INDEX GUIDE RULES GROUPS MEMBERS

Deel | 
 

  NEVER BE AFRAID [NORAH MORGAN]

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Ga naar beneden 
AuteurBericht
Araluen Fowler
avatar
Class 1
Aantal berichten : 14

Character Profile
Alias: Ocelot
Age: 10 Years
Occupation:
BerichtOnderwerp: NEVER BE AFRAID [NORAH MORGAN]   za aug 06, 2016 9:53 pm

Het was als een doodnormale dag begonnen. Een dag als elke andere dag. Haar moeder die ook wel bekend stond als Kaedee, wekte haar altijd net voor zonsopgang. Dan gingen ze samen aan het werk, vaak in de prachtige exotische natuur van Hawaï. Haar moeder had geen echte baan, nu geen betaalde baan. Ze had wel beschikking tot enorme kennis over de natuur en alles dat eetbaar was. Van giftige bessen tot aan helende planten aan toe, haar moeder wist alles. In het begin was het nogal verwarrend geweest voor Araluen; de reden waarom ze zo geheimzinnig leventje leidden. Haar moeder was over beschermend en liet haar nooit, maar dan ook echt nooit alleen het huis uit gaan. Zeker niet zonder een waarschuwing over de grote boze wereld, de wereld vol gevaren. Araluen mocht zelfs niet voor een postbode de deur open doen. Het huisje waarin ze woonden, wat eigenlijk meer een hutje was, een iel, klein maar knus ding, was afgelegen van het grootste deel van de bevolking. Zo nu en dan waagde een toerist zich in de buurt van hun hut, maar altijd zorgden ze ervoor dat ze niet opgemerkt werden. Nu het zomer was, de dagen langer werden en de nachten minder koud, waren er ook meer toeristen die Hawaï bezochten, een deel van hen had een bijzondere aandacht voor de natuur. Nu, ze hadden niet altijd respect voor de natuur, niet de respect die Araluen had leren hebben voor alles dat groeide en leefde. De normale mensen waren niet bewust van alles wat de wereld geven kon, ze waren enkel uit op wat kortdurend geluk in de bossen en andere natuurgronden van Hawaï. Daar waar de rust nog heerste tenminste. Er waren immers ook vele gelegenheden voor toeristen om te feesten, helemaal los te gaan. Maar die waren vooral in de buurt van de grote steden. Niet waar zij woonden, niet verborgen in het woud, in de natuur. Het hutje ging vaak helemaal op in het niets. De meeste mensen zouden het niet voor een tweede keer kunnen vinden. De kleuren van het hutje waren als schutkleuren, zichtbaar als iemand wist waar er naar gezocht moest worden, maar onzichtbaar als iemand niet van het bestaan en van de plek afwist.

Nu was de dag dan wel tamelijk normaal begonnen, Araluen en haar moeder waren niet voorbereid geweest op het bezoek dat ze zouden krijgen. Een toerist, een man die volgens haar de naam Darren droeg, was tijdens zijn klim op de vulkaan flauw geworden. Bleek in zijn gezicht geworden, en als een aardappelzak naar beneden op de grond gevallen. Araluen was niet echt in de buurt geweest, ze hield zich meestal afzijdig, zelfs als ze de waarschuwingen van haar moeder niet duizenden malen had gehoord, zou ze nog steeds niet zo snel dichtbij een van hen zijn gekomen. Een paar van de andere toeristen, want ze waren in een groepje van drie of vier gekomen, waren in paniek geraakt. Zoekend naar bereik voor hun telefoons, die ze natuurlijk niet hadden gevonden, hadden ze om hulp geroepen. Haar moeder had het gehoord en haar gewaarschuwd niet zomaar naar de wildvreemde mannen toe te lopen. Zelf was ze naar beneden gegaan om de mensen een handje te helpen. De mannen, die zich aan haar moeder voorstelden als Alex, Warren en Baldwin waren tamelijk achterdochtig. Voor de meeste toeristen was het namelijk niet bekend dat er nog mensen in de ongerepte natuur woonde. Dat liet bij vele meteen al een alarmbellen rinkelen, zo ook bij de man die Warren heette. Hij zonderde zich af van de rest en ging op zoek naar een beter bereik voor zijn gloednieuwe telefoon. De bruine ogen van Araluen volgden hem wantrouwend, haar intuïtie waarschuwde haar al. Die man was niet te vertrouwen, onbewegelijk bleef het jonge meisje zitten, haar ogen groot van angst. Haar moeder, haar lieve moeder met enkel goede bedoelingen had zich onbewust in de nesten gewerkt. Natuurlijk had Kaedee het wel door, ze zou ook nooit zomaar iemand die uit het niets kwam vertrouwen, toch hoopte ze maar dat het tot een goed einde zou komen. Het warme hart dat Kaedee altijd had bezeten had er vaker voor gezorgd dat ze als ze zich gedeisd hield relatief lang op een plek kon blijven wonen. Intussen had Warren duidelijk een signaal gekregen, een nummer ingetoetst en de telefoon naar zijn oor gebracht. Hij wuifde de vragen van Araluen's moeder weg, wie hij zou bellen, dat wist enkel hij. De politie was misschien het beste, straks had die rare vrouw zijn broer Darren behekst, niemand kon het weten met die gemuteerde mensen. Als dat wel mensen waren, gevaarlijk genoeg zou ze zijn. Het beste was als ze achter de tralies belandde, waar ze thuishoorde.

De volgende uren gingen in een waas voorbij. Eerst gebeurde er weinig, behalve dan dat Darren bijkwam. Daarna was er wat geruzie tussen de reizigers, die argwanend naar haar moeder keken. Haar moeder negeerde hen gewoon, terwijl ze richting Araluen liep, ze paste natuurlijk wel op. Tot nu toe was haar dochter niet in het vizier geweest van die mannen en dat kon ze beter zo houden ook. Wie weet waren ze niet te vertrouwen, ondanks haar hulp en dat zat ook haar kleine meisje met de gebakken peren. Met een enkele korte blik naar haar dochter toe, gaf haar moeder een boodschap aan haar door, blijf verstopt. Hierna ging haar moeders aandacht weer uit naar de toeristen. Uiteindelijk was het een poosje stil en had Araluen zich lopen vervelen. Haar moeder bleef maar bezig met die enge mannen, waaronder Warren waar ze inmiddels misschien wel een gloeiende hekel had gekregen. Niet dat ze iemand kon haten, dat zat gewoon niet in haar, maar ergens was ze erg bang voor hem en voelde ze zich bedreigd. Zijn gevoelens, de gevoelens die van hem als wezen af leken de druipen waren angst, woede en onmacht. Drie emoties die Araluen als gevaarlijke combinatie had leren kennen. Ze kon haar empathie nooit onder controle houden en zo wou het nu dan ook niet. Het liefste had ze dat gedaan, dan had ze zich nog in een waan van veiligheid kunnen houden. Seconde en minuten tikten voorbij totdat ze ineens een rommelend geluid van een voertuig hoorde. Daar door de bosjes heen was een opvallend voertuig waarin mannen in pak zaten. De politie, haar hart klopte in haar keel terwijl ze zich dieper in de bossen verstopte. Ze kwamen naar haar moeder toe, die niets deed enkel stil bleef staan. Ze rende niet, ze vocht niet maar liet zich in alle rust en stilte meenemen. Ze kon niets, ze kon de politie niet overtuigen dat ze niets had gedaan. Ze zouden haar niet geloven tegenover drie of vier andere mannen. Mannen die haar als een gevaar zagen, daarbij wou ze haar dochtertje niet nog angstiger maken dan ze waarschijnlijk al was. Ze keek nog een keer achterom en zag Araluen in een van de eeuwenoude bomen zitten, voordat ze hardhandig in een auto werd gestopt. Een politieman haalde een hond uit de auto voordat hij hem een commando gaf. Het welbekende commando zoek.

Dit zorgde voor de situatie waarin Araluen zich nu bevond. Rennend voor haar leven, haar vrijheid met een politieagent op haar hielen. Ze wist dat ze haar gave moest gebruiken, die waarmee ze kon communiceren met dieren. Misschien kon de hond haar helpen, maar hij was zo beangstigend en indrukwekkend dat ze zich niet lang genoeg kon concentreren om de gedachten van haar over te brengen op het dier. Toch gaf ze niet op, zigzaggend rende ze door de bossen heen totdat ze op een tamelijk begroeide plek kwam, die ze zo goed als haar eigen duim kende. Kom niet hier... GA! Was de enige tekst die ze met moeite de hond zijn gedachten in kon brengen. Gelukkig leek hij niet zo erg moeilijk om mee te communiceren want het moment dat ze in haar gedachten naar hem toe riep, draaide hij zich om en rende hij de andere kant op, zijn baasje met zich mee sleurend een ander deel van het bos in. Daar waar ze niet zat. Hijgend haalde ze adem terwijl ze trillend bleef zitten. Waar was haar moeder en hoe lang zouden de agenten de omgeving nog in de gaten houden. Ze wist het niet, het enige dat ze wist was dat ze haar moeder wou, dat ze haar enige ouder die ze kende nodig had, en niet een klein beetje ook.  Pas naar enkele minuten was ze in staat om op haar uitgeputte benen te staan en zich rond te bewegen, de adrenaline verliet haar lichaam me zo'n snelheid dat ze wist dat ze op instorten stond. Alles wat de afgelopen uren was gebeurd speelde zich voor haar ogen af, opnieuw en opnieuw en opnieuw. Met wankele passen wist ze zich een weg te banen naar een andere afgelegen plek, ze durfde niet naar de hut terug te gaan. Daar krulde ze zich op tegen een boom aan terwijl ze zichzelf in slaap huilde.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Norah Morgan
avatar
Aantal berichten : 26
BerichtOnderwerp: Re: NEVER BE AFRAID [NORAH MORGAN]   zo aug 07, 2016 5:52 pm

Het was niet de eerste keer dat Norah een mutant ging ophalen. Het was echter, wel de eerste keer dat ze dit alleen deed. Met haar handen rond de reling geklemd, stond ze op het voordek van het relatief kleine motorschip dat met een rotvaart door de golven vloog. Om te voorkomen dat de harde wind haar donkere haren steeds weer in haar gezicht blies, had ze die in knotje gebonden. Haar gezicht stond strak, terwijl ze de energie uit het water trok en in de motor van de boot liet gaan. Niet zo veel dat het schip het zou begeven, maar genoeg om de boot nog iets harder te laten gaan. Even leek ze op de vrouw die ze lange tijd geweest was, de empathische, maar rationele officier bij de landmacht in de functie van psychiater. Jackson, de man achter het roer, leek dat ook door te hebben want hij bleef opvallend stil terwijl hij haar gade sloeg. Alsof hij door had dat ze op het moment niet de lieve, zorgzame psychiater was die ze al sinds haar komst op het eiland was geweest. Norah trok nog iets meer energie uit de stroming van het water en liet het weer in de motor van het schip glijden. Er was geen tijd te verliezen, dat had Jamie haar heel duidelijk gemaakt. Een paar uur terug hadden ze de boodschap ontvangen dat er een mutant was opgepakt. Een vrouwelijke mutant met een dochter van tien jaar, die zich waarschijnlijk ten tijde van het incident in het woud schuil had gehouden. Het was die dochter waar Norah voor kwam. Hoe graag ze de moeder van het meisje ook zou willen helpen, dat was niet aan haar. Het was aan haar om Araluen – zoals het meisje heette – veilig naar Genosha te krijgen.

Aan de horizon werd een lijn zichtbaar; land. “Dit is een record denk ik.” bromde Jackson tevreden, terwijl hij zijn pet nog iets verder over zijn hoofd trok waardoor zijn gezicht nu geheel in de schaduw lag. Norah draaide zich een naar hem om, zodat ze met haar rug tegen de reling kwam te staan. “Toch handig zo’n extra accu.” zei ze met een knipoogje. “Denk je dat je haar makkelijk kan vinden?” Met zijn hoofd een tikkeltje schuin keek de man haar van onder de klep van zijn pet aan. “Ik hoop het, maar dat bos is groot en Kaedee heeft haar dochter klaarblijkelijk aangeleerd dat de wereld een gevaarlijke plek is.” Herhaalde Norah het geen wat Jamie haar eerder had gezegd. Waarom het schoolhoofd juist haar had uitgekozen wist ze niet precies. Waarschijnlijk een samenloop van omstandigheden; de naderende omstandigheden waardoor de schoolhoofden zelf andere verplichtingen hadden en de trainingsdocent hard nodig was op het eiland. Bovendien was Norah niet voor niets de psychiater van het eiland en wist ze goed hoe ze met emotioneel kwetsbare mensen om moest springen. Iets wat op een moment als deze van groot belang kon zijn. Het meisje was waarschijnlijk bang, verward en verdrietig. Als de boodschap die ze hadden ontvangen correct was, was het meisje nu al vijf uur alleen.

Norah was over de reling heen geklommen, maar hield die met haar linker hand nog stevig vast. In haar rechterhand hield ze het voorste landvast. Jackson had het schip handig de jachthaven in gemanoeuvreerd en deed nu een geslaagde poging hem in een box vlak bij de uitgang te krijgen. Kort hadden ze overwogen het schip ergens langs een verlaten stuk kustlijn te leggen, maar daar zouden ze hoogstwaarschijnlijk meer zijn opgevallen dan in de drukke jachthaven. Behendig sprong Norah op de kade en wierp ze het landvast rond de kikker. Jackson had onderhand de motor afgezet en was even als haar met een landvast van boort gesprongen. Binnen enkele minuten lag de boot stevig vast en kon zij opzoek gaan naar Araluen. Jackson bleef bij het schip en zou er voor zorgen dat ze als het nodig was, van een andere locatie zouden kunnen vertrekken. Norah stak de telefoon die hij haar toewierp weg in haar broekzak en begon in de richting van het aan de jachthaven aangrenzende stadje te lopen. Als de informatie die ze hadden gekregen klopte, dan zou het meisje zich in de wouden ergens achter het stadje bevinden. De vraag was alleen waar.

Op de motor, die ze na kort geaarzeld te hebben had gehuurd, reed Norah zo snel als ze kon door de steeds onbegaanbaardere jungle. Haar mutatie had ze zo wijd als ze kon afgesteld en bij iedere grote energiebron minderde ze even vaart. Waar zou het meisje zich verstopt hebben en hoelang zou het duren voor ze haar zou vinden? Die vraag werd sneller beantwoord dan ze had verwacht. Een dertig meter bij haar vandaan, bevond zich een energie bron die haast perfect overeen kwam met die van een tienjarige. Onmiddellijk liet ze de motor af slaan, in de hoop dat het meisje het nog niet gehoord zou hebben en het op een renen zou zetten. Vluchtig stak ze de sleutels van het voertuig in haar zak en begon ze in de richting van de energiebron te lopen. Haar donkere haren vielen golvend over haar schouders, toen ze het elastiekje uit haar haar trok en die rond haar pols schoof. Met losse haren zag ze er al direct wat zachtaardiger uit en die zachtaardig uitstraling zou nu wel eens van pas kunnen komen. “Araluen?” vroeg ze rustig, op het moment dat ze zeker wist dat ze zich op gehoorafstand van het meisje bestond. “Ik ben Norah. Ik kom hier om je te helpen, niet om je pijn te doen.” Ging ze op dezelfde vriendelijke toon verder, terwijl haar ogen nog steeds zochten naar het jonge meisje.

_________________

Holding on to anger is like grasping a hot coal with the intent of throwing it at someone else;
you are the one who gets burned.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Araluen Fowler
avatar
Class 1
Aantal berichten : 14

Character Profile
Alias: Ocelot
Age: 10 Years
Occupation:
BerichtOnderwerp: Re: NEVER BE AFRAID [NORAH MORGAN]   zo aug 07, 2016 7:21 pm

Het was altijd gevaarlijk om op een onbewaakt moment in slaap te vallen, zeker als er een kloppenjacht bezig was. Een jacht op de jonge mutant die zich had weten te redden, tot op het moment vna ontsnapping aan toe. Haar moeder had zich relatief gewillig mee laten nemen, door mannen die doorgingen als de politie, nu eerder de politie voor iedereen die geen mutatie had. Toch was het meisje te emotioneel en moe geweest om langer wakker te blijven dan ze had gedaan, immers was het een zware dag geweest, en nam niemand het haar waarschijnlijk kwalijk dat ze geen poot meer had om op te staan. Zelfs als ze het nog kon, had ze al jong geleerd dat ze energie moest bewaren voor een cruciaal punt, onverwachte gebeurtenissen. Als ze helemaal en totaaal uitgeput was kon ze zichzelf niet beschermen, dat kon ze nu ook nauwelijks, ze had vooral geluk gehad. Daarbij was haar moeder het voornamelijke doel geweest van de mannen die naar haar zochten. Mannen die haar moeder hadden afgepakt, en haar veiligheid. In plaats van verbitterd te raken was Araluen vooral angstig en verward. Iets wat natuurlijk niet ongekend was in haar situatie, ze wist dat ze niemand kon vertrouwen, behalve haarzelf. Ze was nu echt alleen, tenminste dat verwachtte ze. Nu was ze alleen geweest toen ze enkele uren daarvoor in slaap was gevallen, half dommelend hoorde ze ineens iemand naderen. Ze was te moe om een vin te verroeren dus deed ze niets. Ze bleef gewoon opgekruld liggen zoals ze daarvoor al lag, en ademde rustig in en uit. Het had volgens haar geen zin om zichzelf op te winden terwijl ze toch al nauwelijks energie genoeg had om op te staan. Een motor was abrupt afgeslagen, een motor die niet klonk zoals de auto waarmee de politie was gekomen, dat was ergens wel een opluchting ook al bleef het jonge kind natuurlijk op haar hoede. Zachte voetstappen kwamen naderbij, steeds dichter en dichter; waardoor ze bijzonder veel moeite moest doen stil te blijven liggen en niet ineens omhoog te schieten, de boom in te klimmen en om zich daar dan te verschuilen. "Araluen?" Vroeg een rustige stem, waardoor ze voorzichtig bewoog. Heel even stond een pijnlijke uitdrukking op haar gezicht, die ze zo snel mogelijk en zo goed mogelijk als een tienjarige het kon weer verborg. Haar bruine ogen, die wat weg hadden van die van een vriendelijk hert staarden de vrouw aan. Toch bracht ze haar blik niet naar de ogen van de vrouw, nee ze keek eerder naar de grond. Onzeker beet ze op haar lip, waarna ze langzaam en met enige moeite overeind kwam. Al haar spieren deden zeer, ze was moe en had het ergens ook koud, ondanks dat het eigenlijk best warm weer was. Toch hoorde niemand haar klagen, ze was al lang blij dat ze de politie voorlopig op het verkeerde been had gezet en niet was gevonden door ze terwijl ze sliep. Toch wist ze niet in welke categorie de vrouw voor haar behoorde, de goede of de slechte. "Ik ben Norah. Ik kom hier om je te helpen, niet om je pijn te doen." Sprak de onbekende vrouw verder, nog steeds vriendelijk en rustig. Iets dat langzaam op het verwarde en vermoeide meisje aansloeg. Heel langzaam keek het meisje op, haar bruine ogen zochten naar iets in de ogen van de vrouw. Iets dat ze kon vertrouwen, waarop ze kon reageren. Misschien naar de waarheid, ze zocht naar veiligheid.

Nu was het jonge kind er natuurlijk nog niet over uit of de vrouw voor haar wel veiligheid representeerde. Of ze haar wel wou helpen, was nou ook maar net de vraag. Haar moeder had haar altijd afgescheiden gehouden van de rest van de mensheid, wat natuurlijk in deze situatie ook niet hielp. Daarbij was ze te vermoeid om goed na te denken en erg bang en schrikachtig. Elk moment konden er slechte mensen komen, tenminste dat was zover als ze zelf kon denken. Zover als ze begreep, gevaarlijke mensen. Dezelfde mensen als die haar moeder hadden meegenomen. Langzaam stond ze op, haar benen trilden onder het lichte gewicht dat haar lichaam bedroeg. Ze leunde vermoeid tegen de boom aan, de pijn van het verlies maar misschien ook wel van haar oververmoeide lichaam duidelijk afleesbaar op haar gezicht. Dat was een ding waar ze niet goed in was, haar gezichtsuitdrukkingen verbergen. Ze vertelden bijzonder veel over haar, zelfs als ze niet sprak zoals nu. Iemand hoefde maar heel even in haar aanwezigheid te zijn om haar manier van doen en denken te leren kennen. Iemand hoefde geen telepathie te beschikken om te weten dat ze wantrouwend was, en zocht naar een bevestiging. Een bevestiging dat ze de vrouw kon vertrouwen. Langzaam tilde ze een van haar armen op, terwijl ze een van de takken boven haar hoofd vast greep. Als het nodig was kon ze door te klimmen zo buiten het bereik van de vrouw blijven, tenminste ze hoopte dat dat het geval zou zijn. De meeste mensen klommen niet zo soepel en makkelijk als zij dat deed. Ze had dan ook al aardig wat ervaring en tijd verstreken in de boomtoppen. Het was haar tweede thuis, tenminste zo zou ze het bijna kunnen noemen. Normaal zou ze de koelte in de bomen voor lief nemen, prettig vinden maar het uitgeputte meisje had het nu vooral koud. Kippenvel stond op haar armen terwijl ze twijfelend haar arm weer liet zakken. Ze zou waarschijnlijk toch niet voldoende kracht meer over hebben om zichzelf omhoog te heisen.

Geblaf van een hond trok de aandacht van het arme kind. Met grote ogen staarde ze richting het geblaf om kort daarna een reusachtige herdershond op haar af te zien stormen, nog steeds aan de lijn maar zonder politieagent. Een klein glimlachje was tijdelijk op haar gezicht te zien, terwijl de hond langzaam naderde. Ze hield haar ogen op het dier gericht, onafgebroken. Rustig bleef ze staan terwijl ze wantrouwend naar de vrouw keek. Als de hond in de buurt was, zou de politie dat dan ook zijn? Met enige moeite probeerde ze weer in contact te komen met het gevaarlijk getrainde dier. In de hoop voor een oplossing te kunnen zorgen. Gelukkig leek het er niet op gebrand te zijn om haar iets aan te doen, het kwispelde alleen. Dit betekende niet dat ze de situatie vertrouwde, langzaam maar zeker wist ze in verbinding te komen met het trouwe dier, of voormalig trouwe dier en haar gedachten op hem over te brengen. Enkele luttele seconde later rende het weg, nadat het kort gegromd had. Met een trillende zucht leunde ze weer wat meer tegen de boom aan. De koelte van de stam leek bijna door haar kleding heen te rijken, haar bruine ogen stonden wazig terwijl ze de vrouw nog een keer in zich opnam.

Een vriendelijk en betrouwbaar gezicht, met lange haren die om haar gezicht heen vielen. Los in plaats van in een staart of vlecht. Ze slikte hoorbaar voordat ze langzaam richting de vrouw liep. Als de vrouw de waarheid sprak zou ze vast meer weten over de situatie waarin ze was belandt. Ze verwachtte enkel niet dat ze iets over haar moeder zou weten, al hoewel het was ook wel apart geweest dat ze haar naam kende. Haar aansprak zoals enkel haar moeder in haar relatief korte leventje had gedaan. Met een onhandige en wankelende stap, zoals een die enkel een jong kind kon maken die net had leren lopen, liep ze langzaam op de vrouw af. In een waas van tranen, en angst kwam ze snel dichterbij. Wat de vrouw bood was misschien wel haar enige kans op veiligheid, eentje die ze nu instinctief aannam. Langzaam rekte ze haar rechterhand uit waarna ze een van de handen van haar vast pakte. Ze sloot haar ogen terwijl ze trillend tegen haar aan kroop. Te moe om een gesprek aan te gaan en wat te zeggen. Daarbij was ze van naturen ook al verlegen aan gelegd en liet ze niet zo snel informatie los. Nu had ze verwacht al uit gehuild te zijn over wat er was gebeurd en leek de adrenaline ook niet meer in bezit van haar lichaam te zijn, maar toch reageerde haar lichaam nog duidelijk op de situatie. Het onafgebroken trillen van haar lichaam gaf aan hoe bang ze was, hoe erg de ervaring haar had geraakt, niet dat het gek was. De enige die ze kende was zomaar ineens verdwenen. Tranen hoopten zich op in haar heldere ogen, waarna ze haar gezicht verborg in de kleding van de vrouw en stilletjes tegen haar warmte aan gekropen bleef staan. Ze leunde bijna zwaar tegen Norah aan, haar lichaam duidelijk verzwakt door de hele achtervolging en het herhaaldelijk gebruik van haar mutatie. Een zwakke mutatie die ze enkel op het nippertje en net sterk genoeg had kunnen gebruiken. Met haar linkerhand had ze inmiddels de bovenkleding van de vrouw angstvallig stevig vaste gepakt, heel even keek ze op. De wirwar van emoties zichtbaar op haar gezicht, zo herkenbaar als een waterdruppel in een regenbui. Degene die vooral naar voren kwamen was angst, wantrouwen, verdriet en pijn.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Norah Morgan
avatar
Aantal berichten : 26
BerichtOnderwerp: Re: NEVER BE AFRAID [NORAH MORGAN]   di aug 09, 2016 6:12 pm

Het meisje veilig en wel naar Genosha krijgen, dat was haar opdracht. Een opdracht die tot nu toe voorspoedig verliep, maar Norah was zich er van bewust dat het tij ieder moment kon keren. Als Araluen haar als bedreiging zou zien, was de kans groot dat het op een achtervolging aan zou komen; iets wat de psychiater het liefst wou voorkomen. Niet omdat ze het meisje uiteindelijk niet te pakken zou krijgen, maar omdat ze het kleine kind niet nog meer angst aan wou jagen. Het meisje was op z’n minst al vijfenhalf uur op zichzelf aangewezen, na te hebben gezien hoe haar moeder werd mee genomen. Althans dat was wat hun bronnen hen hadden gezegd. Norah vroeg zich af wie die bronnen waren en hoe betrouwbaar de informatie was, maar ze had er niet naar gevraagd. De zaak was te urgent om haar twijfel over de bron mee te laten wegen in haar beslissing om te gaan. Als de ware militair, die ze in hart en nieren nog steeds was, had ze het verzoek van Jamie direct opgevolgd. Iets wat misschien maar goed was ook, want als zij niet had gekund dan was Howard er waarschijnlijk op uit gestuurd. Hoewel Norah, de aardige en intelligente man met zijn enorme afro zeker mocht, wist ze dat hij niet de beste docent was om een tienjarige op te halen. Met al zijn goed bedoelde lompheid, was de kans groot dat hij het kind zou hebben af geschrokken.

De kleine energie bron bewoog lichtjes, bij het horen van Norah’s stem. Waarmee Norah’s vermoeden werd bevestigd dat de energiebron Araluen was. Langzaam liep ze naderbij, ze wou ten alle tijden voorkomen dat het meisje haar als een bedreiging zou zien. Haar ogen troffen de bruine kijkers van het jonge kind en voor een moment bleef ze stil staan. Er lach een geruststellende blik in haar donkere ogen. Behoedzaam had ze haar handen iets opgeheven, zodat het meisje kon zien dat ze geen wapen vast had. Overigens droeg Norah wel een wapen, ze had het kleine pistool weg gestoken achter haar broekriem waarover haar losse donkere blauwe blouse hing. De reden dat ze en wapen droeg was simpel; er werd jacht gemaakt op mutanten en ze wou geen aandacht op zichzelf of het meisje vestigen. Als het op een confrontatie met de politie aan zou komen, wou ze niet dat ze zouden weten dat ook zij mutanten waren. Het meisje was wat moeizaam overeind gekomen. Het was duidelijk te zien dat ze moe was. Zowel aan haar gezicht, als haar energielevel. Norah stond nog steeds stil, keek naar het jonge meisje dat langzaam haar ogen weer op zocht. Er verscheen een klein, geruststellend glimlachje op haar gezicht. Haar handen liet ze langzaam naast haar zij zakken, waardoor ook haar houding nu iets zachts kreeg. Norah was zich er sterk van bewust dat ze zich niet moest overhaasten als ze het vertrouwen van het meisje wou winnen. Het kind was moe, verward, bang en bovenal verdrietig. De kleinste beweging kon er voor zorgen dat ze het op een hollen zou zetten. Heel langzaam hief Araluen haar handen op, omvatte de tak vlak boven haar hoofd om zo nog een tweede ontsnappingsroute te creëren; de bomen in.

Het stille staren tussen Araluen en Norah werd verbroken, door het geblaf van een hond. Norah keek, evenals het meisje op, om te zien hoe de enorme politie hond op hen af kwam stormen. Het dier trok zijn riem los achter zich aan en een snelle scan met haar mutatie zei Norah dat de politie ver weg of in elk geval niet dichtbij genoeg om op haar radar te verschijnen. Kort overwoog ze om door middel van haar mutatie de hond uit te schakelen, maar ze wist dat dit op zou vallen als zijn eigenaar hem later zou vinden. Juist op het moment dat ze dat risico voor lief wou nemen, liet de hond een korte grom horen om vervolgens rechtsomkeert te maken. Norah liet haar donkere ogen terug naar het meisje gaan, zich er van bewust dat zij verantwoordelijk was voor het aftreden van het dier. Vermoeid ging Araluen tegen de boom aan staan, haar blik weer op Norah gericht. “Je kunt me vertrouwen Araluen.” zei Norah op de vriendelijke toon die haar eigen was. Een gegeven, dat ook bij het meisje langzaam leek door te dringen want ze maakte zich los van de boom en begon in de richting van Norah te lopen. Haar passen waren wankel, als die van een jong hert. Het was duidelijk dat de afgelopen uren slopend voor haar waren geweest. Toch liep Norah niet op haar af, om de simpele reden dat ze het kind niet af wou schrikken nu die haar eerste toenaderingspoging deed. Een zachte bijna moederlijke glimlach verscheen op haar gezicht, toen het meisje haar hand beet nam. Behoedzaam sloeg Norah haar armen om Araluen heen toen die tegen haar aan kroop. Haar kleine lichaam trilde onophoudelijk en haar gezicht had ze verborgen in Norah’s kleren. Zacht streek de vrouw door de rossige krullen van het meisje. “Het komt goed.” zei ze zachtjes. Voor een moment bleef ze gewoon zo staan, met haar armen om het trillende meisje heen.

Na een paar minuten liet ze het meisje voorzichtig los en zakte ze iets door haar knieën zodat ze op oog hoogte kwam. Haar handen had ze zachtjes rond de bovenarmen van het meisje gerecht, zodat ze niet al de beschermende warmte die Norah haar zojuist geboden had direct zou verliezen. “Araluen, je bent verschrikkelijke sterk geweest de afgelopen uren maar je moet nog even volhouden.” begon ze op een zachte, geruststellende toon. “De politie die je moeder heeft mee genomen, is waarschijnlijk nog steeds opzoek naar jou en we moeten je hier weg zien te krijgen voor ze ons vinden.” ging ze verder, terwijl ze het gezicht van het jonge meisje nauwlettend in de gaten hield. “Er is een plek waar je veilig bent, waar je in elk geval kunt blijven tot je moeder weer vrij is. Het is een eiland speciaal voor mensen zoals jou en mij, mensen met gaven.” Norah was zich er van bewust dat het een heleboel informatie in één keer was, maar ze wist ook dat ze het meisje waarschijnlijk niet mee zou kunnen krijgen als ze haar niet zij waar het op stond. Het was duidelijk dat ze wantrouwig was naar mensen en hoewel ze de veiligheid van Norah’s armen had opgezocht, was er nog altijd een kans dat ze zich zou bedenken.

_________________

Holding on to anger is like grasping a hot coal with the intent of throwing it at someone else;
you are the one who gets burned.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Araluen Fowler
avatar
Class 1
Aantal berichten : 14

Character Profile
Alias: Ocelot
Age: 10 Years
Occupation:
BerichtOnderwerp: Re: NEVER BE AFRAID [NORAH MORGAN]   wo aug 10, 2016 3:00 pm

Bij het horen van een stem, die haar naam riep was ze natuurlijk wel even verbaasd geweest. Ze was niet bepaald een bekend persoon, ze kwam nauwelijks uit de bossen; tenzij haar moeder haar toestemming gaf om op onderzoek uit te gaan of ze naar een kleine plaatselijke winkel moesten. Zelfs daar wisten de meeste mensen niet haar echte naam, haar moeder had haar aan geleerd geen belangrijke informatie prijs te geven, aan niemand niet. Elk woord dat ze zei, elke actie die ze ondernam kon iemand ooit tegen haar gebruiken. Dit was dan ook de voornaamste reden dat ze haar mutatie nauwelijks gebruikte. Zelfs niet als ze dacht op zichzelf te zijn. Want er waren genoeg verstop plekken in een bos zo groot als deze, verstop plekken die niet alleen zij gebruikte maar misschien ook anderen. Ze kon nooit weten wanneer het veilig was, dus was het beter om zo goed en kwaad als het kon op zichzelf te blijven. Nu kon een tienjarige natuurlijk niet voor zichzelf zorgen, daar had ze tenminste een volwassene voor nodig. Een voogd of een ouder, ze kende dan wel veel van de natuur maar het was natuurlijk wel de vraag of het voldoende was. Deze troosteloze gedachten waren natuurlijk ook bij het angstige meisje op gekomen. Als haar moeder niet terug kwam was ze echt alleen, voor het eerst in haar leven. Nu op dit moment was er blijkbaar nog steeds een zoektocht naar haar gaande, was de kloppenjacht van de politie dan veranderd? Hadden ze andere mensen in geschakeld om een verward en verzwakt kind in te rekenen? Ze wist het niet, ze wist enkel dat de vrouw geen blijk gaf van gevaar. Haar empathische vermogens werden wel zwakker als ze erg moe was, zeker nu ze dichterbij uitputting zat dan gewone vermoeidheid. Dit betekende overigens niet dat ze er niet meer op vertrouwde. Bij elk woord dat de vrouw uitsprak, voelde ze mee. In de hoop om aan informatie te komen die van belang kon zijn. Toen de vrouw haar in het begin aansprak had ze nog niet gelogen. Dus liet ze met een relatief gerust hart de voetstappen dichterbij komen. Veel verroerde ze zich nog niet, ze was nogal moe en alles deed zeer. Haar spieren voelde aan alsof ze elk moment in pudding konden veranderen. Dus koste elke beweging des te meer moeite en energie. Energie die ze eigenlijk niet meer bezat. Toch hielden de angst en het kleine beetje adrenaline dat nog in haar lichaam zaten haar staande. Ze was nog niet veilig, ze zou ook niet veilig zijn als ze niet haar tanden op elkaar beet en haar best deed het nog even vol te houden. Ze had zich al best wel lang gered, hoeveel uren was ze al alleen geweest? Ze wist het niet, ze wist enkel dat elke seconde enorm langzaam leek voorbij te tikken, ze niet kon wachtten tot alles voorbij was. Natuurlijk had ze wel opgemerkt dat de vrouw er was, gezien de motor waarop ze waarschijnlijk had gereden niet bepaald een zacht voertuig was. De stem had er enkel voor gezorgd dat ze in beweging kwam, met een duidelijke pijn in haar ogen en houding. Hoe moeizaam elke beweging was probeerde ze nog te verbergen. Hulpeloos als een jong hertje dat haar moeder was kwijt geraakt terwijl er een roofdier op haar af kwam. Nu was ze er niet over uit of de vrouw voor haar een roofdier was of niet. De politie was een roofdier, eerder een grote groep van roofdieren. Maar mensen die net zoals haar waren, die ook een gave bezaten, die behoorden vaak eerder tot de groep prooidieren. Met haar bruine ogen nam ze de vrouw voorzichtig in zich op terwijl die zichzelf voorstelde. Echt haar blik ontmoeten deed ze nog niet, al was er wel een soort verwarring en vriendelijkheid in die van Araluen te lezen. Langzaam richtte ze naar een korte twijfeling toch haar ogen op om die van de ander te ontmoeten. Ze zocht naar veiligheid, waarheid en vertrouwen. Ze wist niets van die vrouw, anders dan dat ze zo te zien niet bij de politie hoorde. Dit betekende natuurlijk niet dat ze haar onmiddellijk vertrouwde. Zeker niet, haar moeder had haar wel iets anders geleerd. Oh, wat wou ze toch graag weer veilig zijn. Zonder elk moment op hol te hoeven slaan, te hoeven vluchten. Ze kon niet in haar eentje blijven vluchten, ze had weinig overlevingsmiddelen. Geen eten, geen drinken en ook al een hele poos niets meer gehad. Natuurlijk was de dag nog niet voorbij, alleen begon ze nu echt wel dorstig en hongerig te worden. Ze had haar lichaam tot het uiterste gedreven, en als het moest zou ze verder vechten, totdat ze erbij neer viel. Iets dat eerder vroeger dan later zou gebeuren. Een meisje van haar leeftijd, met relatief goede conditie kon het hoe dan ook niet nog veel langer volhouden, ze was in een enorme minderheid. Daarbij wist ze niet wat de volwassenen van plan waren geweest, of welk plan ze nog aan het smeden waren. De eerste keer had vrouw haar dan wel geruststellend aan gekeken, met haar handen voor zich, in een teken van vrede. Toch had het meisje het niet op geslagen, ze was te angstig geweest om er echt aandacht aan te besteden. Toch zodra ze de tweede keer de vrouw aankeek, en nu haar blik niet meteen naar beneden richtte kon ze het allemaal wat beter in zich opslaan. Een klein en geruststellend glimlachje stond op het gezicht van de vrouw, terwijl ze haar handen weer liet zakken zodat ze er ineens heel ontspannen uit zag. Wantrouwend keek ze de vrouw nogmaals onderzoekend aan. Dit wantrouwen zorgde ook voor haar volgende actie, namelijk dat ze haar handen ophief om een tak boven haar hoofd gespannen vast te grijpen. Als iemand goed keek kon die haar hadden wit zien worden, omdat ze zo erg in de tak kneep. Haar lichaam was dan waarschijnlijk wel te zwak om zichzelf omhoog te hijsen, iets dat altijd wel wat kracht kostte, maar ze wou geen risico nemen. Haar ogen bleven onafgebroken op de vrouw gericht, om er zeker van te zijn dat ze veilig was. Nu hoopte ze natuurlijk dat niemand haar naderde van achteren, ze had nu niet precies ogen van achteren. Het overeind komen was alles behalve soepeltjes verlopen. Haar benen hadden getrild en dat zou waarschijnlijk de vrouw tegenover haar niet zijn ontgaan, het was een teken van de verzwakking die het jonge meisje in zijn greep hield. Daarbij bewoog ze niet zo snel als een kind normaal zou doen, maar angstvallig langzaam en voorzichtig. Ook al had ze ergens waarschijnlijk in haar houding ook duidelijk gemaakt dat ze niet zonder een gevecht ten onder zou gaan. Ze gebruikte de stevige stam van de oude boom als een soort ruggensteuntje. Eentje die stevig genoeg was om een deel van haar gewicht te ondersteunen, dat was dan ook de reden dat ze niet bleef trillen op haar benen en relatief stil kon blijven staan. Wel had ze het erg koud. Misschien van vermoeidheid of uitputting. Het kon natuurlijk ook van de angst zijn, angst deed rare dingen met het lichaam. Ze zocht nog steeds naar een bevestiging in de vrouw, eentje die haar kon vertellen wie ze tegenover zich had staan, niet alleen de naam maar ook het karakter. Langzaam liet ze haar handen weer zakken, niet zeker zijnde of dat de juiste actie was. Immers waren er mensen die erg goed waren in het verbergen van hun ware intenties. Toch kon ze nergens iets vinden in de energie van de vrouw dat haar waarschuwde voor gevaar.

Nu werd het stille staren tussen haar en de vrouw die Norah heette onderbroken door het geblaf van dezelfde politiehond als ze eerder had gezien. Die haar had helpen ontsnappen en blijkbaar te sterk was geweest voor zijn politieagent, zijn baas. Nu vroeg Araluen zich stiekem ergens wel af wie de baas was, de hond of de agent. Ze had een sterk vermoeden dat de hond waarschijnlijk sterker was geweest, anders was de agent er wel bij geweest. Het dier leek zich niet bewust van het feit dat hij haar nu in gevaar kon brengen. Iemand hoefde niet bepaald intelligent te zijn om te weten dat de politie vast en zeker op zoek was gegaan naar de hond. Immers was het zonder hond nog lastiger om een weg gelopen kind te vinden. Een hond die Araluen prima kon gebruiken om veilig te blijven, mits ze in staat was om haar gave te gebruiken. Met dieren communiceren kon lastig zijn, mentaal zaten ze vaak net iets anders in elkaar en waren ze dus ook niet met menselijke redenen over te halen. Nu had Araluen wel een weg gevonden om het dier duidelijk te maken dat het weg moest gaan, dat hij de politie bezig moest houden terwijl zij op zoek ging naar een veilige plek. Niet dat ze enig vertrouwen had dat ze een veilige plek kon vinden, ook kon ze niet terug naar de hut, het zou haar niet verbazen als de politie niet op zoek was gegaan naar een mogelijke woonplaats van haar en haar moeder. En ondanks dat de hut bijzonder vaardig was verborgen kon ze nog steeds geen risico nemen. Uiteindelijk draaide de hond zich met een laatste grom om, en rende met stevige passen het bos nog dieper in. Zijn lange leren lijn wapperde achter hem aan, ze hoopte maar dat hij niet vast kwam te zitten aan laaghangende takken, al had ze ergens het vermoeden dat de hond zichzelf waarschijnlijk wel los kon trekken. Het was een stevig dier, sterk en jong. Als een dier het kon, was hij het wel. Nu hij verdwenen was leunde ze weer sterker tegen de boom aan, ze voelde dat haar ogen zwaar waren. Zoals ze enkel had wanneer haar lichaam wou rusten, alleen rusten zat er niet in. Verwoed knipperde ze de vermoeidheid weg om daarna haar blik weer op de vrouw te richten, deze keer op een eerder vragende manier. Ze had vele vragen, wat de vrouw hier deed was er eentje, maar ook hoe ze haar naam wist was een vraag die ze graag beantwoord wou hebben. Spreken deed ze overigens nog steeds niet, ze liet het praten over aan de vrouw. De meeste mensen spraken volgens haar moeder veelte veel, en zouden belangrijke informatie uit zichzelf al wel geven, zonder dat er door iemand naar gevraagd werd. Dat bleek tevens voor die vrouw ook wel het geval te zijn. Immers had ze haar naam al gegeven. Ook had ze gezegd dat ze haar kwam helpen, niet kwam verwonden. Iets dat ze stilletjes bleef herhalen in haar gedachten, de vrouw kwam om haar te helpen, maar hoe? Hoe kon iemand van buitenaf haar helpen terwijl er politie was, luisterden niet bijna alle mensen naar de politie zeker als het om mutanten ging? "Je kunt me vertrouwen Araluen." De vrouw sprak weer nu de hond verdwenen was, waarschijnlijk was ze ook wel op haar hoede geweest met dat getrainde dier in hun midden. Niet dat het dier hun taal kon begrijpen, enkel lichaamstaal was voor de meeste dieren erg duidelijk. Maar de taal van de mensen was voor vele van hen te verwarrend. De vriendelijke toon was het laatste dat ze nodig had om overgehaald te worden. Langzaam ging ze wat steviger staan, zodat ze richting de vrouw kon lopen. Als een wankel jong hert liep ze op de vrouw af. Ze had het gevoel alsof ze elk moment kon struikelen, op de grond kon vallen en niet meer op zou kunnen staan. Toch was het vastberaden meisje in staat de korte tocht naar Norah te maken. Trillend op haar benen liet ze Norah's woorden tot zich doordringen, haar angst was er nog steeds, maar ergens iets minder. Nu had ze misschien iemand om haar te helpen en te beschermen. De slopende uren, voelden eerder als dagen en weken, des te meer was Araluen opgelucht dat ze Norah was tegen gekomen en niet iemand van de politie. De politie zou haar zonder pardon hebben afgevoerd. Waarheen was natuurlijk niet bekend, misschien zouden ze uiteindelijk ontdekken dat ze geen gevaar voor hun was, al was die kans enorm klein. Ze waren bang voor mutanten, dus zouden ze er geen een zomaar vertrouwen. Net zoals zij bang was voor mensen en hen niet zou vertrouwen, iets waar ze waarschijnlijk al het recht toe had. Het meisje hoopte maar dat ze Norah goed had ingeschat. Ze wist natuurlijk niet wie ze wel en niet kon vertrouwen, dus was het waarschijnlijk geen wonder dat ze niet zomaar naar iemand toe liep om naar veiligheid te zoeken. Vanaf afstand was zelfs duidelijk te zien hoe slopend het was geweest al die uren alleen, niet alleen fysiek maar zeker ook emotioneel en mentaal. Dingen die misschien zelfs later als ze echt veilig was naar boven zouden kunnen komen. Als ze wel veilig zou kunnen zijn, ze wist bijna zeker dat de kloppenjacht niet zomaar zou stoppen. Ze kon zichzelf ook niet verdedigen en als ze een stap verkeerd zette zou ze haar dood tegemoet kunnen lopen. Niet bepaald iets geruststellend om te weten natuurlijk. Norah liep niet op haar af, zoals iemand waarschijnlijk zou doen als die haar wou vangen. Niet iedereen was zo geduldig en het stelde haar immens gerust dat de vrouw haar alles op haar tempo liet doen. Haar passen werden iets zelfverzekerder, nu ze doorhad dat de vrouw niet zomaar uit zou halen naar haar. Nu ze voor Norah stond, pakte ze langzaam haar hand vast. Met grote ogen keek ze de vrouw aan, nogmaals waarin de emotie op haar gezicht nog duidelijker zichtbaar was. Verdriet, angst, onmacht en nog vele anderen. De vrouw keek haar enkel met een zachte blik aan, eentje die haar meer houvast bood dan ze ooit had kunnen bedenken; de eveneens zachte glimlach leek het meisje het laatste beetje aan te moedigen, waardoor ze voorzichtig tegen Norah aan kroop. Twee armen hielden haar voorzichtig vast, ze kromp in het begin iets in elkaar, nauwelijks voelbaar en zichtbaar voordat ze iets ontspande. Dat nam natuurlijk niet weg dat ze nog steeds trillend op haar benen stond en haar hele lichaam het bijna begaf. Ze wou enkel nog slapen. Rust was iets dat haar lichaam nodig had, toch leek de warmte die Norah bood ook wonderen te doen. Het trillen leek iets te minderen doordat ze iets minder angstig was en haar lichaam leek nog meer te ontspannen. Nog steeds was de spanning er duidelijk, alleen had het haar niet meer geheel in zijn bezit. Ze had haar gezicht veilig verborgen in de donkere blouse van de vriendelijke vrouw. Een van de handen van de vrouw bewoog naar haar verwarde bos met licht krullend haar, waarna ze er door heen streek. Een kalmerende beweging die ook invloed had op het jonge meisje. Ze zuchtte zacht waarna ze langzaam op keek. Haar ogen vermoeid en verward. "Het komt goed." Zei de vrouw zachtjes, op nog steeds haar rustige manier. Iets dat eraan toe droeg dat het meisje niet op schrok en gewoon bleef staan.

Te snel liet de vrouw haar weer los. Al hoewel niet helemaal, haar handen hield ze voorzichtig op de armen van Araluen. Ze zakte door haar knieën heen zodat ze op ooghoogte van Araluen zat. Langzaam keek het kind de vrouw aan, haar blik nog steeds verward, maar niet meer zo wantrouwend als eerst. Ze begreep de motieven van haar niet. De meeste zouden haar niet zomaar helpen. Haar zoeken in een waarschijnlijk onbekend bos om haar uit de handen van de politie te houden. "Araluen, je bent verschrikkelijk sterk geweest de afgelopen uren maar je moet nog even volhouden." Begon Norah weer op een geruststellende toon, langzaam knikte het meisje om te laten blijken dat ze luisterde en het snapte. Ze keek de vrouw met een gepijnigde blik aan, ze wist niet hoe lang ze haar lichaam nog kon dwingen verder te gaan. Ze hoopte maar dat ze snel kon slapen, even vergeten wat er gebeurd was en weer op krachten kon komen. De zachte toon had er ook voor gezorgd dat ze niet in paniek raakte zoals ze de neiging nu had om te doen. Ze bleef geconcentreerd op de vrouw voor haar die haar zo voorzichtig mogelijk had benaderd en een poging deed haar te helpen. Ze had geen andere keuze dan haar te vertrouwen, zover de tienjarige dat op dit moment kon. "De politie die je moeder heeft meegenomen, is waarschijnlijk nog steeds op zoek naar jou en we moeten je hier weg zien te krijgen voordat ze ons vinden." Ging de vrouw verder, terwijl ze haar waarschijnlijk in de gaten hield. Niet dat het jonge kind veel van haar houding af kon lezen, behalve dan dat ze alles zo rustig mogelijk deed. Toch leken die woorden Araluen wakker te schudden en keek ze paniekerig naar de vrouw terwijl ze wankelend een stapje terug zette. "Er is een plek waar je veilig bent, waar je in elk geval kunt blijven tot je moeder weer vrij is. Het is een eiland speciaal voor mensen zoals jou en mij, mensen met gaven." Bij die laatste woorden zette het meisje nog een paar passen terug. Wantrouwend keek ze de vrouw aan, ze wist niet wat Norah van plan was, enkel het idee om ver weg van haar moeder te zijn maakte haar bang.

Even wankelde ze terwijl ze nu een klein beetje afstand van de vrouw had genomen, toen bleef ze twijfelend stil staan. Ze slikte moeizaam waarna ze krakerig en zacht sprak. "Norah?" Haar stem had een vragende toon aangenomen. Voordat ze bleef staan en paniekerig om zich heen keek. Ze had andere emoties waar genomen die niet van haar en Norah waren. Dit kon een ding betekenen, ze hadden andere mensen in de buurt. Het voelde namelijk niet als een dier. Langzaam liep ze weer naar de veiligheid van Norah toe en verborg ze zich half achter haar. Waarom was ze nog niet in staat telepathisch te communiceren met mensen en kon ze dat enkel met dieren, anders was ze stukken spraakzamer geweest met de vrouw die haar enige bescherming was. Angstig greep ze een van de handen van Norah weer vast. Ze had niet genoeg energie om iets te kunnen doen, al haar energie had ze al verbruikt met het communiceren met de hond en al het vluchten. Ze kroop nog dichter tegen Norah aan terwijl ze op haar lip beet. Ze kon enkel hopen dat ze er zonder kleerscheuren vanaf zouden komen.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud
BerichtOnderwerp: Re: NEVER BE AFRAID [NORAH MORGAN]   

Terug naar boven Ga naar beneden
 
NEVER BE AFRAID [NORAH MORGAN]
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Prophecy Of Fate :: Time Travel :: In The Past-
Ga naar: