwige rust krijgen. Als je hem wel aanvaard, voeg je je bij ons en word je een volwaardig lid van onze Orde”, Vervolgde hij. “Wat is je beslissing?” Vroeg hij toen plechtig, en Charlie knikte. “Natuurlijk doe ik het”, Zei hij. Een Engel had op de een of andere manier zijn zwaard in zijn handen. “Ik heb je goed gediend, maar nu is het jouw beurt”, Zei de Engel, waardoor hij door kreeg dat dit Cassiel was. Hij duwde het handvat in zijn handen, en de kleur van het lemmet veranderde even. Hij voelde hoe een stukje van zijn eigen ziel er in gleed en toen weer door brandde.

“Dan rest er ons nog maar een ding”, Zei Raziël, waarna hij op hem af stapte en zijn hand over zijn ogen legde. Opnieuw vertraagde zijn hartslag. In zijn hoofd was er ineens zoveel helderheid, alsof hij al die tijd geleefd had met een zwart en dof laagje over de wereld. Raziël haalde zijn hand weg, en hoewel hij het niet zelf kon zien, hadden zijn ogen nu dezelfde felle gouden kleur als de rest van de Engelen. Zijn hart klopte niet meer, maar hij stond hier nog.. Hij was onsterfelijk gemaakt.

“Onze deal?” Vroeg hij toen, merkte hoe zijn stem opnieuw die Engelenklank had, maar veel sterker nu. Raziël knikte en keek even naar Adelyn. Charlie stak zijn hand naar haar uit en tilde haar op. Met een geruststellende blik keek hij haar aan, trok haar even in een omhelzing dichterbij. “Ik heb nog iets voor je”, Zei hij zachtjes. “Het laatste wat ik voor je kan doen”, Vervolgde hij, waarna hij haar bij haar schouders nam en haar naar de Hemelpoort draaide.

En daar was ze. Clarence, het meisje waar Adelyn zoveel liefde voor had gevoeld ondanks alles wat de wereld haar had aangedaan. “Momenteel zit ze nog in een soort slaaptoestand, maar als wij weg zijn”, Hij slikte even. “Dan zal het zijn alsof ze al die jaren gewoon bij je was. Ik heb haar gedeelten van mijn herinneringen gegeven, dat je naar Genosha ging alsof je gewoon naar school ging, hoe je aan je zicht kwam, alles. Ze komt straks terug van haar werk, en jij wacht haar gewoon op. Van daar kunnen jullie verdergaan waar het is gestopt”, Zei hij zachtjes.

Adelyn keek hem met een ongelovige blik aan, en speels gaf hij haar een duwtje. “Ey, ik kreeg een job en die voer ik goed uit hoor”, Zei hij plagend, en ondanks alles moest ze even lachen. “Ik hou van je okay”, Zei hij toen, waarna hij haar opnieuw een knuffel gaf. “Ik ook van jou, Charlie”, Zei ze zachtjes. En toen was het tijd. “Kom”, Zei Raziël tegen het hele gevolg. Ze begonnen terug richting het licht te lopen. Charlie keek toe hoe ze een voor een vervaagden en door de Hemelpoort verdwenen.

“I’m going home”, Zei hij met een zucht. Hij had echter voor het eerst in zijn leven een gevoel dat hij nooit eerder had gevoeld, omdat het overschaduwd werd door de angst van deze dag. Hij liet haar los en sloot zich aan in de rij. Hij draaide zich naar haar om tot ze vervaagde. Het deed nog steeds pijn maar de pijn werd verzacht door de belofte dat ze nu iemand had die haar kon geven wat ze zo had gemist en wat ze zo hard verdiende. En zo kwam alles toch nog een beetje goed, ondanks de tragedie die zijn leven en het hare was geweest.

Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Adelyn Tremblay
avatar
Class 1
Aantal berichten : 50

Character Profile
Alias: Winky
Age: 16
Occupation:
BerichtOnderwerp: Re: There is no God in heaven   ma maa 16, 2015 8:41 pm

YOU DON'T HAVE TO BE AFRAID, I AM WITH YOU


''Ontbijt op bed voor de allerliefste Engel op Aarde!'' Kondigde ze aan nadat ze de deur naar Charlie's kamer onhandig met haar elleboog had geopend. Hierdoor had ze bijna de thee uit het kopje laten schommelen maar ze wist het nog op tijd te redden door de plaat zo evenwichtig mogelijk te houden.
''Goodmorning, Charlie.'' Glimlachte ze zoet en zette de plaat met zijn gemaakte ontbijt op het aan de andere kant van hem, de plek waar zij wel eens lag als ze zich mentaal niet goed voelde. Of als ze door had dat Charlie zijn dag niet had, het was niet moeilijk voor haar om dat te raden. Voorzichtig zette ze zichzelf ook op het bed, haar lichte gewicht bracht nauwelijks verplaatsing van de plaat die ze neergezet had.
''Ik heb je lievelingsthee gemaakt, en eieren met spek, kijk de bacon lacht zelfs want.. want het is je verjaardag! Happy birthday!'' Juichte ze vrolijk, al was het op redelijke volume in plaats ervan Charlie z'n oren van z'n hoofd af te schreeuwen want ze wist dat dat niet nodig was en bovendien was ze zelf ook geen schreeuwer. Ze kwam dichterbij, drukte een kusje op zijn wang en keek hem met een trotse blik aan. De gouden rand in zijn ogen maakte haar kalm, op zo'n blije dag. Het was zijn verjaardag.
''Geniet ervan, het is je verjaardag! Oh god, er is nog zoveel voor te bereiden..'' zei ze haastig nadat ze uit Charlie's blik ontsnapt was en van het bed af kwam om vervolgens al huppelend zijn kamer te verlaten.

Een cupcake met een kaarsje erin dat was zijn zoetigheid geweest, ze wist dat hij niet van grote feesten hield en had ze dit jaar zijn wens eens overwogen. Zijn traktatie was dan geen taart geweest, maar dat betekende niet dat ze zich niet uitgeleefd had. Een hoop chocolade glazuur besprenkelt met disco bolletjes en daar bovenop nog eens een slagroomtoef van vanille. Ze wachtte met volle smart tot Charlie het zou uitblazen, lag languit op de bank naar de jongen te staren met haar kin rustende op haar handen die over de leuning heen hingen.
''Wat is je wens?'' Vroeg Adelyn, waarbij ze in haar onderlip beet en hoopte dat hij het na al die jaren eens zou vertellen.
'Dat kan ik je niet vertellen, Adelyn, dat weet je.' Ze accepteerde dat natuurlijk, zelf zou ze dat ook niet doen want dan zou de wens niet meer uitkomen. Maar dit keer leek er iets off te zijn. Waarschijnlijk was het niets, ze schudde de gedachte gauw uit haar hoofd waarna ze zich van de bank af rolde en het cadeautje tevoorschijn haalde.
''Ik weet dat het cliché is enzo maar ik dacht.. nou ja.. ik dacht, een half hartje voor jou..'' vertelde ze wat zenuwachtig en stil wanneer Charlie zijn kleine cadeautje had opengemaakt en ze bij hem was blijven staan om zijn reactie te zien. Ze voelde in de zak van de rok die ze aan had en haalde daar haar eigen helft uit, ''en een half hartje voor mij.'' Adelyn hield haar half hartje tegen die van Charlie aan om te laten zien dat het bij elkaar paste, dat ze perfect in elkaar gleden. Een sierlijke A stond op zijne, en een C op de hare. Beide gegoten in hetzelfde goud dat ze elke dag in Charlie's ogen vond.

De dag was snel gegaan, dat moest ze toegeven en ze had zich naarmate de dag gevorderd had steeds wat minder blij gevoeld. Ook al hield ze dat voor Charlie verborgen. Het was zijn verjaardag, daarom moest ze blij zijn. Ze moest blij zijn voor hem. Hem laten zien dat ze zich geen zorgen hoefde te maken over zijn werk. Het akelige werk dat hij elke dag moest afleveren. Ze maakte zich geen zorgen over de mensen die hij tegenkwam, want ze wist dat het slechte mensen waren. Net zoals de mensen die haar familie en haar liefde zonder genade afgeknald hadden, zes jaar geleden. Ze was altijd bang dat er een avond zou vallen dat Charlie niet meer thuis zou komen, ondanks dat hij het elke avond weer beloofde. Ze was bang dat er iets mis zou gaan en hij niet meer thuis kon komen. En dat gevoel had ze vandaag sterker dan ooit. Het was alsof ze het in de grond kon voelen, alsof moeder natuur haar dat vertelde. Dat er vandaag een verandering zou zijn waar ze haar twijfels over had. Toch liet ze die twijfels die in haar rond gingen niet doorschijnen, zeker niet waar Charlie bij was.
En dit was het moment dat ze naar zijn kamer liep, een brok in haar keel die ze net op tijd voordat ze voor de deur stond wist weg te slikken. Zonder wat te zeggen opende ze zijn deur. Ze zag dat Charlie met zijn rug naar haar toe gericht stond, hij stond zijn messen te inspecteren. De messen die ze herkende als geen ander. Ze had ze nooit aangeraakt, alleen bewonderd. Ze kon zelfs zweren dat ze zijn messen vaker gezien had, omdat hij er zo vaak mee rondliep, dan het vleesmes in de keuken. Al had ze haar twijfels over de pizzasnijder, die kon ze net zo vaak gezien hebben als Charlie's messen collectie. Hoeveel pizza's ze wel niet gegeten hadden in de afgelopen jaren, het was ontelbaar. En voor even voelde ze door die herinnering haar hart samenknijpen, het bracht een teder glimlachje op haar lippen voordat ze haar blik terug naar Charlie richtte en besloot de stilte te verbreken.
''Hoe lang blijf je weg?'' Het was zacht, maar niet breekbaar. Die methode had ze wel geleerd, al was het van de meester die tegenover haar stond zelf. Haar grote broer. Ze zag hem zijn schouders optillen en terug laten zakken. Maar hij gaf wel antwoord nadat ze hem naar de wekker had zien kijken. Die subtiele draai van zijn hoofd had ze opgemerkt. Adelyn had een oog voor detail. Nadat Charlie haar haar zicht terug had gegeven was ze meer op haar hoede dan ooit. Al haar zintuigen leken verscherpt te zijn geworden. Ze kon alles zien wat er om haar heen gebeurde, al was het de wekker die van cijfer veranderde vanuit haar ooghoeken. De vaatwasser die ze zachtjes hoorde rammelen vanuit de keuken.
''Maar wat als je er niet bent?'' En daar volgde de trilling in de grond, enkel doordat Charlie opnieuw zijn schouders opgehaald had. Het was haar mutatie die haar deed voelen. Net zoals dat hij zich omdraaide en ze haar kin optilde wanneer ze door had dat hij haar aankeek. Het was een zelfverzekerde blik die haar vertelde dat hij haar echt niet zomaar zou verlaten. Ze antwoordde echter alleen niet meer dan met een glimlachje en een knik voordat ze zijn kamer uit liep en terug ging naar de woonkamer. Hij had tijd nodig om zich voor te bereiden en dat respecteerde ze dan ook.

Voordat ze de kans had gehad om op de bank te crashen en een boek te pakken of een magazine om daarmee haar gedachten aan de kant te schuiven had de vaatwasser haar al opgeroepen met een paar piepjes. Hij was klaar met spoelen en drogen.
Adelyn was bezig was bezig met de ondersteboven geplaatste kopjes hun onderkanten schoon te cirkelen met de theedoek, zodat er geen druppels van warm water op de grond terecht zouden komen, dat zou alleen maar extra werk op leveren. Voordat ze het eerste kopje kon pakken trof ze de aanwezigheid van Charlie aan zonder dat ze zich maar omgedraaid had. Wat ze natuurlijk wel onmiddellijk deed met, zoals gewoonlijk, een glimlach op haar lippen spelende. Ze wou iets zeggen maar ze kon het niet. Net zoals dat ze vaker haar kracht tot praten verloor zodra hij er vandoor zou gaan. Ze liet haar ogen over zijn kleding gaan. Niet alsof ze hem uit checkte, maar meer om er zeker van te zijn dat hij alles wel bij zich had. Als een zuster instinct. Zoveel jaren waren al voorbij gegaan en toch kon ze het niet helpen om altijd even die extra zorg te geven. Ze legde de theedoek maar al te gauw terug op het aanrecht en liep op hem af, haar glimlach wat verdwijnend. Haar armen sloeg ze om hem heen, net zoals dat hij dat bij haar ook deed. Ze verplaatste haar kin wat meer naar zijn nek toe zodat ze met haar wang op zijn schouder lag en zo bleven ze even staan. Ze lieten elkaar weer los. Of eigenlijk gezegd; hij maakte zich meer van haar los dan dat zij in eerste instantie had gewild maar ze had snel toegegeven natuurlijk. ''Go get em,'' sprak ze hem toe, zacht, maar met een toon die vertelde dat hij als belangrijkste voorzichtig moest zijn. En hij vertelde haar dat hij dat zou doen. De grijns die op zijn lippen stond was onmisbaar, net zoals de Engelen klank waarmee hij haar gerust had willen stellen en het randje in zijn ogen. Ze slikte kort en streek een plukje achter haar oor, gaf nog een knik alsof ze daarmee haarzelf wou verzekeren dat het niets voor zou stellen. Hij zou binnen een mum van tijd weer thuis zijn, ze zou niet eens hebben gemerkt dat hij weg was geweest. Ja. Zo ging het worden de komende paar uren.

Ter afleiding had ze zich in de balletruimte gestort, had zich omgekleed in haar trainingspakje nadat ze de vaatwasser volledig had leeg geruimd en de weinige vuile vaat die ze hadden er terug in had gezet, en was bezig met de warming up. Ze dacht niet aan de gruwelijke daden die Charlie moest verrichten, ondanks dat iedere keer dat ze een achterwaartse flip maakte er een flits van een pijnlijke herinnering door haar heen ging, een fantasie die haar eigen hersenen creëerden van hoe de slachtpartij van de circus eruit moest zien. Het was elke keer maar één seconde, maar ze verloor er haar adem door. Niet de oefeningen die ze deed want ondanks alle pizza's had ze er de conditie sterk voor opgebouwd, dat had ze al onder controle voordat ze op Genosha gekomen was.
Ze zag Marilyn voor zich, de shock die op haar gezicht had gestaan wanneer ze haar hotel kamer binnen gekomen was en Adelyn haar verteld had over wat haar vader gedaan had, net wanneer ze zich buiten adem aan de ringen geslingerd had en een salto in de lucht maakte maar door die ene flits haar concentratie compleet verloor en ze met haar rug op de grond terecht kwam. Ze voelde een steek in haar ruggengraat en een steek in haar borst erna. Adelyn zocht naar adem met haar hand op haar buik en de ander op de grond terwijl ze met betraande ogen naar het plafond keek. Waar was het mis gegaan?

Na een warm bad met rozen blaadjes die uit een bad bom waren gekomen en rustgevende muziek was ze uiteindelijk op de bank gestort, haar lichaam nog warm van het water en de kalmte die het gegeven had. De pijn die ze eerder gevoeld had in haar rug was nu bijna helemaal verdwenen. Het kussen dat ze in haar rug had gelegd zorgde ervoor dat ze daar nu even niets van voelde. Net zoals de Cirque du Soleil show waar ze naar keek. Het had haar helemaal in de ban, terwijl ze met het halve hartje speelde tussen haar vingers, wetende dat Charlie in orde zou zijn op zijn missie.

Na een twee en een halfuur was de show ten einde gekomen en scrollde ze met haar ogen door de credits, al nam ze geen enkele naam in zich op. De muziek werd zachter en zachter en ze keerde haar ogen af naar het hartje dat ze in haar vingers hield, voorzichtig strelend. Totdat ze zich bedacht dat ze beter maar kon gaan slapen, ze was al moe, ondanks dat het niet 1 uur was. Hierdoor zou ze sneller Charlie weer zien, als ze gewoon ging slapen en naar bed zou gaan. De volgende ochtend zou Charlie er gewoon weer zijn, dat wist ze zeker. En ze liet het hartje met die gedachte in de zak van haar short glijden. Ze rekte zich uit met een zacht gekreun. Eigenlijk kon ze hier ook wel gaan slapen, dan zou ze sneller Charlie opmerken als hij terug zou kome- de lift. Ze had de lift open horen gaan en de trillingen op de grond die ze zachtjes maar wel opmerkelijk door de bank voelde gaan.
''Charlie?'' Vroeg ze zich af, haar ogen meteen open, alsof de moeheid onmiddellijk uit haar geslagen was. Ze hoorde geluid vanuit de keuken. Het kon niet anders, dat was Charlie. Er was namelijk niemand anders die het gebouw binnen kon komen, dat soort extreme goede beveiliging had haar grote broer wel. Hij zou ervoor zorgen dat niets haar zou overkomen, niemand zou zomaar binnen kunnen lopen zonder door onzichtbare lasers te gaan op de benedenverdieping die de DNA van hen beide bezat. De technologie was echt ongelofelijk.

Het blonde meisje kwam meteen naar de keuken gehaast, bijna blij dat Charlie terug was gekeerd. Maar die emotie hield ze niet lang vol, wanneer ze het bloed opmerkte en de jongen zittend op de grond. Ze snakte naar adem, maar voordat ze zichzelf de kans gaf om te gillen sloeg ze haar handen voor haar mond met wijd open gesperde ogen die zich vulden met tranen. Ze herleefde haar herinneringen weer, aan Marilyn, aan Clarence. Haar grote liefde die ze had moeten laten gaan. Dit kon niet waar zijn. Het was niet echt. Charlie lag daar niet te rillen van de kou en de shock. Het goudrode bloed verliet zijn lichaam niet, het was allemaal een illusie. En toch kwam ze naar hem toegelopen, realiserende dat het echt was. Dat hij hulp nodig had. Ze kwam op de grond zitten, drukte hem dicht tegen haar aan. Maar ze liet hem meteen wat meer los wanneer ze door had hoe hard ze hem wel niet vast hield. Het bloed trok hierdoor haar eigen kleren in, maar dat was wel het minste waar ze zich wat om kon schelen.
''Wàt is er met jou gebeurd?'' Haar stem was niet te herkennen als normaal. Ze slikte wanneer Charlie haar vertelde dat ze niet zo blij waren met zijn komst maar hij wel mooi hun leider vermoord had. Ze schudde haar hoofd, tranen liepen uit haar ogen vandaan. Ze had hem gevraagd wat er was gebeurd maar er kwam weinig van door. In plaats daarvan kon ze alleen maar die pijn opnieuw voelen, de pijn die ze geloofd had nooit meer te voelen. Die Charlie haar beloofd had dat niemand haar die aan zou doen. En nu was het.. nu was het Charlie zelf.
''Het komt wel goed, toch? Je bloed heelt deze wonden wel en dan ben je weer zo goed als nieuw, toch?'' Smeekte ze wanneer Charlie zei dat ze niet moest huilen. De paniek was in haar stem te horen, in haar ogen te zien. Het maakte niet uit hoe kalm Charlie hierover mocht blijven, hoe zijn kalmte nog altijd intact was, ze kon het niet aan. Ze kon het niet aan om hem zo te zien. Wetende diep van binnen dat hij niet meer te redden was. Een snik ontsnapte uit haar mond vandaan, in een moment van zwakte. Zwakte wanneer Charlie zei dat het niet goed ging komen. Dat hij zichzelf niet kon helen, dat het niet mogelijk was om hemzelf te fiksen.
''Kun je niet bij me blijven? Alsjeblieft? Voor mij?'' Ze smeekte het, ze wou echt dat hij hier bleef. Ze kon het niet aan in haar eentje. Dat redde ze niet. Adelyn wist dat ze dat haarzelf nooit zou vergeven, dat ze niet alleen haar familie.. Clarence maar ook Charlie verloren had. Het was allemaal haar schuld. Ze had Charlie nooit vandaag de deur uit moeten laten gaan. Want ze had zijn hart twee keer sneller horen kloppen. Alleen had ze niet ingezien waarom. En nu was het te laat. Ze haatte zichzelf. Niet alleen zij maar Charlie zat ook te huilen, wat betekende dat ze hem moest laten gaan.. ze zou hem niet terug krijgen. Dat was niet mogelijk.
'Maar ik blijf altijd bij jou Adelyn. Ook al kan je me niet zien, ik zal er voor je zijn. Ik zal nog met je kunnen praten, als je dat zou willen.' Ze zou hem nog altijd kunnen horen.. dat was wel mogelijk. Maar niet zien. En dat zorgde voor een nieuwe steek bij haar van binnen.
''Natuurlijk wil ik dat,'' snikte ze en knikte ze tussen haar tranen door. Ze merkte dat hij zijn kracht verloor en ze probeerde hem nog tegen te houden tegen het vallen op de grond, maar ze was te laat. In plaats daarvan liet ze hem rusten op haar schoot, ze voelde dat hij moeite deed om haar dicht tegen hem aan te trekken en ze verplaatste zich dichter naar hem toe tot dat er werkelijk geen afstand meer was. Ze wou hem vragen in hoeveel pijn hij was.. wat er nu ging gebeuren.. hoe ze dit moest doen zonder hem, maar ze kon het niet over haar hart verkrijgen, over haar lippen, om hem dat aan te doen. Ze wou hem smeken haar niet te verlaten.
Maar in plaats daarvan stelde ze hem gerust door met haar handen door zijn haren heen te gaan, in de stilte die er woedde door het huis. Ze staarde met rode ogen naar de witte muur van de keuken, niet wetende wat ze moest zeggen. Er was zoveel wat ze nog wou zeggen, nog wou vragen en hem wou vertellen. Maar niets leek goed te zijn op dit moment. Ze snoof haar neus op en liet haar blik terug vagen naar Charlie, merkte op hoe zijn grip om haar middel steeds zwakker leek te worden. Ze werd er verdrietiger van, ze voelde het in haar hart. Als een oude vriend begroette ze het gevoel, die haar hart in tweeën trok. Ze snoof alweer, kon het niet langer in houden en kneep haar ogen dicht. Het meisje wou niet instorten, maar ze stond op het punt om zichzelf wel toe te laten om dat te doen. Ze kon het niet tegenhouden. Hard beet ze op haar onderlip, zo hard dat ze door het roze heen beet en voor een beetje bloed zorgde.

Licht.. ze merkte het op door haar oogleden heen, waardoor ze haar ogen opende en de opnieuw gevormde tranen uit haar ogen vandaan rolden en zich bij de rest voegde die ze op haar kleding had laten vallen. Ze merkte het niet. Fel licht werd op hen geschenen, op hen allebei en Adelyn kon niets anders dan sprakeloos toekijken hoe er verschijningen vanuit het licht leken te komen. Ze kon niet opmaken wie het waren.. maar het had zeker met Charlie te maken. Ze wist dat hij een beschermengel was geweest en altijd zou blijven. Het vreemde was alleen waarom zij dit ook te zien kreeg. Misschien omdat zij van hem was geweest? Ze zocht zachtjes naar adem wanneer er een stem klonk waarbij het figuur meteen een vastere vorm aannam. Ze liet haar blik even ontsnappen naar Charlie wanneer ze zijn kneepje in haar hand voelde, maar richtte die meteen terug naar het witte licht. Andere Engelen waren achter degene die net gesproken had tevoorschijn gekomen en ze liet haar ogen één voor één naar hen allen glijden. Ze merkte op dat ze ieder hun eigen gouden randje droegen in hun ogen. Dat zag Charlie vast ook, bedacht ze zich. Ze waren ieder zo mooi, zoals ze zich altijd voorgesteld had hoe Engelen eruit zouden zien. Het deed haar slikken, de tranen stopten met komen en ze kon de warmte op haar huid voelen die van hen af kwam, die van het witte licht af straalde.
Ze kende de Engelen niet, maar Charlie wist ze zeker weten meteen bij naam te noemen. Ze merkte de zwaarden op die ze zelf droegen, net zoals die Charlie ook had.
Eén van de Engelen kwam op hen afgelopen en Adelyn hield haar adem in, merkte nu pas op dat ze gestopt was met het strelen door zijn haren. Ze klemde haar kaken op elkaar, vertrouwde de Engelen erop dat ze niets met Charlie zouden uithalen. Hij leed al genoeg pijn. Ze volgde elke beweging die gebeurde, de Engel die neer knielde en Charlie's borst aanraakte. Ze zag de gloed die er vanaf kwam, net zoals dat Charlie zijn ogen sloot en ze was even bang dat hij nu gestorven was. Meteen hapte ze naar adem, maar kalmeerde ze wanneer Charlie zijn ogen onmiddellijk, als reactie op haar paniek, weer opende en haar aankeek. Hij bedankte de Engel die hem genezen had en Adelyn keek hem ongelofelijk aan. Alle wonden die hij zojuist nog had gehad waren verdwenen. Hij stierf niet langer meer. Haar hart leek er nu minder snel paniekerig over te zijn, dat had ze door.
Ze keek op naar de Engel die terug naar de anderen liep die inmiddels in een halve kring om hen heen stonden. Ze liet haar blik naar de Engel leiden die links het dichtst bij haar stond voor even, tot dat ze hoorde dat de Engel die de leider moest zijn spijt begon te betuigen. De blonde meid slikte opnieuw, voelde minimum glimlachje op haar lippen tevoorschijn komen wanneer hij haar bedankte met een stem die zo mooi was als die van Charlie, zelfs mooier bij die woorden. Ze wist dat hij het echt meende. En ze leek er terug van te kalmeren. Heel even had ze haar ogen naar de grond gericht nadat ze zachtjes geknikt had. Maar de beweging van de Engel die dichterbij kwam en zijn hand naar Charlie uitstak liet meteen een steek door haar hart heen gaan. Adelyn wist wat dit betekende. Als protest schoot ze wat naar voren en legde ze haar handen om Charlie's been heen.
Ze wou niet dat hij.. hij mocht niet.. ze was er niet klaar voor. Hij vertelde Charlie dat zijn naam vanaf nu Samuel zou zijn en Adelyn snapte het niet. Waarom? Was dat zijn Engelennaam nu? Ze beet terug op haar onderlip met geschokte adem, was niet van plan om Charlie los te laten. Hij was terug geheeld.. hij kon.. hij kon toch blijven? Hij was terug de oude. Hij was.. hij was van haar. Ze kon niet zonder hem. Dat zou ze niet aan kunnen.

Overgangsritueel.. ze wou het niet aan horen. Ze kon het niet aan, en toch luisterde ze ernaar met ingehouden adem, bang dat ze anders in zou storten. En dat kon niet gebeuren, ze was al genoeg gebroken op het moment. Adelyn hoorde hoe Charlie de keuze kreeg de kans om een leider te worden over iets dat ze niet begreep of eeuwige rust te krijgen. Het deed haar zeer om die twee woorden te horen. Eeuwige rust. Dat zou betekenen dat hij niet mee terug naar haar kon keren. Hij zou voor altijd weg zijn uit haar leven. Een zachte kreun van protest viel van haar lippen, die weg viel in Charlie's antwoord. Hij aanvaarde het leiderschap en ze zag hoe een Engel een zwaard in zijn handen liet verschijnen, die daar in alle vrede lag. Het handvat er van werd in Charlie's handen geduwd en ze zag het lemmet van kleur veranderen, alsof het nu echt tot hem behoorde. Dat was waarschijnlijk ook zo.

Er restte nog maar één ding.. ze voelde de brok in haar keel opkomen. Dit was het dan. Hij zou haar verlaten en.. en.. ze kon haar emoties niet langer meer binnenhouden. Ze barstte in huilen uit, liet Charlie's been in alle gebrokenheid los en boog voorover naar de grond. Haar hoofd stootte tegen haar armen aan en ze snikte hard, alle kalmte verliet haar lichaam weer en ze probeerde naar adem te snakken. Haar gehuil werd alleen maar erger, nu ze echt wist dat Charlie haar moest en ging verlaten. Ze had niet door dat hij op het moment onsterfelijk werd gemaakt, dat hij zijn eigen gouden randje in z'n ogen kreeg. Ze was gebroken, viel steeds meer uit elkaar. Adelyn wist dat ze nu alleen was. Ze voelde die leegte in haar, hoe haar hart aan alle kanten door onzichtbare handen uit elkaar werd getrokken. Net zoals op de dag dat ze haar tweede mutatie kreeg, alleen was dit zoveel pijnlijker. Niets had ze ooit zo erg gevoeld. Het gevoel van dat ze nu letterlijk alles kwijt was.

Ze keek op wanneer Charlie vroeg over 'onze deal?', ze had het idee gehad dat het naar haar gericht was. Rode vegen liepen onder haar wangen in haar huid, net zoals een waterval aan tranen en haar ogen waren roder dan dat ze al waren geweest. Ze werd door Charlie opgetild en in een omhelzing genomen, waardoor ze in zijn schouder begon te snikken. Hij voelde nog zo levend.. warm zelfs. Het was een omhelzing waarvan ze bang was waar ze niet meer uit kon komen. Ze bedekte haar gezicht in zijn schouder, zelfs wanneer hij haar vertelde dat hij nog iets voor haar had. Maar hij haalde haar daar al gauw vandaan en draaide haar richting de Hemelpoort waar ze haar ogen voelde branden door alle tranen en het felle licht. Toch weerhield dat er niet van om te kijken wat hij bedoeld had. Ze zag een figuur staan, een figuur die al gauw duidelijk werd en ze herkende haar. Clarence. Niet van uiterlijk, omdat ze haar nog nooit gezien had, maar iets in haar vertelde dat zij het was. Clarence had haar zo vaak verteld hoe ze eruit zag.. en Adelyn had altijd het idee gehad dat ze haar uit duizenden zou kunnen herkennen, blind of niet.
Haar onderlip begon te trillen, nog eens ontsnapte een traan vanuit haar oog wanneer Charlie haar vertelde dat ze nu nog in slaaptoestand was. Ze kon het niet geloven. Dit was niet waar, toch? Charlie liet haar geloven dat het wel zo was. Het was echt waar, Clarence kwam terug tot haar. Ze luisterde naar zijn woorden over hoe Clarence alles was. Over de school, hoe ze niet langer meer blind was en hoe ze terug zou komen van haar werk. Alsof ze nooit weg was geweest. En zo zag Clarence er ook uit. Alsof ze nooit een steek veranderd was. In haar slaaptoestand zag ze er vredig uit. Ze was prachtig. Ze had haar nog nooit gezien.

Adelyn kon het niet geloven, ze was in shock. Niet in ontkenning, maar in zo'n staat dat ze enkel nog maar naar Clarence kon staren en ze het zich langzaam realiseerde. Ze draaide haar hoofd om naar Charlie, haar ogen waterig maar kalmer. Zijn houding en klank in zijn stem maakte haar weer terug rustig. Het was oké. Ze kon dit aan, net zoals hij dat kon. Als hij dat kon, kon zij het ook. Dat wist ze zeker. Die moed gaf hij haar, al was het enkel met een blik, een por en een grapje. Het liet haar zelf weer terug komen en ze kon het niet helpen om te lachen. En daar was het moment.. het moment waarop ze zeker wist dat hij nu echt moest gaan. De glimlach die even op haar gezicht gerust had verdween weer en de verdriet kwam terug. Ze kon dit aan, dat wist ze nu, maar het deed alsnog zoveel pijn. Ze had al die jaren met Charlie geleefd, hij was haar beschermengel geweest, haar grote broer en zelfs meer dan dat. Ze kon het niet verklaren wat, maar ze had zich nooit slecht gevoeld in zijn bijzijn. Nooit. En dat moment was nu. Ondanks dat hij haar vertelde dat hij van haar hield en zij het hem terug vertelde. Ze meende het zo hard, nog meer dan ooit. Als dat überhaupt mogelijk was. Ze voelde haar hart gloeien, langzaam alle stukjes terug aan elkaar gelijmd worden door een onzichtbare kracht. Een kracht die liefde genoemd werd. Oneindige liefde, dat wist ze. Ze had dat door in de knuffel waarbij ze haar ogen even fijn geknepen had en Charlie extra hard geknuffeld had. Ze wou hem eigenlijk niet loslaten maar ze wist dat het tijd was. Het was zijn tijd. Verdrietig maar accepterend keek ze hem aan, gaf hem een laatste knik wanneer hij haar vertelde dat hij naar huis ging en dat was het moment dat ze hem los liet, net zoals dat hij haar los liet. Ze keek toe hoe achter hem de engelen al door de poort waren gegaan en ze wist dat Charlie nu hetzelfde lot stond te wachten.
Ze keerde haar armen terug langs haar lichaam en stootte met haar hand tegen de zak van haar short aan, waardoor ze het kleine gouden juweeltje vond en het snel uit de zak vandaan viste. De blondine hield hem haastig recht voor haar uit, trillend. Ze zag dat Charlie hierdoor ook tot de realisatie kwam dat hij de andere helft bij zich droeg en alsof het een magische truc was had hij hem ook zo plots tussen zijn vingers. Hij hield ze bij elkaar en legde zelfs kort zijn hand op de hare zodat ze niet langer zou trillen. Zo bleven ze voor enkele seconden staan, wetende dat ze altijd bij elkaar zouden zijn, dat ze een aandenken hadden.

En dat was het dan echt. Ze hield zichzelf sterk, balde haar vuisten lichtjes, voor zover ze daar de kracht voor had en probeerde hem zo vrolijk mogelijk aan te kijken. Ze kon niets anders doen dan toekijken.. toekijken hoe hij in de rij was gaan staan en net zoals de rest langzaam vervaagde, samen met de poort.

Haar ademhaling werd terug hevig. Haar knieën begonnen te knikken en ze sloot de afstand naar de muur gauw en bonkte er een paar keer op. Ze gaf een paar snikken.

Hij was echt weg.

En ze stond terug op het punt om naar de grond te zakken, daar haar hart uit te storten. Maar voordat ze daar de kans voor had klonk het geluid van de liftdeuren die met een vertrouwde pling! open rolde. Ze hoorde voetstappen. Voor een moment schoot de gedachte van Charlie in haar hoofd, bedacht ze zich dat dit allemaal een droom was. En ze draaide haar hoofd naar de deuropening van de keuken, om daar een prachtige meid met rood haar te zien staan.
'Adelyn..' Haar stem. Zij was het echt. Adelyn balde één van haar vuisten die tegen de muur aan leunde en hapte een seconde naar adem, waarbij tranen in haar ogen schoten. Gelukkige tranen, dat was te zien op haar gezicht. 'Mijn mooie Adelyn..' vervolgde ze en Adelyn drukte zichzelf van de muur af, in Clarence's armen. Ze kon geen woord spreken, maar iets in haar vertelde dat de roodharige wist wat er gebeurd was. Charlie had het haar vast ook verteld via herinneringen. Want ze werd niet ondervraagd waarom ze huilde, waarom er bloed op haar kleding zat.. waarom er bloedsporen liepen. Ze opende kort haar ogen, keek over Clarence haar schouder heen terwijl ze haar geur opnam. Het bloed vervaagde, Charlie's engelenbloed. Hij vervaagde. Alsof hij nooit in haar leven was geweest. En dus schoten haar ogen in een korte paniek naar de foto's die op de muur hingen. Die bleven ongedeerd. Alleen het bloed was verdwenen en zo ook vanuit haar kleding.
''Clarence..'' wist ze uiteindelijk uit te brengen na een stevige knuffel. Er kwamen niet meer woorden in haar op om te zeggen. En het hoefde ook niet. Clarence verzekerde haar dat met een glimlach. De glimlach die ze al die tijd al had willen zien.. De glimlach van het meisje vanuit Parijs, die al zoveel meegemaakt had, waar ze uren naar had kunnen luisteren, waarmee ze zoveel plezier beleefd had en die bovendien een grote interesse in kunst had. Adelyn begroef haar hoofd terug tegen haar borst aan, waarbij Clarence een hand op haar blonde warrige haren legde. 'Ik ben thuis, liefje.' Werd haar toegefluisterd.

En daar klonk een vertrouwde stem in haar hoofd die Clarence haar woorden bevestigde.
'Adelyn, het is goed.' Hoorde ze Charlie zeggen en ze veegde haar tranen weg.
'Samuel..' dacht ze zachtjes. Clarence streelde zachtjes door haar haren, zorgde ervoor dat ze alle troost kreeg die ze verdiende.
'Charlie. Voor jou ben ik altijd Charlie.' Adelyn knikte begrijpelijk, de pijn verlichtte langzaam in haar borst. Er rolden twee tranen van haar wangen, beide goudkleurig. Het was oké. Ze was oké. Adelyn realiseerde zich dat. Charlie zou er altijd voor haar zijn.

'Alles komt goed, ik ben hier.'

LET THE HOPE YOU HAVE LIGHT THE ROAD YOU'RE WALKING


_________________
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
 
There is no God in heaven
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1
 Soortgelijke onderwerpen
-
» I Know You Want To Go To Heaven But You're Human Tonight
» There is no God in heaven

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Prophecy Of Fate :: Time Travel :: Into The Future-
Ga naar: