INDEX GUIDE RULES GROUPS MEMBERS

Deel | 
 

 × Holy Sins ×

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Aëshma-Daëva Vontalis
avatar
Class 3
Aantal berichten : 49

Character Profile
Alias: Luxuria
Age: 19
Occupation:
BerichtOnderwerp: × Holy Sins ×   do nov 02, 2017 10:26 am








H
et hout had een muffe geur gekregen, alsof het nat geregend was en nu in de warme zon stond op te warmen. De bankjes waren oncomfortabel, alsof ze de zitten expres en nare tijd wilde geven binnen de vier muren. Het was donker, het raampje van een gaas achtige constructie in de deur gaf weinig licht. De kleine ruimte was net genoeg voor twee mensen om zich, dan wel, moeilijk te kunnen bewegen. Maar dit was geen probleem voor Aëshma, al weerklonk er een andere mening uit het gekreun van het hout die de bewegingen moet opvangen. De nare zit van het bankje deerde Aëshma al enige tijd niet meer, zijn aandacht was al gauw verschoven naar heel iets anders. Als belichaming van de zonde deerde de plek waar hij was hem niets. Het had hem juist harder uitgenodigd om de vroomheid ervan te belasten met zijn aanwezigheid. En waar beter dan het biechthokje kon hij zijn aanwezigheid bekend maken aan de almachtige Vader. Zijn hoofd lag naar achter gekanteld, steunde tegen het hout terwijl hij zijn ogen langzaam weer opende. De ontspannen, als je het zo wilt noemen, blik in zijn ogen weerspiegeld een groot deel van zijn trots en plezier. Hij had zijn ogen ter hemel gericht, maar was alles behalve bezig met bidden. Langzaam gleed zijn blik naar beneden terwijl hij zijn onderlip tussen zijn tanden nam. Het meisje op haar knieën voor hem deed haar uiterste best, en ze was goed bezig. De nauwe ruimte had haar redelijk klem gezet tussen de vier houten muurtjes, maar Aëshma hield zich daar niet mee bezig. Haar harde werk bracht hem tot het hoogtepunt en hij deed niet zijn best zijn gesnuif zacht te houden.
’Prima, snoes. Nog beter dan een goede biecht,’ knipoogde hij naar het meisje, die breed begon te glimlachen onder zijn compliment. Hij opende de deur, stapte over haar heen terwijl hij nog bezig was de knoopjes van zijn blouse dicht te maken. Zijn broek had hij alweer dicht gedaan, zijn ogen op zijn eigen handen gericht terwijl hij het meisje achter liet, nog op haar knieën zittend. Echter werden zijn eerste stappen abrupt beëindigd toen zijn weg ongelukkig geblokkeerd werd door een ander bewegen verschijnsel. Zijn blik schoot omhoog terwijl hij halverwege zijn knoopjes was, recht in de donkere ogen die hij kende. Het gezicht omlijst door het spierwitte haar zou je haar van achter wellicht kunnen verwarren voor een engel. Zijn blik gleed verder naar beneden, keek uitnodigend naar de kleding waarin het was gehuld en glimlachte. Al zou je verder dan de haarkleur absoluut niet aan een engel denken bij het zien van Sareth. ’Engeltje,’ sprak hij met de meest vriendelijke en nonchalante glimlach die hij altijd had het koosnaampje uit, wetend dat het haar direct onder de huid zou kruipen. ’Wat een prachtige verrassing. Je bent helaas net te laat, je was van harte welkom,’ sprak hij nog even vriendelijk alsof hij het over het weer had terwijl hij door ging met de knoopjes van zijn blouse te sluiten. ’Toch overgegaan naar de duistere zijde, en de almachtige Vader opgezocht,’ fluisterde hij alsof hij het de zonde zelf was, terwijl hij met een vinger omhoog wees.



Sareth <3




_________________
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Sareth Levíson
avatar
Class 3
Aantal berichten : 116

Character Profile
Alias: Crackspider
Age: 20
Occupation:
BerichtOnderwerp: Re: × Holy Sins ×   vr nov 03, 2017 3:04 pm

Sareth Carolyn Levíson
Don't bless me Father for I have sinned


In heel haar leven had Sareth nog in geen goden geloofd. Haar opvoeding was een bijzonder magere opvoeding geweest die weinig aandacht had besteed aan zaken als normen, waarden of het christelijke maar nu overal aanwezige moraal. Naastenliefde? Verspilde moeite. Het belang van familie? Iedereen wist hoe weinig Sareth zich daarvan aantrok. Sareth was teveel uit naar haar eigen plezier, haar eigen geluk en eigen rijkdom om zich te bekommeren om liefdadigheid of zedelijkheid. Je zou misschien denken dat haar recentelijke depressie – al had ze deze zelf nog niet erkend en zou ze het nooit zo noemen – een goede brug was geweest naar het licht van Jezus, maar neen. Integendeel: ze was er alleen maar meer van overtuigd dat er geen God kon bestaan. Welke God zou iemand als háár op de wereld zetten, zou de belichaming van zijn tegenbeeld creëren en haar vervolgens alleen laten in de meest chaotische wereld die er was, eveneens gemaakt door God, gevuld met de meest uiteenlopende soorten mensen die allemaal maar één ding in overeenkomst hadden: ze waren stuk voor stuk saai, vermoeiend, met ambities en doelen die haar in slaap lieten vallen. Zovelen die goed wilden zijn, die iets wilden bereiken, die zelfs na het zien van hele massamoorden nog iets probeerden te maken van hun leven. Sareth had de motivatie niet meer, had de motivatie om iets te maken van haar leven waarschijnlijk ook nooit gehad, maar kon nu alleen nog maar geërgerd toekijken naar haar medemens terwijl ze zichzelf volstopte met troep die haar de zekerheid verschafte dat haar leven ook niets meer zou worden.

Oh, maar ze wilde niet zielig gevonden worden. Medeleven, dát was pas saai. Ze wilde ook niet dat iemand vroeg hoe het met haar ging, of de tijd nam om naar haar te luisteren. Ze wilde gewoon verder gaan met waar ze mee bezig was. Het enige verschil met haar van voor en haar van na de oorlog, was dat ze nu zo mogelijk nog meer deed om anderen dwars te zitten, te provoceren, mensen zich ongemakkelijk te laten voelen. Nu niets haar meer echt uitmaakte schuifelde ze langs de rand van wat kon, overschreed ze deze grens vaker en met meer plezier en zocht ze de problemen op. Alsof ze genoot van aanvaringen met de autoriteiten, waar dan ook, waar ze vrijwel altijd onderuit kwam door het in de strijd gooien van haar charmes en haar mutatie die dit allemaal versterkten. Hoe langer ze leefde in de overtuiging dat er geen God bestond en dat haar medemens bestond uit een verzameling domme marionetten die erop zaten te wachten bespeeld te worden, hoe meer ze besefte dat ze zelf God kon zijn. Toch in ieder geval in haar eigen leven.

Het was dan ook om bovengenoemde redenen dat ze de lokale kerk tot een van haar favoriete plekken had omgedoopt om haar deals te maken. Haar hele verschijning, puur haar aanwezigheid, vormde een contrast tegen alles waar de kerk voor stond. Het zwart-wit van haar gelaat kon dan nog vergeleken worden met het zwart-wit van een nonnengewaad, maar daar staakte de overeenkomst. Het was alsof ze iedere regel in het christendom af was gegaan om deze zorgvuldig in haar outfit toe te passen, zodat ze zoveel mogelijk ogen kon schokken met haar aanwezigheid. Ze wist dat het voor een dealer een bijzonder onhandige eigenschap was om opvallend te zijn, maar, zo dacht Sareth, met dank aan haar mutatie was ze altijd al opvallend. Haar hele leven wist ze om te gaan met blikken die uit automatisme naar haar toe getrokken werden, overal waar ze ging. Ook haar hele leven al had ze met dingen weg kunnen komen om precies die reden, had ze dingen gedaan kunnen krijgen om precies die reden. Dus, al haar kennis uit het verleden bundelend kon ze ook dit prima naar haar hand zetten.

Vandaag dus weer, had ze met een klant afgesproken in Gods huis. De enige plek in een kerk waar Sareth gevonden kon worden, was over het algemeen in de biechtstoel. Nu was dat om haar deals, vroeger was dat om andere redenen die vooralsnog niets te maken hadden met biechten en die veel meer overeenstemming leken te hebben met de biecht die momenteel gaande was, afgaande op de geluiden die uit het hokje kwamen. Ze stond hier nog niet lang, maar was nu al sterk geïrriteerd door de handelingen die daarbinnen werden uitgevoerd. Niet omdat ze ook maar in enige mate afkeurde wat daar gebeurde, maar eerder omdat ze een hoop aan te merken had op hoe het gebeurde. Vooral de vrouwelijke geluiden vond Sareth zeer storend, in het besef dat ze een stuk aangenamer hadden kunnen klinken als ze uit haar mond waren gekomen. Keurend hield ze haar ogen gericht op de twee handen die onder het gordijntje doorkwamen en de nagels die in het splinterige hout klauwden. Van het hokje keek ze naar haar nagels. Het duurde nu toch wel lang genoeg. Terwijl ze haar zwarte, in scherpe punten gevijlde nagels aanschouwde bedacht ze zich dat als ze nu niet zouden opschieten en ze daardoor haar deal zou missen, ze de gordijnen eigenhandig zou opentrekken om de twee hartelijk uit te lachen vooraleer ze ze wegstuurde.

Maar precies op het moment dat ze er klaar mee was, hoorde ze het zeer herkenbare gesnuif van een man die een eind maakte aan de daad. Na wat geroezemoes gleden de gordijntjes open en een herkenbare gestalte stapte over een meisje heen en verliet zonder op te kijken van zijn knoopjes het biechthokje. Natuurlijk. Geen fucking wonder. Als er íemand was van wie ze erop aan kon dat hij precies dat zou doen wat zij zou doen, was hij het wel. Gezien hij niet oplette waar hij liep, liep hij, ondanks Sareth haar poging om hem te ontwijken, praktisch tegen haar aan. Hij keek op van de knoopjes en Sareth beantwoordde zijn blik door hem strak terug aan te kijken vanonder haar lange, zwarte wimpers. Ze voelde hoe zijn ogen vervolgens van top tot teen over haar lichaam gleden, waarna zijn mondhoeken omhoog gleden in een glimlach. “Engeltje,” begon hij, zijn glimlach – als dit mogelijk was geweest op zijn gezicht – haast onschuldig. Ze voelde hoe haar scherpe nagels uit automatisme in haar handpalm prikten om niet direct terug te vallen op al haar frustratie van de laatste keren dat ze hem had gezien. “Wat een prachtige verrassing. Je bent helaas net te laat, je was van harte welkom,” sprak hij op een luchtige toon terwijl hij zijn aandacht weer richtte op de knoopjes. Sareth volgde even zijn handen om te zien hoe zijn ontblote huid verdween achter zijn overhemd en perste vervolgens een al even poeslieve glimlach op haar lippen. Hij vroeg haar op fluisterende toon of ze inmiddels was overgestapt naar de “duistere zijde,” naar de “almachtige vader” en hierbij groeide haar poeslieve glimlach uit tot een spottende grijns.

“Oh, bedankt voor de uitnodiging, liefje,” antwoordde ze op zijn eerste opmerking. “Al moet ik zeggen dat het niet erg uitnodigend klonk.” Ze gebaarde met haar hand naar het meisje dat inmiddels vluchtig bezig was het met fatsoeneren van haar kleding en dat niet door had dat zij de ‘het’ was waar Sareth het over had. Ze boog naar Aëshma alsof ze hem een geheim moest vertellen en fluisterde, “Ik zou haar alleen maar out shinen, dat zou sneu zijn.” Ze trok zich weer terug met haar onderlip gepruild, om aan te tonen hoe sneu dat wel niet zou zijn.
“Maar nee, geen zorgen,” ging ze vervolgens op normale toon en met haar gezicht weer terug in haar typerende Sarethblik, “je hoeft me nog niet te redden uit de klauwen van de ‘almachtige Vader.’” Ze verzette haar gewicht van haar ene op haar andere hak en wierp een snelle blik door hun omgeving. “In feite ben ik hier voor zaken,” besloot ze uiteindelijk, haar ogen smiechterig twinkelend. 

coded by blair of shine & ooc

_________________
Vincent Dublin | Anthony Bastet | Sareth Levíson | Jezebel Childress | Namika Blanchard
 I'm the Crackspider  
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Aëshma-Daëva Vontalis
avatar
Class 3
Aantal berichten : 49

Character Profile
Alias: Luxuria
Age: 19
Occupation:
BerichtOnderwerp: Re: × Holy Sins ×   vr nov 10, 2017 9:53 pm








Z
Ijn wenkbrauwen kropen even quasi verbaasd omhoog bij haar afwijzende antwoord. Niet uitnodigend, hoe konden zijn woorden überhaupt niet uitnodigend zijn. ’Je had het prima mogen overnemen hoor,’ glimlachte hij breed met een snelle knipoog. Hij kon zweren dat ze het beter zou kunnen dan het meisje waarvan hij de naam niet wist. In de korte momenten dat hij haar gesproken had, vooral het moment in de kas, leek alles te gaan zoals het altijd ging. Echter was er een bepaalde muur waar hij tegenaan botste, waar hij zijn vinger niet op kon leggen. Waarom die stapjes verder niet gebeurde. Hij moest wel toegeven dat de jacht soms leuker was dan de vangst, maar dit zou de jacht van het jaar worden. Gauw genoeg zou ze gevangen zijn. Misschien zou hij het nog even rekken. ’Daden bij je woorden voegen,’ de glimlach op zijn lippen werd groter bij zijn woorden waarbij de gedachten en beelden die voor zijn geestensoog omhoog kwamen bijna zichtbaar waren op zijn gezicht. Nonchalant stak hij zijn handen in zijn zakken en leunde tegen een van de kerkbankjes aan. Hij had het nooit begrepen. Die stoelen waar mensen vrijwillig voor lange tijd in zaten terwijl ze half hun ruggen braken door de enorm nare houding die je moest aannemen wilde je op het stugge hout blijven zitten. Alsof God had besloten dat hem waarderen ook gelijk een lijdensweg moest zijn. Alhoewel, misschien was hij het er toch mee eens. Bij de zaken die ze aangaf hier te moeten doen klink er een goedkeurend geluidje. ’Gedurfde plek voor het oudste beroep ter wereld. Wat heerlijk gewaagd,’ glimlachte hij breed. Hij sloeg zijn armen over elkaar heen, waardoor de spieren onder de stof van zijn witte overhemd opbolde. Normaliter was hij allang weer doorgelopen, had hij vrij weinig meer te zoeken in het huis van het, in zijn ogen, grootste verzinsel op aarde. ’Ben je niet een beetje oud om koekjes te verkopen? glimlachte hij vriendelijk. ’Ik wil anders best een van je lekkernijen aanschaffen, wat is je aanbod?’ zijn glimlach kroop door tot een scheve grijns, waarbij de seksueel getinte grappen hemzelf uiterst vermaakte. Hij zou altijd blijven jagen.





_________________
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Sareth Levíson
avatar
Class 3
Aantal berichten : 116

Character Profile
Alias: Crackspider
Age: 20
Occupation:
BerichtOnderwerp: Re: × Holy Sins ×   za nov 11, 2017 12:16 am

Sareth Carolyn Levíson
Don't bless me Father for I have sinned


“Je had het prima mogen overnemen hoor,” sprak hij met een glimlach en de bijbehorende knipoog. Ze had niets anders verwacht en ze knikte dan ook instemmend, alsof het meer dan vanzelfsprekend was dat ze het had mogen overnemen. Maar ze kon een glimlach op háár lippen niet onderdrukken bij deze knipoog. “Daden bij je woorden voegen.” De blik op zijn gezicht sprak boekdelen en ze beantwoordde zijn blik triomfantelijk, haast uitdagend. Misschien zou ze dat nog wel eens doen. Nee wacht, ze zou het zéker nog wel eens doen en ze wist eigenlijk niet eens waarom het nog niet was gebeurd – buiten dat hij iedere kans had gehad in de tijd dat ze ondergedoken hadden gezeten maar toen had besloten dat ze even niet bestond. Buiten dat, leek er iets te zijn wat haar of hun tegen hield. Hoewel er geen twijfel over bestond dat ze zich met liefde over hem wilde ontfermen, gaf ze hier werkelijk waar iedere keer dat de kans voor het oprapen lag niet aan toe. Wanneer de kans voor het oprapen lag, was dit op momenten als deze; waar ze allebei opmerkingen maakten die soms niet eens meer dubbelzinnig waren maar ronduit specifiek, ronduit seksueel – niet eens ‘getint.’ En hoewel ze vermoedde dat, wanneer één iemand de eerste daadwerkelijke stap zou zetten, het snel zou escaleren, weigerde ze die eerste stap te zetten. Het voelde alsof ze zichzelf aan hem onderwierp wanneer ze daadwerkelijk zou in gaan op een van zijn vele opmerkingen. Het voelde alsof ze zijn mindere was, alsof ze één van de zovelen was en Sareth wist dat ze meer was dan dat. En dat hij niet kreeg wat ze hem vol overgave zou willen geven tot ook hij dit erkende. Dit klonk als een zielig en nutteloos spel, en als ze had gekund dan was ze gestopt met spelen, maar dat was nou juist het punt: Ze genoot er zodanig van – van de spanning, het machtsspelletje – dat ze niet kon stoppen, dat ze niet wílde stoppen. Ze was bereid om te spelen tot één van hen ten onder zou gaan. En zij zou het niet zijn.

“Als ik de volgende keer uitgenodigd ben,” besloot ze, haar stem op een geacteerd zielig toontje, want hoe had hij haar kunnen vergeten uit te nodigen voor een dergelijk event?

Inmiddels leunde hij tegen een van de kerkbanken aan, zijn handen in zijn zakken, zijn houding nonchalant. Ze had hem al die tijd strak in de gaten gehouden – kon ook moeilijk anders, gezien hij hoewel hij niet eens probeerde te verbergen hoe naar hij eigenlijk was, daarnaast ook zo aantrekkelijk was dat het bijna onmogelijk was. Sareth ging ervanuit dat het ook daadwerkelijk onmogelijk was, en dat hij een goed stuk op weg was geholpen door zijn mutatie, zoals zij dat ook was. Punt was dus dat hij het haar moeilijk maakte haar blik weg te trekken, zoals zij dit teweeg bracht bij anderen, en het was uitermate verwarrend en extreem frustrerend. Zij staarde niet, er werd naar haar gestaard. Sareth aanbad niet, maar werd aanbeden. Ze liet mensen naar haar komen, liet mensen haar op handen en voeten dragen. Andersom kwam niet voor. Het verwarrende was dan ook niet dat dit nu wél gebeurde, maar dat ze zich af en toe in staat voelde om bovengenoemde dingen te doen. Dit laatste op zich was al een geheel nieuwe ervaring, dus de onderdrukking ervan een tweede.

Ze had hem nog niet eerder gezien sinds ze in Sundberg waren gearriveerd, en had hem dus ook nog niet eerder meegemaakt op een punt in haar leven waarop ze iets te doen had (hoewel, het valt te betwisten of de stadsdealer zijn echt viel onder ‘iets te doen hebben’), maar nu hij ineens haar werkleven was komen binnen wandelen, merkte ze pas hoe incompetent ze werd van zijn aanwezigheid. Ze was een dealer, verdomme, ze moest opletten! Ze moest in de gaten houden of 1. mensen haar in de gaten hielden, 2. haar klant al was gearriveerd, en 3. ze niet te lang op dezelfde plek bleef. Al deze dingen deed ze momenteel niet, en zodra ze zich dit besefte beet ze hard op de binnenkant van haar wang om zichzelf te wekken vooraleer ze zoekend de grote ruimte door keek.

Terwijl zij op zoek was naar een bekend hoofd of een capuchon die dit bekende hoofd bedekte, sprak Aëshma: “Gedurfde plek voor het oudste beroep ter wereld. Wat heerlijk gewaagd.” Ze scheurde haar blik weer los van de goddelijke glorie rondom hen om zijn glimlach op te vangen en te zien hoe iedere spier in zijn armen opbolde zodra hij zijn armen over elkaar sloeg. “Ben je niet een beetje oud om koekjes te verkopen? Ik wil anders best een van je lekkernijen aanschaffen, wat is je aanbod?” Zijn glimlach groeide tot een grijns, welke Sareth het liefst van zijn gezicht af sloeg. Niet omdat ze het geen fijne grijns vond, en ook niet omdat ze zichzelf te veel respecteerde om dergelijke uitspraken van een praktisch vreemde te tolereren, maar enkel omdat ze zou willen dat hij eens niets te zeggen had, dat hij eens sprakeloos was. Ze wilde zijn grijns maar als onderwerping aan haar, zijn glimlach als waardering van haar. Nu bestonden ze alleen in zijn trots, zijn eigendunk, zelfliefde en egoïsme. (Dit alles wist Sareth enkel omdat ze zichzelf hierin herkende).

Met iets wat vernauwde ogen keek ze hem aan, maar een kleine glimlach zweefde rond haar lippen en dreigde groter te worden. ‘Wat heerlijk gewaagd.’ Ze wist dat hij waarschijnlijk op een ander beroep doelde en Sareth besloot erin mee te gaan, want – wel, zo was ze nou eenmaal. “Oh, all I ever wanted was your approval, daddy.” Bij dit laatste woord kon ze het niet laten om hem met opnieuw uitdagend, ergens ondeugend, aan te kijken, maar haar toon bleef spottend en sarcastisch. Vervolgens stapte ze op hem af. “En ik ben te oud? Heb je ze liever op girl-scout leeftijd?” ze grijnsde en kwam pas toen ze heel dicht op hem stond tot stilstand. “Je krijgt mijn lekkernijen pas wanneer je ze hebt verdiend – zo doen ze dat met kinderen, toch?” Haar wijsvinger rustte op zijn borstkas.

Vanuit haar ooghoek zag ze een figuur met capuchon door de grote, hoge deuren komen. Ze keek langs Aëshma heen naar de verschijning die bijna evenveel opviel als zij en Aësh momenteel, en toen de figuur haar ook in de gaten kreeg en in een redelijk rechte lijn op haar afstapte, wist ze zoveel als dat hij haar klant was. Ze stapte van de duivelse verschijning af en tuitte haar lippen naar hem in een plagend kusje, waarna ze zich van hem wegdraaide en de klant begroette met een klein knikje. Haar hakken tikten hard op de marmeren vloer terwijl ze zich een weg baande naar het biechthokje, waar het meisje inmiddels al was verdwenen. Voor de ingang bleef ze staan en terwijl de jongen langs haar liep om het bouwsel te betreden, drukte ze hem in een minuscule, amper zichtbare beweging een zakje in de hand terwijl hij in diezelfde beweging een briefje in haar handpalm drukte. Vervolgens maakte ze zich zonder hem in de gehele handeling ook maar een blik waardig gegund te hebben, los van het biechthokje en liet ze hem, het hokje, en alle heiligheid achter zich. Het was altijd op deze momenten dat ze zichzelf het meest voelde. Heupwiegend, met een zelfverzekerde tred, haar hakken die luid tikten op de stenen vloer, haar haren (en zelf in te vullen andere zaken) die zachtjes mee deinsden met haar bewegingen.

Ze passeerde Aëshma, wierp hem in het voorbijgaan een veelbetekenende blik toe, siste, “let’s go,” en bewoog zich vervolgens richting de hoge deuren. Ze keek niet op of om, maar liep in een rechte lijn naar buiten, de trap af, naar haar wagen die praktisch voor de deur geparkeerd stond. 

coded by blair of shine & ooc

_________________
Vincent Dublin | Anthony Bastet | Sareth Levíson | Jezebel Childress | Namika Blanchard
 I'm the Crackspider  
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Aëshma-Daëva Vontalis
avatar
Class 3
Aantal berichten : 49

Character Profile
Alias: Luxuria
Age: 19
Occupation:
BerichtOnderwerp: Re: × Holy Sins ×   wo nov 22, 2017 10:43 am







D
e glimlach op zijn lippen werd breder, de blik in zijn ogen warmer bij de toezegging van Sareth. Ach, hij moest het dan nog wel verdienen, maar de eerstes stap was gezet. Hij bleef ontspannen staan terwijl ze dichterbij was gekomen, was nabijheid van andere lichamen meer dan gewend. De plek op zijn borst waar haar vingertop tegenaan rustte werd warmer onder haar aanraking. ’Ik denk dat zo’n pakje jouw ook beeldig zou staan,’ glimlachte hij warm en gemeend als echt compliment. Hij hoefde dat niet in het echt te zien, om al te weten dat waarschijnlijk alles wat ze aan zou trekken haar prachtig zou staan, inclusief alle alternatieve outfits die langs zijn geestesoog gleden. Ze draaide zich van hem af met een klein afscheidsgebaar. Aëshma bleef staan zoals hij stond en keek haar glimlachend na, zijn blik die rustig over de lijnen van haar lichaam gleden. De galmende tikken van haar hakken vulde de stilte in hem immense gebouw. Op dit moment van de dag was hij uitgestorven, waren zelf de witte kraagjes nergens te zien. Aëshma’s aandacht gleed weg van Sareth en bleef hangen op het immense kruis dat gecentreerd achterin de kerk hing. Daaraan hing het leed van het menselijk ras, gesymboliseerd door het verminkte lichaam en besmeurd door de daden van datzelfde menselijk ras. Aëshma’s gezicht was teruggezakt in een neutrale blik, waarbij de blik in zijn ogen donkerder werd naarmate zijn aandacht langer bij het kruis bleef hangen. Hijzelf was absoluut geen heilige, en de duisternis die hij van jongs af aan in zijn binnenste heeft voelen roeren was hiervan het bewijs. Hoewel hij het zelf nooit duisternis noemde, wist hij dat dit de benaming was wat andere eraan gaven. De roering van deze sluiperige schaduw, die zich in het heetst van de strijd kon uitstrekken in elke zenuw van zijn lichaam en zijn geest over kon nemen, werd roeriger naarmate hij langer naar het beeld keek. Hij had het niet met kerken. De schaapachtige vorm van geloven, met z’n alle op rottige bankjes zitten en liedjes zingen om iets te vereren waar nog nooit enig teken van dankbaarheid of bestaan is gebleken. Je zal het hem nooit hardop horen zeggen, maar diep van binnen was hij ervan overtuigd dat de energie die in dit nutteloze ritueeltje werd gestopt beter in andere aspecten van de wereld gestopt konden worden. Hij zou zich er zelf nooit mee bezig houden, maar veel meer goeds zou er komen in de wereld als dat gebeurde. De tinteling op zijn arm voelde als een tedere steun, de dierlijke vorm van zijn kracht was het met hem eens. De enorme Harpij adelaar, vernoemd naar de Griekse wezens die de doden via de wind naar Hades brachten, voelde als de enige constante steun. Enkel Linnaeus was langer bij hem geweest dan Jezebel. Enkel Linnaeus, vernoemd naar Carl Linnaeus die de Harpij voor het eerst beschreven heeft, had alles met hem meegemaakt. En hoewel hij wist dat Linnaeus niet een compleet op zichzelf functionerend dier was maar gekoppeld was aan zijn eigen wezen, maakte dit feit het echter nog hechter.

Terwijl Linnaeus zich in zijn binnenste roerde en Aëshma zijn blik van het morbide beeld af haalde werd zijn aandacht getrokken door het bekende geluid van de hakken op de stenen vloer die langs kwamen lopen. De donkere trekken in zijn ogen verdwenen in de hervonden beheersing van zichzelf toen Sareth als heerlijke verschijning van iedere man zijn stoutste dromen langs kwam lopen. Waarom hij mee moest wist hij niet, maar een man zou gek zijn als hij deze simpele uitnodiging zou afslaan. En aangezien hij niet gek was, kwam hij enkele tellen later rustig in beweging. Met een rustige tred en een aura van zelfvertrouwen en charme liep hij achter het heerlijke verschijnsel aan. Hij wist zijn eigen effect op mensen, wist dat Sareth in zekere hoogte ook een mutant was maar had haar nooit gevraagd wat haar beter maakte dan het menselijk ras. Want geef toe, hoe kon je er van overtuigd zijn dat het mutant-gen niet superieur was aan het menselijk ras.

Toen hij door de grote, ouderwetse deuren van de kerk naar buiten liep werd hij verblind. Niet omdat de zon zo heerlijk scheen, of door de wonderlijke verschijning van een prachtige vrouw of man. Nee. Voor hem stond een voorwerp wat de meeste mensen zouden omschrijven als een ‘cabrio’. ’..Wat is dít,’ spuwde hij uit, in zijn stem meer verachting dan verbijstering te horen. Sareth had al plaatsgenomen achter het stuur. ’Je gaat me toch niet vertellen dat je hiermee het openbaar mee in durft,’ persoonlijk zou hij het direct naar de schroothoop rijden. Hoewel, hij twijfelde of hij überhaupt achter het stuur gezien wilde worden van dit monster. De enige overtuiging die hij in zichzelf voelde was het feit dat hij geen zin had op naar huis te lopen. ’Als ik je lekkernijen nu nog niet verdiend heb, weet ik het ook niet meer,’ met duim en wijsvinger opende hij voorzichtig de deur aan de passagierszijde, alsof hij bang was dat het elk moment uit zijn scharnieren zou vallen. De twee auto’s die hij thuis had staan waren waarschijnlijk tien keer zo duur als het barrel waarin hij nu voorzichtig plaats nam. Cadeautjes geweest van tevreden partners, met een pas voor de benzine en gratis onderhoud. Terwijl hij instapte was de kracht van zijn mutatie vergroot, wat vooral te merken was aan de voorbijgangers die loerende en smachtende blikken opzij wierpen naar het prachtige verschijning in het barrel. En dan was het niet Sareth. Het was een automatisme bij Aësh. Zodra iets hem niet aanstond zorgde zijn mutatie er vaak voor dat de mensen zich erg gewild voelde om het hem naar zijn zin te maken. Zodoende was dit ook de bedoeling van de versterking van zijn mutatie in deze situatie.





_________________
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Sareth Levíson
avatar
Class 3
Aantal berichten : 116

Character Profile
Alias: Crackspider
Age: 20
Occupation:
BerichtOnderwerp: Re: × Holy Sins ×   za dec 02, 2017 7:56 pm

Sareth Carolyn Levíson
Don't bless me Father for I have sinned


In haar hele handeling met de klant dacht ze na over de woorden waarmee haar gesprek met Aëshma was beëindigd. Hij moest eens weten hoe beeldig zo’n pakje haar zou staan. Hoe beeldig ieder pakje haar zou staan. Terwijl de deal afgerond werd, had ze een lichte glimlach rond haar lippen bij de woorden die door haar hoofd galmden. Ze kon zich geen moment in haar leven herinneren waarbij iemand eerder dit effect op haar had gehad. Het was juist om die reden dat ze zich hier zo bewust van was. Het was zo ongebruikelijk dat ze met iemand in haar hoofd zat. Dat er iemand was die haar zodanig beïnvloedde dat ze zijn woorden in haar hoofd bleef herhalen – dat ze überhaupt nog wist wat hij had gezegd, laat staan in een letterlijk citaat. Zó ongebruikelijk, dat het opvallend was. Zo ongebruikelijk, dat het bijna niet anders kon dan dat hij en zij in zekere mate misschien wel meer op elkaar leken dan ze had gedacht.
 
Waarschijnlijk was het om deze reden dat ze hem gebaarde mee te gaan toen ze aan hem voorbij liep. Zijn aanwezigheid was helemaal niet nodig, en ze waren niet samen gekomen dus hoefden ze absoluut niet samen te vertrekken, maar het voelde bijna als natuurlijk. Tevens voelde het vervolgens direct als een fout die ze had gemaakt, alsof haar masker even weg viel, haar onderbewuste uitsprak wat het eigenlijk wilde, en ze baalde direct dat ze deze ‘fout’ had gemaakt.
 
Hij luisterde wel degelijk naar haar en volgde haar naar buiten. Toen hij eenmaal de deuren door was, stond zij al bij haar wagen. De reactie op zijn gezicht bij het zien van haar auto sprak niets dan walging en ongeloof. “… Wat is dit,” klonk zijn stem.
 
Sareth haalde haar schouders op en stapte in. “Je gaat me toch niet vertellen dat je hiermee het openbaar in durft,” hoorde ze zijn stem nog. Sareth lachte alleen maar en gooide haar eigen deur dicht. Als hij niet mee wilde, prima. Ze kon zich immers niet herinneren dat ze hem een lift had aangeboden. Ze had slechts laten weten dat ze weg moesten uit de kerk. Terwijl hij de deur open maakte alsof het het meest gevaarlijke was dat hij ooit had gedaan, zei hij, “als ik je lekkernijen nu nog niet verdiend heb, dan weet ik het ook niet meer.”
 
Sareth had haar gordel omgedaan en de motor gestart, en keek nu uit het raam om te zien of er iets aan kwam. Dit laatste was niet het geval, maar de vele blikken die ze – of eerder hij – kregen, vielen haar wel degelijk op. De blikken waren.. verlangend, smachtend. Ze voelde een vreemde, moeilijk te plaatsen dubbele steek van jaloezie. Aan de ene kant kende ze deze blikken als geen ander en hoorden ze op haar gericht te zijn. En aan de andere kant voelde ze hoe het haar bijna dwars zat dat zij naar hem keken, alsof het haar iets kon schelen dat hij deze aandacht ontving. Ze keek opzij, naar de jongeman op de bijrijdersstoel, en voelde een beangstigend intens gevoel van… van wat? Alsof ze hem alles wilde geven waar hij om vroeg. Alsof hij inderdaad haar ‘lekkernijen’ – wat een verschrikkelijk woord trouwens – verdiend had door simpelweg bij haar in de auto te stappen. Nu kon ze niet gaan doen alsof ze ineens hoge standaarden had en alsof ze nooit mensen voor minder had geaccepteerd, maar hier was het nou eenmaal anders. Er speelden meerdere processen en Sareth had in de gaten dat de behoefte om hem te behagen onmogelijk kon voortkomen uit haarzelf. Zoiets voelde ze simpelweg niet. Sareth was werkelijk waar egoïstischer dan ze ooit iemand had gezien.
 
Het kostte haar alle moeite van de wereld, maar ze wist haar blik van hem af te draaien en haar hoofd te schudden. “Als mijn schroothoop je niet aan staat, ben je vrij om te wandelen,” sprak ze en ze gebaarde naar de stoep. Haar stem klonk echter niet zo sterk als hij dat meestal deed en hierom haatte ze zichzelf. Om haar aandacht hiervan af te leiden, haalde ze een sigaret uit het pakje dat op het dashboard lag en draaide ze het raam van de oude mustang naar beneden. Ze stak de sigaret aan en reed van de parkeerplaats weg.
 
“Ik weet niet wat jouw plan is, maar ik moet eerst nog iets regelen –“ Ze keek van de weg naar de bijna artistieke perfectie op de stoel naast de hare en vervloekte zichzelf dat ze in dergelijke termen dacht. Haar voorhoofd vertrok even – bijna onzichtbaar – in een frons, en ze drukte het gaspedaal dieper in. Ze kon zich onmogelijk voorstellen dat het een goed idee was dat hij hier nu was en terwijl ze haar sigaret rookte en geen enkele stap maakte om hier daadwerkelijk iets aan te doen, voelde ze hoe ze dit eigenlijk helemaal niet wilde. En hoe ze het tegelijkertijd meer wilde dan wat dan ook. En zoals gewoonlijk, ging Sareth voor de keuze die ongetwijfeld het slechtst voor haar was. “Maar daarna ben ik vrij.”

coded by blair of shine & ooc

_________________
Vincent Dublin | Anthony Bastet | Sareth Levíson | Jezebel Childress | Namika Blanchard
 I'm the Crackspider  
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud
BerichtOnderwerp: Re: × Holy Sins ×   

Terug naar boven Go down
 
× Holy Sins ×
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Prophecy Of Fate :: Sundberg :: Church-
Ga naar: