INDEX GUIDE RULES GROUPS MEMBERS

Deel | 
 

 Diplomatic not-so-immunity [Namika]

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Dominic Sinaga
avatar
Class 3
Aantal berichten : 87

Character Profile
Alias: Padomay
Age: 22
Occupation:
BerichtOnderwerp: Diplomatic not-so-immunity [Namika]   zo jan 07, 2018 10:04 pm

In de korte tijd dat hij in Sundberg verbleef was Dominic erin geslaagd al met meerdere mensen ruzie te hebben. Soms werd hij uitgelokt, soms vond hij dat hij uitgelokt werd. In de meeste gevallen zou een verstandiger mens gewoon weg zijn gelopen. Soms leek hij het allemaal gewoon aan te trekken. Soms zocht hij het onbewust op. Maar het eindresultaat was in alle gevallen hetzelfde en meer dan eens liep Dominic dan een tijdje moeilijk of zat hij onder de blauwe plekken. De ander was er vaak niet veel beter aan toe. Soms waren het er meerderen tegen een, soms niet.
Het maakte niet echt uit, want ergens, diep van binnen, hoezeer hij zich ook kon ergeren aan mensen, genoot Dominic van het vechten zelf. De adrenaline, de overlevingsdrang, de competitie: hij voelde zich levend op het moment dat hij zich met hand en tand tegen iemand verzette. In een aantal zeldzame gevallen was het daarna zelfs tot een soort van vriendschappelijke verstandhouding gekomen, een wederzijds respect.
Maar meestal niet.

En zo kwam het dat Dominic op een verder zo vredige donderdag avond klem werd gezet in een straatje dat zich ergens in dat typische niemandsland tussen stad en industrieterrein bevond. Aan de ene kant stonden woningen in aanbouw en aan de andere een paar kleine landerijen.
Het viertal dat hier verantwoordelijk was had hier op zich alle reden toe: de jongen vooraan had nog steeds een lelijke bloeduitstorting rond zijn oog als herinnering aan de laatste keer dat hij en Dominic elkaar hadden ontmoet. En dat was alleen de zichtbare schade. Want Dominic had flink huis gehouden.
Als Dominic heel eerlijk was wist hij eigenlijk ook niet eens meer precies hoe het mis was gegaan die nacht, maar hijzelf was er met een gescheurde wenkbrauw en een paar gekneusde ribben vanaf gekomen, dus de jongeman mocht wat hem betreft niet zeuren.
Maar dat deed hij dus wel.
Het regende behoorlijk en de straten glansden in het licht van de lantaarns. De straat liep niet dood en in principe had Dominic er makkelijk vandoor kunnen gaan, maar dan zou hij Dominic niet zijn.

"We willen effe komen praten over vorige week," begon de jongen met het blauwe oog, met een stem die verrassend zacht en hees was voor iemand van zijn bouw. Zijn geblondeerde haar had die ochtend vermoedelijk nog netjes achterover gekamd gezeten met enige gel, maar nu waren enkele plukken losgeraakt waardoor het in combinatie met die blauwe plek eruit zag alsof het gevecht ook diezelfde dag nog plaatsgevonden had kunnen hebben. Hij droeg ondanks de tijd van het jaar slechts een hoodie en een gescheurde spijkerbroek.
Dominic daarentegen droeg een zwarte, slank afkledende spijkerbroek met een eveneens zwarte, redelijk nette jas erop, die hij langzaam van zijn schouders liet glijden zonder oogcontact te verbreken. Zijn donkere ogen leken zwart als kool in het donker van de vallende najaarsavond.
"Als je wilde praten stonden we hier niet," antwoordde Dominic schamper. Achteloos gooide hij zijn jas over een bankje. Onder het jasje droeg hij een een donkergrijze blazer. Ook deze trok hij in een beweging uit en hij wierp hem losjes over de jas heen, opdat het kledingstuk de natte grond niet zou raken.
Hij stond nu nog in slechts zijn jeans en een zwart t-shirt en sloeg zijn armen over elkaar, een rilling van de kou onderdrukkend.
En hij maakte geen schijn van kans.

De blonde jongen alleen was gespierder gebouwd dan hij en de vorige keer waren ze zeer aan elkaar gewaagd geweest en had Dom's agressie hem nipt de overwinning geschonken, maar nu de jongen zijn vrienden mee had genomen, geen van allen tenger, was er geen mogelijk waarin Dominic als winnaar uit de strijd zou komen en dan wisten ze alle vijf.
"Misschien wel, misschien niet," zei de jongen schouderophalend en hij glimlachte even. Dat irriteerde Dominic. Als ze hem in elkaar wilden slaan waar niemand bij was behalve een zestal onverschillige schapen, dan was dat maar zo. Tijd voor spelletjes had hij niet.
"Punt is, dit hoeft helemaal niet uit de hand te lopen. Jij biedt je excuses aan en er is niets aan de hand."
Dominic zoog zijn wangen naar binnen en deed alsof hij nadacht, armen over elkaar geslagen. Toen spoog hij op de grond.
"Het spijt me dat ik niet ook je bek heb dicht geslagen. Je bent een stuk beter te pruimen als er geen woord uit je strot komt."
"Oh," zei de jongen zacht en hij grijnsde, "oh, daar ga je spijt van krijgen. Of niet jongens?" Zijn vrienden leken het er unaniem mee eens. Twee stapten als een man naar voren en na een korte worsteling hadden de twee Dominic's armen vakkundig in de houdgreep waardoor deze geen kant op kon.
"Ik wist dat je geen ballen had," sneerde hij, "maar dit is wel heel triest."
Die woorden moest hij bekopen met een vuist die hem vol op zijn gezicht trof. Hij vloekte en voelde een moment later het bloed al uit zijn neus lopen.
Nou ja, als je dan toch je trekken thuis ging krijgen kon je net zo goed je huid duur verkopen, al was het maar verbaal.

_________________

Dominic - Fiona - Joseph
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken Online
Namika Blanchard
avatar
Class 1
Aantal berichten : 20

Character Profile
Alias: Lawyer Lady
Age: 22
Occupation: Law school student & Legal intern
BerichtOnderwerp: Re: Diplomatic not-so-immunity [Namika]   ma jan 08, 2018 1:41 am

Uit haar jeugd had Namika duizenden lessen van Papa Blanchard meegekregen, die ze, hoe hard ze dit ook wilde, nooit meer uit haar geheugen zou kunnen wissen. Veel van deze lessen waren catchy oneliners geweest over hoe een man succes maakt in het leven, die hij tijdens het eten aan de aanwezigen verkondigde als afwisseling van zijn monologen en afgesloten met een slok van zijn wijn, alsof hij zojuist het leven van iedereen in de ruimte had gebeterd. Zelden waren zijn uitspraken nuttig, maar die enkele keer dat het moraal van het verhaal wel bruikbaar was, leefde ze erbij alsof het haar religie was.
De regel die haar op dit moment het relevantst leek, en die haar keer op keer op het hart was gedrukt, was dat ‘een meisje als zij’ nooit ’s nachts alleen over straat moest – en zeker niet in onbekende, afgelegen plekken. Toen ze nog bij haar ouders had gewoond, was het makkelijk geweest zich hier aan te houden, maar nu ze op zichzelf woonde, duizenden kilometers bij haar ouders vandaan, kon ze niet anders dan zo nu en dan het advies van haar vader in de wind slaan.
Theoretisch gezien was dit geen probleem; iedereen gaat wel eens alleen over straat en de kans dat er iets gebeurt is nihil. In de praktijk had Namika iedere keer spijt zodra ze in het donker in haar eentje een stap buiten de deur moest zetten. Natuurlijk, dit was iets waar iedereen en met name iedere vrouw doorheen moest, en uiteindelijk kwam het altijd wel goed, maar de jonge studente had wel degelijk een goede reden voor haar paranoia. De nog redelijk recente gebeurtenissen in haar leven gaven haar meer dan genoeg reden om zich niet overal op haar plek te voelen.
De woorden van haar vader denderden dan ook door haar hoofd terwijl ze met snelle passen over straat liep. Ze had de ‘efficiëntere route’ naar huis duidelijk onderschat, en bevond zich nu in bijna geheel verlaten gebied. Er waren wel woningen, maar de aanhoudende regen had iedere vorm van leven van de straat gewist en ook zonder regen betwijfelde Namika of hier ooit veel te doen zou zijn. Haar hakken tikten verwoed mee met het geluid van druppels die aanhoudend op haar paraplu landden. Ze had zichzelf diep weggetrokken in de kraag van haar halflange, nette jas, en stapte door de plassen met haar blik op oneindig en maar één doel voor ogen: zo snel mogelijk thuis komen.

Ze was al een behoorlijk eind op weg toen haar verderop in de straat een groepje jongeren op viel. Onbewust versnelde haar pas een beetje, in de hoop dat ze langs ze kon lopen voordat ze haar in de gaten kregen. Gewoonlijk was haar strategie in dit soort gevallen altijd hard door lopen en vooral doen alsof ze het willekeurige groepje jongeren niet zag, maar vandaag kon ze het niet laten om het vijftal vanuit haar ooghoek in de gaten te houden. Iets aan het groepje deed haar vermoeden dat ze hier niet vriendschappelijk stonden te klusteren om de verveling buiten te houden.
Hoe langer ze keek, hoe duidelijker het werd dat er iets niet in de haak was. Vier van de vijf stonden met hun rug min of meer naar haar toe, en van de vijfde kon ze zoveel zien als dat hij blote armen had. Dit op zichzelf was al opvallend, want het was koud en, zoals gezegd, kwam het water met bakken uit de hemel. Haar telefoon was eerder die avond al uitgevallen, dus kon ze elk geluid dat boven de regen uit kwam horen door de muziekoortjes die ze toch in had voor een misplaatst gevoel van veiligheid.
“ – Spijt van krijgen, of niet jongens?” was ze inmiddels dichtbij genoeg om op te vangen.
Alsof dit de magische woorden waren geweest, kwam het groepje opeens in beweging. Twee braken zich los van het viertal en verzeilden in een worsteling met de vijfde persoon, die maar van korte duur was en die eindigde met de mouwloze jongen die door de andere twee in de houdgreep werd gehouden.
Namika had haar pas alsmaar versneld, en liep nu praktisch langs de jongemannen, nog altijd niet zeker wat ze moest doen.
“Ik wist dat je geen ballen had, maar dit is wel heel triest,” hoorde ze de jongen met het zwarte, druipende haar.
In haar hoofd vertelde ze hem dat hij dat beter niet had kunnen zeggen, maar ze ging er vanuit dat hij dit zelf ook wel wist. Desondanks gleed één van haar mondhoeken onbewust lichtjes omhoog, tot ze de zag hoe hij het verwachtte antwoord kreeg: een volle uithaal, middenin zijn gezicht. Of wel, dit laatste vermoedde Namika enkel, want zo goed kon ze het niet zien. Wel dacht ze de doffe dreun gehoord te hebben, en de gepijnigde vloek die volgde bevestigde alleen maar haar vermoeden.
Het geluid had haar ineen doen willen krimpen, maar de eerste schrik ging al snel over in groeiende woede over de oneerlijkheid van de situatie. Vier opgepompte kerels tegen één doorweekte kerel, in een of ander verlaten straatje zodat er zeker niemand zou zijn die hen zou tegen houden? Ze voelde niets dan walging voor de trieste gasten en de vent waarvan ze verwachtte dat hij de leiding had – die, naar haar mening overigens amper een vent viel te noemen, als hij de versterking van zijn drie vriendjes nodig had om een jongen in de stromende regen tegen de vlakte te slaan. Ze maakte hier en nu een belofte met zichzelf dat ze, wanneer ze dat papiertje had, iedere soortgelijke jongeman die ze tegen zich zou krijgen juridisch met de grond gelijk zou maken.

Op dat moment maakte ze een beslissing. Ze was net voorbij de groep gelopen, maar stopte nu en haalde diep adem voordat ze zich richting de kerels draaide.
“Tenzij je een rechtszaak aan je broek wil hebben, zou ik daarmee stoppen,” zei ze, haar stem fel, maar kalm, terwijl de adrenaline door haar binnenste raasde.
Alle hoofden draaiden naar haar toe, maar het bleek al snel duidelijk dat de tengere verschijning met haar paraplu geen grote bedreiging kon vormen.
“Loop door, meisje,” sprak een van de jongens, “dit zijn nieuw jouw zaken.”
Bij de manier waarop hij haar ‘meisje’ noemde, perste ze haar lippen op elkaar. In plaats van zijn advies op te volgen en door te lopen, zoals haar vader zou hebben aangemoedigd, zette ze in plaats daarvan een klein stapje in zijn richting.
“Oh, maar ik ben hier nu. En ik weet niet wat jullie aan het doen zijn, maar ik vrees dat het geen ooggetuigen kan gebruiken, en helaas voor jullie heb ik behoorlijk wat gezien.” Haar ogen flitsten ieder gezicht af, ze probeerde hun reactie te peilen. “Ga nu weg, en jullie hebben niets illegaals gedaan – ga vooral verder, en vind jezelf met een aanklacht wegens belaging van een onschuldige studente en mishandeling van de galante jongeman die haar tot hulp kwam.”
Ze deed haar best om haar dreigement zo rustig en foutloos mogelijk uit te spreken en haar opgefoktheid hielp hierin, maar toch bleek het onmogelijk om iets van haar zenuwen uit haar stem te houden.
De mannen keken elkaar wat verward aan, om vervolgens beduusd een lachje uit te brengen. Ze wisten duidelijk niet wat ze met haar of haar woorden aan moesten. “Dat is niet hoe het gegaan is, en dat weet je zelf ook,” besloot een van hen uiteindelijk de voor de hand liggende opmerking te maken.
Hier toverde Namika een glimlachje rond haar lippen. “Dat klopt, maar dat maakt niet uit, en dat weet je zelf ook,” bootste ze zijn woorden na. “Wie zullen ze eerder geloven? Een zielige, jonge vrouw, of vier ongure kerels met vermoedelijk niet een heel schoon strafblad?”
“Wie denkt deze meid dat ze is?” hoorde ze ergens een stem in de groep.
“Denk maar niet dat ik het niet doe,” zei ze, nog een stapje dichterbij komend. “Blauwe plekken zijn snel gemaakt en wij weten allebei dat een vrouw met een blauw oog het altijd goed doet bij een jury.”
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
 
Diplomatic not-so-immunity [Namika]
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Prophecy Of Fate :: The Suburbs :: Streets-
Ga naar: