INDEX GUIDE RULES GROUPS MEMBERS

Deel | 
 

 I'm too far from my faith to rely on a God

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Clyde Maddox
avatar
Administrator

Aantal berichten : 553

Mutant Profile
Alias: Thor
Mutation: Superhuman Strength - Berserker Rage - Resistance to Injury - Weather Manipulation - Lightning Creation - Thorforce - Thorsleep
Crush: If I killed your heart, know that I take all the blame
BerichtOnderwerp: I'm too far from my faith to rely on a God   do mei 26, 2016 10:31 pm




Bewegingloos zat Clyde voor de spiegel van de badkamer. Niet eens die in zijn eigen kamer. Daar was hij sinds de aanval niet meer geweest. Hij verbleef nog altijd in de ziekenzaal. Vijf weken al. Damian had hij niet meer gezien, niet meer gesproken. Hij had alleen te horen gekregen van Jamie dat hij zichzelf met zijn mutatie bijna had vermoord. Het nieuws had hem weer helemaal van de kaart geveegd, dagenlang had hij niet meer gesproken. Hij leefde echt nergens meer voor behalve zijn volgende dosis pijnstillers. Pijnstillers die pas begonnen werken na een redelijk hoge dosis. Zijn afweersysteem blockte de rest gewoon af. Of ja, van wat er over was gebleven van zijn afweersysteem. Want er schoot gewoon niet veel meer over van hem in het algemeen.

In zijn hand lag de trimmer die hij gebruikte om af en toe zijn baard bij te scheren. Van zijn baard was er ook een stuk weg, gewoon weg gebrand. Al waren de verplegers het er over eens geweest dat die grotendeels zijn gezicht voor brandwonden had beschermd. Met de grootste moeite trok hij zijn blik los van zijn eigen ogen, zag nu opnieuw zijn beschadigde lichaam in de spiegel. Met een druk op de knop zette hij de trimmer aan, kon het ding amper optillen. Maar hij moest dit doen. Hij was Thor niet meer, dus hij mocht er zo ook niet uit zien. Met tranen in zijn ogen en zijn adem ingehouden begon hij de rest van zijn baard af te scheren. Na een tiental minuten stonden er nog hier en daar een paar korte plukjes op, maar het meeste was er nu volledig af.

Maar daar stopte hij niet. Duizelig van het zuurstoftekort bracht hij de trimmer nu naar zijn hoofd, vlak naast zijn oor. In een beweging scheerde hij een hele streep haar weg. Wat overbleef, waren korte, blonde haartjes van nog geen centimeter lang. Ondertussen was Clyde beginnen huilen, zijn hartslag was weer de hoogte in geschoten. Ineens werd er gejaagd op de deur geklopt. "Clyde? Doe open!" Klonk de stem van Frieda, zijn vaste verpleegster van de afgelopen maand. Maar hij was niet van plan te gehoorzamen. De trimmer ging genadeloos verder, zijn blonde lokken vielen langs de rolstoel naar beneden. Tranen gleden over zijn kaken heen, de machine glipte uiteindelijk uit zijn bevende handen en hij zakte slap achterover. Het duurde nog geen twee minuten of de deur werd open gemaakt met een reservesleutel en Frieda kwam binnen gestormd, twee verplegers vlak achter haar aan.

Iemand had uiteindelijk nog zijn rommelig afgeschoren kapsel wat bijgeknipt, zodat hij er wel weer toonbaarder uit zag. Minder als een zwerver. Zijn gezicht was de klok rond heel bleek, zijn kaken waren ingevallen en hij zag er rusteloos uit. Rusteloos, maar afwezig. "We brengen je even naar buiten, Clyde. De zon zit achter de wolken, maar ze voorspelden geen regen", Zei Frieda, terwijl ze een soort lichte deken over zijn schouders legde. Ze rolde hem via de gangen naar een van de achter uitgangen van het schoolgebouw. Daar was het doorgaans wel wat rustiger qua studenten. Ze zette hem neer onder een afdakje dat tegen de muur van het schoolgebouw aan stond. "Ik kom je over een uurtje wel weer halen. Als je eerder weg wilt, mag je me bellen, oké?" Vroeg ze nog, wachtte even op een reactie, die helaas voor haar niet kwam.

Daar zat hij dan, maar gewoon een beetje voor zich uit te staren, alert op geluiden. Niet dat hij veel kon doen als iemand nu op hem af zou komen. Hij kon hier weg, aangezien hij zelf zijn spieren nog niet genoeg terug had om zichzelf te kunnen voortduwen. Zijn spieren waren langzaam aan het terug groeien, waarschijnlijk ook dankzij zijn mutatie, maar het vorderde heel traag en hij had al genoeg moeite om gewoon rechtop te blijven zitten. Laat staan dat hij zichzelf moest voortduwen, door de bosgrond dan. Onmogelijk. Rechtstaan was ook niet mogelijk, want hij had ten eerste geen spieren en ten tweede geen gevoel. Het enige wat hij kon, was zitten en staren. Iets waar hij dus het komende uur zijn tijd mee zou passeren.


Storm

_________________
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Storm Hall
avatar
Class 3

Aantal berichten : 1905

Mutant Profile
Alias: Lupos
Mutation: Werewolf
Crush: The moon was on fire and no one could save me but you.
BerichtOnderwerp: Re: I'm too far from my faith to rely on a God   vr mei 27, 2016 8:09 pm

.Always live before you die.

Storm sloot één van zijn boeken, gooide het verder op zijn bureau waardoor een paar schriften op de grond vielen. Hij stond op, zijn bureaustoel verloor al het evenwicht en kletterde tegen de grond, en dat om zes uur s’ochtends. “Hall, komaan.” Bromde Devon kwaad vanuit zijn bed. Storm duwde zijn vuisten tegen zijn hoofd en probeerde voor een moment lang een beetje rust te vinden in deze onrustige bui. ‘Sorry.’ Hij greep zijn gsm en liep de kamer uit, sloeg de deur net iets te hard toe waardoor hij Devon hoorde vloeken. Hij was een verschrikkelijke kamergenoot, zeker de laatste week naar volle maan toe. Helaas zat Storm nog maar in zijn derde week en de onrustigheid kwam in vlagen en momenten. Na de waarschuwing die Lupos had gegeven aan Kylie was Storm niet meer getransformeerd naar de witte wolf. Hij had dus geen stoom meer kunnen aflaten en dat maakte de weerwolf in hem onrustiger. Daarnaast had hij Katerzyna vorige volle maan bij zich gehad, het grootste succes sinds hij weerwolf was, ze had hem de hele nacht menselijk kunnen houden, ook dat zorgde voor enige frustraties bij de weerwolf. Van zodra hij buiten stond leek Lupos te kalmeren, kon Storm zijn zintuigen inzetten op de omgeving en leek het gevoel, de gevangenschap van vier kamermuren, langzaam te verdwijnen. Hij ademde langzaam uit en begon te wandelen, doelloos en zonder echt op te letten.

Uren wandelen waren voor Storm een gewoonte geworden sinds de nacht dat hij gebeten was. Het was voor hem dus niet ongewoon om pas weer op te duiken in de “bewoonde wereld” na het hele bos rond te hebben gezwerft. Het had Lupos in ieder geval goed gedaan, de bui die er vanmorgen had gehangen was verdween. Storm ontspande zich weer en richtte zich tot het dagdagelijkse. Maar hoe langzaam de onrust was weg gegleden van zijn lichaam, zo snel was het er weer terug, en deze keer niet enkel onrust. Storm voelde een zekere agressie, waakzaamheid vanuit de wolf naar boven komen. Het gevoel was zo sterk en instinctief dat Storm versteend aan de grond stond genageld aan het ene eind van het schoolplein. Tot hij zag waar Lupos zo fel op reageerde, tot hij zag wie daar aan de andere kant van het schoolplein in een rolstoel zat … Clyde. Het was als een film die traag voor hem afspeelde, hoe hij zelf in de grot had gelegen, vechtend tegen de transformatie en hoe Devon buiten in elkaar zakte door het bloedverlies en de gapende wond die Storm hem had aangebracht. En toen was Clyde er geweest, hij had Devon in veiligheid gebracht, hij had Storm gevraagd het de baas te blijven … en dat kon hij niet. Lupos had Clyde niet meer dan een paar klauwen kunnen toedienen alvorens de docent zijn mutatie inzette en de bliksem op de weerwolf in sloeg en hem … doodde. En daar had hij dan gelegen, een magere dode weerwolf in het water met zijn beste vriend aan een zijden draadje een paar meter verder. Clyde had Devon’s leven gered door Lupos te vermoorden … door Storm te vermoorden en dat was iets wat Storm niet uit zijn hoofd kon zetten. Het was het meest tegenstrijdigste gevoel dat hij kende, het gevoel van de woede die van Lupos voort kwam om wat Clyde had gedaan en een zekere dankbaarheid die voort kwam uit Storm voor het leven dat Clyde redde. En dat gevoel werd gewoon weg geveegd door de woorden van Nadya in zijn hoofd. “Ik wilde hem vermoorden.” Hij had zich er iets bij voorgesteld, maar dit … het was onbeleefd om te staren maar Storm kon zijn ogen niet van de docent weghalen.

Er waren twee heftige dingen die door zijn lichaam gierde, enerzijds de activiteit van Lupos, alsof de weerwolf nu tevoorschijn wilde komen om de taak af te maken, de docent uit zijn lijden te verlossen. Maar er was ook het morele van Storm, liefst van al draaide hij zich nu om en wandelde weg, hij was hier niet klaar voor. Hij had nachten wakker gelegen en gedacht hoe hij deze docent ooit weer onder ogen moest komen. Hij voelde zich schuldig voor alles, voor wat hij Devon had aangedaan, voor de Thorslaap waar Clyde was doorgegaan maar ook voor wat Nadya had gedaan. Ze had hem willen vermoorden omdat hij Storm had vermoord. Dit … Clyde zat daar in een rolstoel, met kortgeschoren haar en geen baard meer, in ieder geval niet veel meer. Hij had een deken rondom zich gewikkelde en staarde met dezelfde weerloze blik voor zich als Storm had gedaan toen hij in de ziekenzaal had gelegen. Maar hij stond hier, geen schrammetje te zien, iets waar niet iedereen dezelfde luxe voor had. Ergens had hij zin om te zeggen; “Hoe voelt het, zo weerloos in een rolstoel?” Maar er was iets van die Britste beleefdheid dat ervoor zorgde dat hij het niet zover kreeg om de woorden over zijn lippen te krijgen. Hij had daar ook gezeten, op exact die plaats, in een rolstoel, met geen gevoel in zijn benen en een hartmonitor die de klok rond voor hem werkte. Hij wist hoe het was, hij wist hoe Clyde zich nu moest voelen.

Maar hij bleef staan, het was alsof zijn lichaam plots niet meer in staat was iets te doen buiten adem halen. Wegwandelen was geen optie meer, misschien had Clyde hem al opgemerkt maar blijven … hij voelde een steek van paniek door zijn lichaam gaan om deze confrontatie. Wat kon hij zeggen? Nadya had hem aangevallen, hij kon onmogelijk beginnen over het weer of de bloemetjes en bijtjes. Daarnaast moest Clyde het ook ergens voelen, hij had tenslotte Storm vermoord, ze moesten beide waarschijnlijk liggen worstelen met hun emoties. Storm rukte zijn blik weg, hij sloot voor een kort moment zijn ogen, een smeekbede op de hoop dat Lupos in geen mogelijke manier van zijn aanwezigheid iets zou duidelijk maken. Maar toen hij zijn ogen opende kon hij alleen maar opnieuw naar zijn docent kijken, niet in staat te praten, te stappen of gelijk wat te doen. Dit was zijn schuld, onrechtstreeks, god, wat had hij gedaan …
tag: Clyde --- words: 1035 --- notes: - --- outfit: -
© SHE MEANS WAR AT ATF

_________________

- The alpha among wolves, the fear among men -
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Clyde Maddox
avatar
Administrator

Aantal berichten : 553

Mutant Profile
Alias: Thor
Mutation: Superhuman Strength - Berserker Rage - Resistance to Injury - Weather Manipulation - Lightning Creation - Thorforce - Thorsleep
Crush: If I killed your heart, know that I take all the blame
BerichtOnderwerp: Re: I'm too far from my faith to rely on a God   za mei 28, 2016 12:31 pm




Hoe langer hij hier zat, hoe verder hij in zichzelf weg zakte. De omgeving kon hem niet veel meer boeien. Als er iemand kwam, dan gebeurde dat maar. Hij had zich al lang bij zijn lot neer gelegd. Opgegeven.. Iets waar Damian zo kwaad om was geworden. Iets waardoor de man zichzelf vergiftigd had met zijn eigen mutatie. Niet dat dat ooit zijn bedoeling was geweest. Maar het was gewoon onmogelijk om positief te blijven. De afgelopen twee maanden waren alleen maar rampzalig geweest. En dan nog maar te zwijgen over de dreigingen van het vasteland. Hij had iedereen teleurgesteld, iedereen die ook maar een greintje vertrouwen in hem had gehad. Voor de zoveelste keer ook al. En zichzelf had hij er ook weer mee teleurgesteld. Nee, positief blijven zat er niet in de komende periode. Het was een kwestie van overleven nu. Iets wat hij ook niet echt wou, maar wat iedereen rondom hem wel wilde bereiken. Vechten deed hij niet tho. Als het zo ver was, dan was dat zo. Hij had zich al lang bij zijn lot neer gelegd. Opgegeven.

De zon zat inderdaad achter lichte wolken verstopt. Nu was het zo dat zijn huid wel al ‘geheeld’ was. Te zeggen gewoon bedekt met littekens; maar zijn weefsel lag niet meer bloot zoals het eerst had gedaan. In bepaalde delen van zijn lichaam voelde hij al weer, teken dat zijn zenuwen ook terug begonnen te groeien. Niet in zijn benen tho. Niet in zijn heup. De kans dat hij niet meer zou kunnen lopen, was groot. Maar het gaf niet. Hij had zich al lang bij zijn lot neer gelegd. Opgegeven. Hoewel het niet echt koud was, stond er wel een zachte bries. Iets wat des te meer op viel omdat zijn haren nu zo kort waren. Zijn onderlip trilde even en hij had moeite om zijn tranen tegen te houden. Dit was er dus van hem geworden. Een zielig hoopje mens die je amper mens kon noemen, bedekt onder littekens. En het zou niet beter worden. Hij had zich al lang bij zijn lot neer gelegd. Opgegeven.

De tijd gleed voorbij, langzaam of snel, hij wist het niet. Hij wist niet hoe lang hij er al zat, maar ineens werd hij toch weer ‘gewekt’ uit zijn afwezige toestand. Het was een gevoel van onveiligheid dat hem had opgeschrikt. Clyde slikte even, ging een beetje verzitten, in de mate van het mogelijke. Hij keek het plein rond en zag toen iemand staan. Zijn brein deed er net iets langer over, maar hij realiseerde zich toen met wie hij te maken had. Storm. Hij schrok zichtbaar, wist niet hoe hij hier op moest reageren. Weglopen kon hij niet, Frieda bellen was ook geen optie. Net zoals hij de confrontatie met Nadya wel had zien aankomen maar niet had verwacht, had hij dit ook niet verwacht. Storm was de enige van alle betrokkenen die hij nog niet gesproken had. Nu goed, met Devon had hij ook niet echt ‘gesproken’, maar hij leek de enige te zijn die geen zichtbare wrok of walging had getoond als hij zijn blik ergens ving.

Maar Storm had hij helemaal nog niet gezien. En daar stond hij dan, zijn blik ook strak op hem gericht. Onbewust, net zoals hij in zijn teruggetrokken toestand had gedaan, had hij met zijn mutatie even de weersvoorspelling omgegooid. Het was beginnen regenen, niet hard, maar wel in grote hoeveelheid. Niet perse om de jongen naar binnen te jagen. Het was eerder uit paniek, een weerspiegeling van de emoties die door hem heen gingen. Vooral verdriet en spijt dus. Heel erg veel spijt. Ook spijt dat hij nog leefde. Dat Nadya’s aanval er niet gewoon een einde aan had gemaakt. Al was ze hier misschien ook blij mee. Hij was verminkt, voor de rest van zijn leven. Haar wraak had ze gehad. En hij? Hij had zich al lang bij zijn lot neer gelegd. Opgegeven.

_________________
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Storm Hall
avatar
Class 3

Aantal berichten : 1905

Mutant Profile
Alias: Lupos
Mutation: Werewolf
Crush: The moon was on fire and no one could save me but you.
BerichtOnderwerp: Re: I'm too far from my faith to rely on a God   za mei 28, 2016 4:49 pm

.Always live before you die.

Het was als kijken in de spiegel, Storm had in de vier weken op het ongeluk er net zo uit gezien als Clyde daar nu zat. En hoewel afgelopen volle maan met Katerzyna hem wat hoop had gegeven was één onverwachts zenuwtrekje, één te snelle hartslag genoeg voor Storm om alle hoop opnieuw te verliezen. Hij was een slechte leugenaar, altijd al geweest maar als het één ding was dat hij had geleerd was om te maskeren hoe hij zich echt voelde. Afgelopen drie weken had Storm zich herpakt … omdat het moest maar mentaal. Kijken naar Clyde in de rolstoel aan de andere kant van het schoolplein brak die stevige betonnen muur rond zijn mentale toestand bijna meteen. De emoties dwarrelde naar beneden, zette zich vast op Storm en maakte hem waarschijnlijk nog onrustiger dan hij was. Hij kon het gevoel niet van zich afschudden, had hij er ook zo uitgezien die paar weken? Even weerloos? Even ongewillig voor de affectie van anderen? Gebroken in duizend stukken, was het omdat Storm het kende dat hij het herkende bij de docent? Maar kijken alleen was voldoende, kijken was voldoende om alles terug te brengen bij Storm en al het levendige, het charmant en beleefde weg te doen smelten, tot enkel Storm daar nog stond, gebukt onder het schuldgevoel en de pijn alsof het net maar allemaal gisteren was gebeurd.

Er waren honderden dingen die Storm hem kon toeroepen, schreeuwen desnoods maar er was teveel in zijn lichaam om in woorden naar boven te brengen. Hij was kwaad op Clyde, kwaad omdat het de docent niet gelukt was hem echt te doden … tot drie weken geleden was het waarschijnlijk het enige wat Storm echt graag had gewild, om niet meer te bestaan enkel en alleen zodat anderen veilig waren. Hij voelde ook dankbaarheid, frustratie, schuld en spijt, hij wilde zich verantwoorden voor Nadya’s daden en hij wilde zo graag iets zeggen dat het allemaal beter kon maken. Maar er was simpelweg niets om te zeggen dat het beter kon maken, dat wist Storm maar al te goed, want hij had daar ook gezeten. Het sterkste gevoel dat Storm had, wat hij hardnekkig probeerde te onderdrukken was de haat, niet zijn haat maar die van Lupos. Als hij niet zo geconfronteerd zou zijn door deze situatie dan zou Lupos ongetwijfeld alle controle kunnen krijgen hebben maar op een vreemde manier gaf dit alles Storm net genoeg om de weerwolf te onderdrukken. Wat de shock net groot genoeg, ondanks dat hij niet bewoog voelde hij de hunkering van de weerwolf maar voor een keer gaf hij er niet aan toe, hoe zwak hij zich momenteel voelde, dit zou niet eindigen met een weerwolf en een docent … alleen … Storm had geen idee hoe het zou eindigen, hij wist het amper te starten.

Toen Clyde in de gaten kreeg dat hij niet langer alleen was ging er een schok door hem heen, Storm kon het horen aan zijn hartslag, hij kon het zien aan de trekken van de mans gezicht. Waar was die brede zelfzekere docent gebleven die hen beide de ziekenzaal had ingedragen? Die menige problemen eigenhandig aan nam? Toen hun blikken elkaar kruisten veranderde er iets voor beide, Clyde beïnvloedde het weer, het begon te regenen en daarop reageerde Lupos bijna meteen. Hij werd waakzamer, kort was er die vage rode schijn in Storms bruine ogen als reactie op Clyde onbewuste actie. Het regende niet hard maar net hard genoeg om de situatie nog zieliger te maken, in korte tijd plakte Storm’s haar tegen zijn gezicht, werden zijn kleren meer doorweekt dan de minuut daarvoor. Hij wist wel één ding, ze konden hier niet staan blijven kijken naar elkaar.

Ondanks dat hij geen stappen wilde ondernemen deed hij het toch. Hij knipperde de druppels van zijn wimpers en keek naar zijn hartslagmeter alvorens hij zichzelf forceerde om een stap naar voor te zetten. Hij bleef in zichzelf herhalen; “ik verlies geen controle, ik verlies geen controle” in de hoop dat denken alleen al voldoende zou zijn. Het geluid dat de fontein maakte dempte zijn scherpe zijn gehoor wat, de geur van water en regen nam zijn reukzin een beetje weg. Dat maakte het voor hem mogelijk om bij de fontein te blijven staan, op een veilige ruime afstand van de docent weg. Hij had zijn ogen niet van Clyde weggehaald, een deel van hem was nog steeds kwaad, het ander deel wilde enkel sympathie vertonen. De ruzie tussen de twee zorgde voor die akelig verloren stilte die je ongemakkelijk kon noemen. ‘Het idee van dood gaan en iedereen achterlaten is,’ zijn stem beefde wat, het Britse accent leek zo slap dat je het niet echt meer een accent kon noemen. ‘aantrekkelijker dan het idee om te blijven leven.’ Prevelde hij. Hij haalde zijn blik weg van de littekens, het kort geschoren haar en de gebroken blik en staarde zwak naar één van de bomen in de verte. ‘Ik weet,’ Hij kapte zijn zin af en schudde zijn hoofd, de regeldruppels vlogen alle kanten op. ‘Als ik tijd kon terug draaien dan zou ik het doen, voor jou.’ Hij keek terug naar Clyde, slikte de krop weg in zijn keel, probeerde de misselijkheid de baas te blijven die ongetwijfeld voor een bleek getrokken gezicht had gezorgd. Hoezeer Lupos ook genoot van dit zicht, de man kreupel en gebroken in een rolstoel het was niet wat Storm wilde. Het spijt me, zou nooit voldoende zijn, alleen het leed delen zou het misschien een beetje dragelijker maken maar was Storm er klaar voor? Nee, hij zou nooit klaar zijn om dat deel van zichzelf weg te geven, toch dwong hij zichzelf om begrip te tonen, hoe graag Lupos ook dat genot in Storms ogen wilde laten doorschemeren …
tag: Clyde --- words: 965 --- notes: - --- outfit: -
© SHE MEANS WAR AT ATF

_________________

- The alpha among wolves, the fear among men -
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Clyde Maddox
avatar
Administrator

Aantal berichten : 553

Mutant Profile
Alias: Thor
Mutation: Superhuman Strength - Berserker Rage - Resistance to Injury - Weather Manipulation - Lightning Creation - Thorforce - Thorsleep
Crush: If I killed your heart, know that I take all the blame
BerichtOnderwerp: Re: I'm too far from my faith to rely on a God   za mei 28, 2016 6:14 pm




Bang zijn was in zijn rol als peacekeeper niet echt een gewenst gevoel, maar toch ook wel eentje dat hij nodig had. Om de juiste beslissingen te nemen. Om zichzelf er aan te herinneren dat hij wel met mutanten om ging op dit eiland. Die angst liet hij nooit zien tho. Het was iets voor zichzelf, iets waar hij zich aan vast klampte als de situatie uit de hand liep. Vooral dan om te bepalen wanneer hij zijn eigen mutatie in zette. Het was niet vaak voorgekomen, en dan ook altijd heel miniem. Om iemand eens goed te doen schrikken of af te schrikken om nog meer dingen uit te halen. En dan dus alleen als het echt nodig was. Maar met Storm.. Met Storm was het heel anders geweest. Of met Lupos, als hij heel correct was.

Die had de ware Dondergod in hem ontwakend. De viking, de strijder, de reus die zich door niets of niemand liet tegenhouden. Maar dat was verleden tijd. Als hij het nu zou overnemen, zou hij waarschijnlijk neerkijken op de staat waarin Clyde’s lichaam was. Een zwak omhulsel van een nog zwakkere ziel. Dat was dan ook precies hoe hij zich voelde toen hij oogcontact maakte met Storm, die aan de overkant van het plein stond. Hij voelde zich zwak, wist dat de weerwolf in het lichaam van de jongen hetzelfde zou zien. Opnieuw werd hij bang. Maar deze keer dan zonder de verzekering dat als er iets mis ging, hij zichzelf zou kunnen redden. Zijn mutatie zou hij immers nooit meer gebruiken.

Bewust dan. Hij had het afgezworen. Het had hem al zoveel af gepakt. Eigenlijk alles, behalve zijn leven. Onbewust daarentegen had hij het niet altijd even strak onder controle. Het begon te regenen, iets waar hij ook van schrok, aangezien hij er niet op voorbereid was. Dit veranderde niet alleen iets aan de omgeving, maar ook aan de situatie. Storm kwam dichterbij. Met een spoor van paniek in zijn blauwe ogen hield hij de jongeman in de gaten. Niet alert of on edge, daar had hij de kracht en energie niet voor. Het was meer een passief aanvaarden. Aanvaarden dat hij hier alsnog zou sterven, als Lupos besloot dat dat nodig was.

Maar deze keer leek Storm meer in staat te zijn om het te onderdrukken. De jongen bleef staan aan de fontein, nog altijd in de lichte regen, aangezien Clyde nu iets bewuster het weer probeerde te controleren. Het was al bijna gestopt toen de jongen zijn mond open trok. ‘Het idee van dood gaan en iedereen achterlaten is,’ Clyde bleef de jongen aankijken, nam de woorden in zich op. ‘aantrekkelijker dan het idee om te blijven leven.’ Vervolgde hij, waarna hij weg keek. Dat snapte hij. Hij kon ook nooit echt lang naar zichzelf kijken. ‘Ik weet,’ Hij stopte zichzelf, schudde met zijn hoofd. Heel even bleef het stil. ‘Als ik tijd kon terug draaien dan zou ik het doen, voor jou.’

Zijn ingehouden adem schoof met een zacht zuchtje over zijn lippen. Een soort nerveuze, gehaaste zucht. De woorden van de jongen brachten hem opnieuw van zijn stuk. Het was nu niet dat hij Storm als een figuur zag die genoot van andermans pijn, maar de uitspraak verraste hem toch. Hij kon zich niet voorstellen dat hij niet kwaad was, dat hij hem niet haatte. Dat hij het niet ergens zijn verdiende loon vond om hier zo te moeten zitten. "Zeg maar niet", Zei hij hoofdschuddend, moeizaam. Spreken kostte hem zowel fysiek als mentaal moeite. "Heb het meer verdiend", Hij onderbrak zichzelf kort, slikte nog een keer. "Dan je je kan voorstellen", Clyde forceerde zijn mondhoek omhoog in een soort van geruststellend glimlachje. Iets wat er vast heel horrorfilm-achtig uit zag in de toestand waarin hij verkeerde. Maar het laatste wat hij wou was dat Storm zich schuldig ging voelen. Want wat zou Nadya daar dan van vinden?

_________________
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Storm Hall
avatar
Class 3

Aantal berichten : 1905

Mutant Profile
Alias: Lupos
Mutation: Werewolf
Crush: The moon was on fire and no one could save me but you.
BerichtOnderwerp: Re: I'm too far from my faith to rely on a God   zo mei 29, 2016 12:16 am

.Always live before you die.

Storm had nooit geweten hoe het voelde … om dood te gaan, dus hij kon zich niet vinden in de situatie waarin Lupos had gezeten met uitzondering van wat korte beelden. Hij kon zich dus niet vinden in de situatie waarin Clyde had gestaan, was het opzettelijk gebeurd? Had hij er echt doelbewust voor gekozen om Lupos te doden, of was het instinct? Een misinschatting? Verlies van controle? Toen hij niet wakker kon zijn had hij altijd in die zwarte lege comateuze toestand gelegen … maar eens hij uit de ziekenzaal was ontslagen begon hij daaraan te denken, aan de situatie. Storm viel onbewust een docent aan en die vermoordde hem … voor Storm voelde het als één grote onzekere leegte maar hoe zou het voelen voor Clyde? Hij had ontelbare nachten naar buiten zitten staren, naar zijn maan en zich afgevraagd wat hij moest zeggen als hij de docent ooit tegen zou komen. Toen Nadya hem had gezegd wat ze had gedaan had hij het haar niet kwalijk genomen, omgekeerd zou hetzelfde zijn gebeurd. Toch … Storm ontweek haar een beetje, omdat zijn hoofd zo’n chaotische warboel was geworden waar hij geen blijf mee had. Maar nu stond hij hier, recht tegenover de docent en er was niets wat ook maar passend leek.

Ondertussen was de regen drastisch geminderd, Storm bleef wel kletsnat bij de fontein staan, net als Clyde daar in zijn rolstoel zat. Storm had het geluk een extra hoge lichaamstemperatuur te hebben dus het deed hem eigenlijk weinig, de nattigheid. Storm volgde ieder zenuwtrek van de docent terwijl Lupos ieder beetje huid probeerde te ontrafelen, in de hoop zo dichter te komen bij het bloed, bij zijn keel, bij zijn einde. Voor een keer liet Storm het niet toe, al ging zijn blik veel vaker naar zijn hartslagmeter, hij gaf er niet aan in, hoe graag Lupos dit ook wilde. Zou Devon hem al zo gezien hebben? Storm had geprobeerd zich mentaal op het ergste voor te bereiden maar dat was gewoon niet haalbaar als hij dit zag … niet zozeer de littekens, de overblijfselen van de brandwonden meer, het kortgeschoren haar, de afgeschoren baard. Dit was een symbolisch teken van opgeven, althans zo zag Storm het. De docent had het opgegeven, voor wat? Omdat hij een student bijna vermoordde en werd aangevallen door één? Wat moest Storm dan zeggen met de negentien doden op zijn geweten? Hij wist hoe aanlokkend opgeven was, hij had het tal van keren gedaan maar uiteindelijk was daar dat kleine lichtpuntje op het einde van de tunnel, genoeg om je te laten door gaan, al was het maar voor één extra dag.

‘Nee!’ Het kwam hard over zijn lippen, zijn blik was hard al liet het zoveel meer pijn doorschemeren dan hij zou willen. Wat Clyde hier zei was geen waar, voor Storm zou het nooit kloppen. ‘Ik moet daar zitten, ik moet pijn lijden, ik moet,’ hij zweeg, baalde zijn handen tot vuisten en kneep zijn ogen toe om het beetje controle dat hij had te behouden. ‘Ik moet degene zijn die alles verliest.’ Prevelde hij erachter. Hij keek de docent terug aan, iets van sarcasme werd zichtbaar in zijn blik. ‘Maar kijk naar me, gezond en wel.’ Hij tikte tegen zijn eigen borst, kwaad op zichzelf omdat hij in eerste instantie was hersteld en niet gewoon in die rolstoel was blijven zitten, met een weerwolf die dood was, met een lichaam dat was uitgestorven. ‘Je kan dit niet zeggen, ik ben degene die,’ hij haalde zijn hand door zijn natte haar, draaide zich, zette zijn handen op de rand van de fontein en keek voor een moment naar zijn eigen spiegelbeeld. Waarom was het zo hard om te zeggen? ‘Ik ben verantwoordelijk.’ Hij zweeg en draaide zich langzaam terug om naar Clyde. ‘Ik ben schuldig, niet jij, niet Devon, niet Nadya, ik.’ En dat laatste benadrukte met een zekere hardheid die werd bevestigd door Lupos. Hij was kwaad, voor het eerst in al die tijd liet hij het toe kwaad te zijn, op zichzelf, op Lupos, op alles wat hij had aangericht. Hij had het altijd voor zich gehouden, de woede … uit angst en nu liet hij het in sliertjes gaan. Hij zou het niet toelaten dat Clyde schuld op zich nam voor iets waar hij probeerde te helpen. Hij wist enkel niet hoeveel kracht hij daarvoor zou kunnen inzetten zonder Lupos te triggeren. ‘Je hebt dit niet verdiend, je redde hem.’ Het was amper een gefluister, een hopeloos gefluister waarvan hij niet wist of het tot bij Clyde zou geraken. Clyde had Devon gered van een monster, van zijn beste vriend en daar zat alle dankbaarheid die hij zich momenteel kon permitteren in deze situatie.

Hij zakte neer, tegen de fontein en op de grond, met opgetrokken knieën en zijn vingers tegen zijn voorhoofd. Hij probeerde zich te concentreren, op het water rondom hem, op de geuren van het bos alles behalve Clyde. Want het brak hem, het brak hem in duizend kleine stukjes om een docent te zien die schuld op zich nam. Misschien moest hij echt een mutant gaan zoeken die terug kon keren in tijd en alles kon veranderen. Zo kon Clyde gelukkig zijn, alles behalve dit. Wat zou het schoolhoofd hier van denken? Alles zou leiden naar Nadya en onrechtstreeks ook terug naar hem. De angst nam hem voor een kort moment over, niet klaar voor het oordeel van zoveel anderen. Hij liet één hand zakken, zijn andere handpalm drukte hij tegen zijn voorhoofd terwijl hij kort naar beneden keek, naar de hartslagmeter alvorens hij terug op keek naar Clyde. Zo gebroken de man was, zo gebroken voelde Storm zich nu. Wegrennen was geen optie, opgeven was helaas ook geen privilege die hij had, Clyde ook niet, hopelijk zag hij dat gaandeweg ergens in …
tag: Clyde --- words: 973 --- notes: - --- outfit: -
© SHE MEANS WAR AT ATF

_________________

- The alpha among wolves, the fear among men -
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Clyde Maddox
avatar
Administrator

Aantal berichten : 553

Mutant Profile
Alias: Thor
Mutation: Superhuman Strength - Berserker Rage - Resistance to Injury - Weather Manipulation - Lightning Creation - Thorforce - Thorsleep
Crush: If I killed your heart, know that I take all the blame
BerichtOnderwerp: Re: I'm too far from my faith to rely on a God   zo mei 29, 2016 11:46 pm




Het nadeel aan dit eiland, was dat hij niet weg kon lopen van de rotzooi die hij gemaakt had. Nu, weglopen was ook maar een relatief begrip, aangezien er momenteel niet veel lopen aan te pas zou komen. Maar na de ramp die hij veroorzaakt had in Californië, was hij wel ondergedoken. De problemen uit de weg gegaan in plaats van zichzelf aan te geven en de gevolgen onder ogen te komen. En nu had hij zijn karma gekregen. Het was allemaal echt ongelooflijk toevallig maar ook zo grappig, als je het vanuit zijn standpunt kon bekijken. Hoe vaak had hij niet de neigingen gehad om te googlen naar de school, naar de gebeurtenis die hij in gang had getrokken? Hij had het niet gedaan om zichzelf te sparen, maar dit was dus wat hij sowieso ook bij andere mensen had veroorzaakt. Voor het leven verminkt en waarom?

Omdat hij geen zelfbeheersing had. Hij had mensen vermoord, mensen verminkt, gezinnen kapot getrokken. Storm vermoord, zijn vrienden kapot gemaakt, Nadya kapot gemaakt. Dus ja, hij had het verdiend, zeker wel. Zijn prijs was betaald. Op de pijnlijkste manier dan, want nu zou hij ook moeten leven zoals de studenten die wel levend maar niet ongedeerd uit het brandende gebouw waren ontsnapt. Het was uiteindelijk Storm’s stem die de beelden van de oneindige stroom van lichamen die uit het gebouw werden gehaald onderbrak.

De jongen was het er duidelijk niet mee akkoord. ‘Nee!’ Een korte schok trok door zijn lichaam, hij kromp een beetje in elkaar. ‘Ik moet daar zitten, ik moet pijn lijden, ik moet,’ Ratelde hij, onderbrak zichzelf uiteindelijk wel weer. ‘Ik moet degene zijn die alles verliest.’ Vervolgde hij zachtjes, zocht toen weer oogcontact. ‘Maar kijk naar me, gezond en wel.’ Hij tikte tegen zijn eigen borst, om zijn woorden kracht bij te zetten. Clyde keek hem met een lege blik aan, normaal zou hij de jongen al lang onderbroken hebben, maar die autoriteit had hij allesbehalve nog.

Dus hij kon onverstoord verder gaan. ‘Je kan dit niet zeggen, ik ben degene die,’ Storm draaide zich weg, naar de fontein. ‘Ik ben verantwoordelijk.’ Het was weer even stil, de jongen draaide zich terug naar hem. Hij voelde zijn hart in zijn keel kloppen. De stress werd hem teveel. ‘Ik ben schuldig, niet jij, niet Devon, niet Nadya, ik.’ Beklemtoonde hij, bijna wanhopig, alsof het make or break was dat Clyde het zou geloven of niet. ‘Je hebt dit niet verdiend, je redde hem.’ Zei hij nog, amper hoorbaar. Het was meer dat zijn lippen hadden bewogen, anders had hij gedacht dat hij het zich had ingebeeld.

Opnieuw moest hij slikken, de tranen terug vechten. Hoe onmogelijk het ook was, hoe koppig Storm ook was, hij zou het proberen uit te leggen. De jongen verdiende de waarheid, zou misschien inzien dat Nadya hem alleen maar gepast had gestraft. "Je hebt geen idee wat ik gedaan heb", Zei hij, duidelijker nu maar nog altijd niet luid. Rusteloos sloot hij zijn vingers om de armleuningen van de rolstoel. Niet dat hij er veel kracht op kon zetten. Zelfs zijn handen zaten onder de littekens, waren niet gespaard gebleven van de vlammen.

Nog even staarde hij voor zich uit voor hij sprak. ”Ik heb hem gered, maar ik heb genoeg..", Nu was het zijn beurt om zichzelf te onderbreken. Hij worstelde zichtbaar met zichzelf, met zijn woorden, met de situatie. "Slechte dingen gedaan", Zei hij, al zei dat natuurlijk nog steeds niks. "Mensen gedood, mensen zo oud als jij, studenten", Gromde hij met de pijn en de spijt in zijn stem. "Anderen raakten verminkt, net zoals ik", Vervolgde hij, keek naar beneden, naar zijn eigen beschadigde lichaam. Naar zijn benen, waar waarschijnlijk nooit meer gevoel in zou komen.

_________________
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Storm Hall
avatar
Class 3

Aantal berichten : 1905

Mutant Profile
Alias: Lupos
Mutation: Werewolf
Crush: The moon was on fire and no one could save me but you.
BerichtOnderwerp: Re: I'm too far from my faith to rely on a God   ma mei 30, 2016 8:41 pm

.Always live before you die.

De regen maakte een triestige situatie nog triestiger, alsof het een perfect plaatje kon zijn in één of andere film, alsof alles was samen gebracht naar dit. De man in de rolstoel en de jongen die zichzelf niet onder controle kon houden. Toen Nadya hem had gezegd wat ze had gedaan met Clyde was er geen enkel moment geweest achteraf dat hij ging na vragen hoe het met de docent ging. Hij had het Nadya één keer gevraagd en daar was het bij gebleven. Storm had al die tijd oogkleppen gedragen en niets of niemand binnen gelaten buiten haar … Nadya. En zij was de reden waarom Clyde daar in een rolstoel zat, zij had het gedaan omdat Clyde hem had vermoord. Moest Lupos iets of wat van communicatie af weten dan zou hij Nadya waarschijnlijk aardig gaan vinden, net als hij nu zou staan grijnzen om de ineengekrompen man in de rolstoel. Storm voelde die drang, drang om genot te hebben met dat beeld maar hij verdrong het omdat hij wist dat het van Lupos kwam. En aan wie hadden ze al dit te danken? … aan de wolf, aan Lupos. Want hij leerde de draak kennen, de ijsbeer en uiteindelijk bracht donder en bliksem een einde aan die ketting. En was het maar echt een einde geweest.

Storm kon nooit langer dan tien seconden naar de man kijken zonder de pijn te voelen die de littekens van Clyde bij hem teweeg brachten. Dus hij sloeg zijn blik iedere keer af, naar de omgeving, de grond, de toppen van zijn natte schoenen. De woorden, hoe stil en zwak ze ook klonken hadden een averechts effect om Storm en het maakte hem meer kwaad dan hij zou willen. Nadya deed het, Devon deed het en nu deed Clyde het ook, ieder van hen nam schuld op zich voor iets dat hij had gedaan, voor iets dat Lupos had ontlokt. Het was geen plaats voor woede of frustratie en toch kon hij het niet tegen houden, toch kon hij de woorden niet achter op zijn tong laten liggen.

Clyde gaf geen krimp terwijl Storm sprak, buiten een beetje ineen zakken veranderde er niets aan hem. En Storm frustreerde zich daar aan, waarom kon hij gewoon niet de leerkracht zijn? Waarom zei hij niets terug en nam hij het allemaal op alsof hij niets meer was in deze wereld. Meer dan anders wilde Storm in zijn plaats zitten, meer dan anders voelde hij de wanhopig, de gebrokenheid terug bezit nemen van hem. Ja, hij had gefeest, hij maakte vrienden blij en was weer goede oude Storm Hall. Maar was het echt zo … kon niemand achter de bruine ogen de intense pijn zien? Het verscheurende gevoel van de tweestrijd tussen hem en Lupos? En Clyde kon dit, zomaar, hij kon het zich permitteren hier te zitten in een rolstoel, miserabel te wezen terwijl Storm dat moest zijn. Hij had niet meer naar zijn hartslag gekeken vanaf het moment dat hij was beginnen praten want hij kon het gewoon voelen. Hij voelde de druk van Lupos, hij voelde het allemaal naar boven komen. En eens hij was uitgepraat zakte hij gebroken neer tegen de fontein, verborg hij zijn hoofd in zijn handen en vroeg hij zich voor de zoveelste keer af, waarom hij?

“Je hebt geen idee wat ik heb gedaan.” Begon Clyde. Storm hief zijn hoofd langzaam op vanuit zijn handen, zijn ogen emotieloos en met een zekere hardheid. Ze gleden langs zijn benen omhoog tot hij terug de blik te zien kreeg van de docent. Hij zweeg om respect te tonen maar eigenlijk wilde hij er ergens meteen weer tegenin gaan. Hij zweeg omdat hij opgevoed was en hij had geleerd anderen te laten uitspreken, niet meer dan dat. Storm keek toe hoe zijn knokkels wat witter werden toen hij in de armleuning van zijn rolstoel kneep, hoe hij zichzelf onderbrak omdat hij worstelde met de woorden. Slechte dingen gedaan, mensen vermoord, het was alsof hij naar zichzelf luisterde. ‘We doen allemaal slechte dingen, denk je dat deze school onschuldig is? Nee, iedereen heeft monsters, het is maar hoe je ermee om gaat.’ Storm duwde zich af van de grond, kwam weer recht, weer helemaal alert en kwaad. ‘Als jij zegt dat je slechte dingen hebt gedaan, dat je mensen hebt vermoord dan ben je een moordenaar, een monster net als ik en weet je wat het is met monsters?’ Hij kwam naar voor, tot hij op twee meter van Clyde zijn rolstoel was en hurkte neer zodat Clyde volle blik kreeg van de zachte rode schijn rond zijn bruine ogen. ‘Monsters als jij en ik kunnen niet sterven, wij moeten leven en boeten voor wat we hebben gedaan. Monsters krijgen niet de privilege te sterven want je word altijd gered, door een vriend, een geliefde, een docent … door je ergste vijand.’ Lupos had zijn leven tweemaal gered, zijn allergrootste vijand had hem twee keer gered van de dood en Storm worstelde nog steeds met het begrip ‘onsterfelijkheid’ want hij wist zolang Lupos leefde, hij dat ook zou doen. ‘Ik probeerde het al eens eerder, kijken hoe het is om te sterven want was is je leven nog waard als je zoveel doden maakt?’ Hij hield zijn hoofd een tikkeltje schuin. ‘Hij redde mijn leven. Dus nee, als ik niet kan sterven voor mijn daden dan mag jij dat al zeker niet.’ Prevelde hij op een vlakke snelle toon. ‘Ik moet voor iedereen de schijn erop houden, vrolijk charmante Hall zijn maar er is niets liever dat ik wil dan gewoon verdwijnen. Maar dat lukt niet.’ Hij zweeg en keek voor een moment lang langs de docent naar een stel struiken. ‘Is het dit dat je wil? Sterven? Verdwijnen? Ik zou je het kunnen geven, in een hartslag, het zou pijnloos zijn, je zou van al je problemen af zijn. Geen vrienden meer, geen partner meer, geen leven meer, gewoon die vredige zwarte wereld waar niets net alles is. Ik zou het je kunnen geven.’ Zijn stem verzwakte wat naarmate de zin vorderde. Langzaam maar zeker kwamen de emoties terug in zijn blik, Lupos was nog steeds waakzaam maar de intense drang zwakte langzaam af. ‘Als ik één ding heb geleerd van deze plaats dan is het dan je een beetje verder moet kijken want verdwijnen in het niets zou meer mensen rondom je pijn doen dan je zelf zou willen. En is het niet net ons taak om ze gelukkig te houden ondanks dat we zelf kapot gaan vanbinnen?’ Was het niet exact dat … Hoe erg je toestand ook mocht zijn, het waren de vrienden, de mensen van wie je hield die je gelukkig moest houden. Ze konden niet egoïstisch zijn, hoe graag ze het ook zouden willen …
tag: Clyde --- words: 1131 --- notes: - --- outfit: -
© SHE MEANS WAR AT ATF

_________________

- The alpha among wolves, the fear among men -
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Clyde Maddox
avatar
Administrator

Aantal berichten : 553

Mutant Profile
Alias: Thor
Mutation: Superhuman Strength - Berserker Rage - Resistance to Injury - Weather Manipulation - Lightning Creation - Thorforce - Thorsleep
Crush: If I killed your heart, know that I take all the blame
BerichtOnderwerp: Re: I'm too far from my faith to rely on a God   ma jul 11, 2016 11:48 pm




Dat hij ooit nog een preek zou krijgen van iemand die een stuk jonger was dan hem, had hij toch wel niet zien aankomen. Maar alles wat er in de afgelopen jaren gebeurd was, had hij niet kunnen voorspellen. Het aanbod van Jean had hem gered van wat waarschijnlijk een gevangenisstraf was geweest, of erger. Maar het alternatief bleek toch niet zo rooskleurig te zijn als het eerst was geweest. Het bracht zoveel ongekende emoties met zich mee, en hij wist niet hoe hij er mee om moest gaan. Hij was zijn grip op zichzelf kwijt, zijn uiterlijk was zo hard veranderd dat het leek alsof zijn identiteit mee was gegaan. De zelfzekerheid was weg, de vriendelijkheid ook. Echt reageren op zijn omgeving deed hij niet meer. Opgegeven, zomaar, omdat hij geen idee had hoe niet.

Storm leek nog altijd niet te snappen dat hij hier niet zat om zijn medelijden of zijn tips te krijgen. Hij zat hier omdat het moest van Frieda. Omdat de buitenlucht hem goed zou doen. Omdat het vandaag bewolkt was en de zon dus niet op zijn wonden kon gaan schijnen. Zijn woorden leken helemaal geen impact te hebben gehad op de jongen, behalve dat hij opnieuw met een soort felheid die hij niet kon plaatsen tegen hem in begon te gaan. Hij kwam ook weer een stuk dichterbij, Clyde zag nu heel duidelijk het rode randje rond Storm’s bruine kijkers. Lupos was heel dichtbij. De jonge Brit begon opnieuw op hem in te praten, dat hij het niet verdiende om dood te zijn. Dat hij het niet verdiende om met rust gelaten te worden.

En daar had hij 100% gelijk in. Daarom schudde hij ook zwakjes zijn hoofd toen Storm hem vertelde dat hij het hem zomaar hier en nu kon geven. Doodgaan wou hij niet. Nadya had op deze manier wraak genomen voor de studenten die dat niet konden doen, dus hij vond het meer dan verdiend. Nu moest hij er inderdaad, zoals Storm zei, mee leren leven. De houding van de jongen leek opnieuw iets te veranderen. Zijn stem was veel zachter geworden toen hij opnieuw sprak. ‘Als ik één ding heb geleerd van deze plaats dan is het dan je een beetje verder moet kijken want verdwijnen in het niets zou meer mensen rondom je pijn doen dan je zelf zou willen. En is het niet net ons taak om ze gelukkig te houden ondanks dat we zelf kapot gaan vanbinnen?’ Vroeg hij.

Woorden waar hij toch over moest nadenken. In principe moest hij eens gaan nadenken over alles wat Storm zonet had gezegd. "Ik doe de mensen die dicht bij me staan nu ook al pijn", Reageerde hij zachtjes, aanvaardend. "Jij kan inderdaad iedereen rondom je overtuigen dat je, ondanks hem, wel nog normaal kan zijn. Je overtuigd jezelf daar ook van. Maar hij zit er, nog altijd, dat zag ik wel", Ging hij verder. Hij wreef even met zijn hand langs zijn ogen, voelde de vermoeidheid weer opkomen. "Maar zolang je kan doen alsof, zijn je vrienden gelukkig, dus je hebt het wel voor elkaar", Vervolgde hij. Hij liet zijn hand weer zakken, liet hem rusten op zijn bovenbeen. De man beet even op zijn lip toen hij opnieuw naar de littekens keek. "Ik kan helemaal niks verbergen, helemaal niet doen alsof. Iedereen ziet me precies zoals ik ben, een monster, zoals je zei. En dat is terecht", Mompelde hij. "Misschien kom ik op het punt dat ik er iets aan ga veranderen. Maar die dag is niet vandaag.”

_________________
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Storm Hall
avatar
Class 3

Aantal berichten : 1905

Mutant Profile
Alias: Lupos
Mutation: Werewolf
Crush: The moon was on fire and no one could save me but you.
BerichtOnderwerp: Re: I'm too far from my faith to rely on a God   za jul 30, 2016 9:20 am

.Always live before you die.

Ze zouden hier geen van beide mogen zijn. Storm kon dit niet, hij hoorde hier niet en kon deze ontmoeting ook niet aan. En waarom was Clyde hier eigenlijk? Zijn ogen gleden naar de deuren van de ziekenboeg en hij besefte het maar al te goed. Hier zette ze de “slachtoffers” neer die alle hoop hadden opgegeven en niet meer naar buiten wilden. Storm kende het, hij was ook één van die slachtoffers geweest die daar zat en niet naar buiten wilde. Die daar zat en niet wilde leven. Die daar zat gewoonweg omdat het moest. Leven omdat het moest was zoveel vermoeider dan iets hebben om voor te leven. Dus schoven ze je naar buiten, grotendeels omdat je geen keus had. Ze hadden beide in die rolstoel gezeten, het was misschien wel dezelfde. En ze hadden beide die keus niet gehad. Hoe hard Storm ook protesteerde, ze hadden hem naar buiten geduwd omdat het moest. En dat was exact de reden waarom hij hier zat, waarom ze elkaar tegen kwamen en waarom ze genoodzaakt waren elkaar onder ogen te komen … omdat het … moest.

Het was niets voor Storm om zo onrespectvol te zijn, om zo kortaf of grof over te komen maar wat kon het hem schelen? Lupos had een stuk meer controle nu, Storm had het hem gewoon gegeven en het was grotendeels dat beetje wolf die zijn geest vergiftigde om zo te doen. Maar misschien ook omdat hij dit niet wilde, iemand anders in een situatie zien waar hij ook kort geleden had ingezeten. Storm wist dat Clyde zijn woorden niet wilde, hij wist dat het hem niet kon schelen en toch zei hij ze, koelbloedig, kortaf en zo verschrikkelijk ongeduldig. Het was alles wat Storm niet was. De druppels van de regen zorgde niet voor kou, zorgde niet voor afleiding want het enige waar hij oog voor had was voor Clyde en zijn toestand. De toestand waar Nadya hem in had gestopt en dus onrechtstreeks weer zijn fout was. Clyde had zich nooit mogen komen moeien in dat bos, dan was dit allemaal niet gebeurd. Maar dan anderzijds zou Devon gestorven zijn. Het gewicht van al dat voelde loodzwaar op zijn schouders en op één of andere manier probeerde hij dat af te reageren op de man voor zich in de rolstoel.

En dat plots vond hij niet meer de moeite om zo opdringerig te proberen zijn. Vond hij niet meer de moeite om Clyde de dingen te zeggen die hij niet eens wilde horen. Dus liet hij dat beetje zelfbescherming zakken en werd zijn blik wanhopiger, gaf hij toe aan alle emoties die hem vanbinnen al kapot maakte. Het enige ding wat hem levend liet op dit moment was voor anderen, omdat hij niet wilde dat Nadya hem zou verliezen in een wereld waar ze al teveel had verloren. Omdat hij niet wilde dat Devon iedere morgen zou wakker worden en naar een leeg bed zou kijken. Daarom deed hij het, daarom probeerde hij “te leven” in een wereld waar hij helemaal niet wilde zijn. En dat zei hij ook tegen de docent voor zich, al was het zachter en met zoveel meer emotie. De nieuwe houding jaagde Lupos was weg, waardoor ook dat beetje agressie in zijn ogen verdween, maar het was lang niet genoeg om hem voor altijd weg te krijgen. Hij zat daar gehurkt voor de docent, het water kwam uit de lucht waardoor zijn haar kleefde tegen zijn voorhoofd, waardoor ze beide nat waren en er niets om gaven. Toen Clyde weer sprak keek Storm hem aan, echt aan. Probeerde hij met zijn blik ieder deeltje van Clyde’s gezicht te ontleden. En hij zag er niet veel, wat hij zag was gewoon herkenbaar. Niet lang geleden had hij exact op dezelfde manier gekeken. Dat hij de mensen die dicht bij hem stonden ookal pijn deed zorgde ervoor dat Storm een moment lang naar de grond onder zijn schoenen keek. Ja, zo zou het altijd zijn met hen.

“Je overtuigd jezelf daar ook van.” Storm keek hem terug aan, een zwakke ongemeende grinnik verliet zijn lippen. ‘Als je het maar lang genoeg blijft herhalen dan ga je er automatisch in gaan geloven.’ Stemde hij daarmee in. ‘Want we hebben geen keus, we moeten ermee leven. Het is aan jou om te beslissen op wat voor manier.’ Wees hij kort naar de leerkracht. Hij kon heel zijn leven zitten mopperen over deze versie van zichzelf. Of hij kon het proberen geloven en ermee verder gaan, net als Storm nu deed. Het was niet genoeg, voor Storm was het nooit genoeg, het zou nooit de herinneringen wissen. Die donkere plaats zou er altijd zijn maar ze moesten verder, ze hadden geen andere keuze. Toen Clyde benadrukte dat Lupos er nog steeds was keek hij de docent een tijd lang zwijgend aan. Hij had zin om te zeggen dat hij harder zijn best had moeten doen om Lupos uit te schakelen maar hij deed het niet. Hij keek en misschien zouden zijn ogen het verhaal wel vanzelf vertellen. Toen hij verder ging luisterde Storm in stilte naar de woorden. ‘Zelf monsters kunnen geliefd worden.’ Prevelde hij. ‘Het doet er niet toe of het vandaag of morgen is voor jezelf. Maar anderen rekenen erop dat je ervoor kiest om vooruit te gaan. En als je ze ergens lief hebt, waar dan ook in dat zwarte gat, dan doe je het.’ Ging hij verder. ‘Als ze je accepteren om wie je bent, om wie je bent geworden, om wat je hebt gedaan dan ben je geliefd.’ Hij keek de docent aan, zijn ogen deels afwezig door zijn eigen woorden. ‘Dat is één ding, jezelf accepteren is iets anders. Daar kan niemand je bij helpen. Het is aan jou de keuze of je het doet voor hen of voor jezelf.’ Besloot Storm uiteindelijk te zeggen. Hij deed het niet voor zichzelf, hij deed het voor anderen. Hij had zichzelf nog niet geaccepteerd en dat zou hij ook nooit doen. Misschien voor ze daar een gelijkenis, misschien kon haar daar het respect en het begrip voor de docent voor hem vinden …
tag: Clyde --- words: 1025 --- notes: - --- outfit: -
© SHE MEANS WAR AT ATF

_________________

- The alpha among wolves, the fear among men -
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Clyde Maddox
avatar
Administrator

Aantal berichten : 553

Mutant Profile
Alias: Thor
Mutation: Superhuman Strength - Berserker Rage - Resistance to Injury - Weather Manipulation - Lightning Creation - Thorforce - Thorsleep
Crush: If I killed your heart, know that I take all the blame
BerichtOnderwerp: Re: I'm too far from my faith to rely on a God   ma aug 01, 2016 5:12 pm




Voor zijn ogen leek de jongeman wel een ware identiteitscrisis te ondergaan. Soms vroeg hij zich af hoe het voelde, om een hele tweede persoonlijkheid te hebben waar je mee moest vechten. Een innerlijke strijd die alleen Storm kon voeren. Clyde had ook een soort andere identiteit in zichzelf zitten, die alleen tevoorschijn kwam als hij in groot gevaar was. Alsof de ware Noorse god Thor hem een handje kwam helpen. Dat was ook de enige reden dat hij Lupos had kunnen overmeesteren, en de twee lichamen uiteindelijk mee had kunnen nemen naar het schoolgebouw.

Maar die Thor zou nu waarschijnlijk alleen maar lachen als hij zag in welke staat Clyde’s lichaam was. Hier kon niemand nog iets mee, iets waar de man zich wel bewust van was. Hij was ontslagen als peacekeeper, hoefde ook geen les meer te geven. Het enige waar hij nog goed voor was, was om in een rolstoel van tijd tot tijd naar buiten gereden te worden en daar te blijven staan tot ze hem terug kwamen halen. Dat Storm nu toevallig langs was gekomen, was gewoon pech geweest. Dat hij ook een hele preek wou geven, was blijkbaar noodzakelijk voor hem, dus liet Clyde hem maar gewoon begaan.

Misschien zou de jongen zich er beter door voelen, als hij het gevoel had dat hij toch iets had kunnen goed maken. ‘Als je het maar lang genoeg blijft herhalen dan ga je er automatisch in gaan geloven.’ Reageerde hij instemmend op zijn woorden. ‘Want we hebben geen keus, we moeten ermee leven. Het is aan jou om te beslissen op wat voor manier.’ Zei hij nog een keer, waarschijnlijk in de hoop dat het nu wel zou doordringen. Dat deed het niet. Hij was er niet klaar voor, niet nu, misschien ook niet in de nabije toekomst.

Of Storm dat nog zou accepteren vandaag, was ook niet eens heel waarschijnlijk. De jongen bleek extreem koppig te zijn, net zoals hij zelf. Opnieuw kwam er een poging, waar hij wel naar luisterde, maar nog steeds was hij niet helemaal overtuigd. ‘Dat is één ding, jezelf accepteren is iets anders. Daar kan niemand je bij helpen. Het is aan jou de keuze of je het doet voor hen of voor jezelf.’ Beëindigde hij zijn woorden. Zachtjes knikte hij, ten teken dat hij het begrepen had. "Maar die beslissing kan ik nu nog niet maken", Zei hij zachtjes, misschien zelfs een tikkeltje beschaamd. "Ik ben er niet klaar voor Storm", Zuchtte hij, wreef vermoeid met zijn hand over zijn ogen.

De deur zou eigenlijk eens wat olie kunnen gebruiken, want de scharnieren maakten een verschrikkelijk piepend geluid toen Frieda de deur open duwde. "Hemeltje Clyde, ik had helemaal niet gezien dat het zo hard regende, mijn God het spijt me", Riep ze uit vanaf ze door kreeg dat de regen nog steeds niet was opgehouden. "Het geeft niet", Wuifde hij zwakjes weg. De vrouw kwam dichterbij, glimlachte even vriendelijk naar Storm. "Ik zal jullie helaas moeten onderbreken, hij moet dringend weer naar binnen", Zei ze tegen de jongeman, waarna ze daad bij woord voegde en achter de rolstoel ging staan, om hem naar binnen te duwen.

_________________
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Storm Hall
avatar
Class 3

Aantal berichten : 1905

Mutant Profile
Alias: Lupos
Mutation: Werewolf
Crush: The moon was on fire and no one could save me but you.
BerichtOnderwerp: Re: I'm too far from my faith to rely on a God   ma aug 01, 2016 6:10 pm

.Always live before you die.

Waarom deed hij dit in godsnaam? Waarom verprutste hij zijn tijd aan de docent die hem had vermoord? Hij deed het niet voor zichzelf want eerlijk, het kon hem niet schelen hoe Clyde hieruit zou komen, toch niet in de staat waarin Storm nu verkeerde. Maar klaarblijkelijk kon het Lupos wel iets schelen want de wolf was alerter. Het was waarschijnlijk de laatste geur van die avond geweest, die van Clyde en nu zat de man hier voor hem met een lichtjes afwijkende geur van eerder. Maar Lupos herkende hem, hij herkende hem duidelijk en dat was waarschijnlijk de grootste reden waarom Storm zich nu zo opgefokt voelde, alsof hij zin had om Clyde terug te pakken op zijn daden. Maar het kon evengoed zijn omdat hij Nadya wilde beschermen. Dat was de tweestrijd, het ene deel van hem wilde Clyde iets aan doen, het andere deel van hem wilde Nadya beschermen. Dus het was misschien beter dat hij al die frustratie in woorden gebruikte, hoe wanhopig hij zich er ook bij ging voelen. Alles was beter met woorden dan met daden.

Wat hij zei was allemaal heel erg duidelijk en misschien een beetje wijs om te zeggen maar hij geloofde maar half zelf van zijn eigen woorden. Ja, het was aan Clyde om te bepalen wie hij wilde worden maar Storm mocht het eigenlijk niet zeggen, zeker niet alsof hij er zelf geen woord aan nam. Ja, voor hem was het gemakkelijker om een masker aan te worden, hij was een student, een jonge student. Clyde was één van de meest gekende docenten op Genosha, hij zou les moeten geven en overtuigend moeten overkomen … wat hem nooit zou lukken als hij zo zou blijven zitten. Maar ach, wat deed hij de moeite. Het leek alsof hij tegen muren praatte, of tegen een spiegel waar het spiegelbeeld het zelf ook niet wilde horen.

“Ik ben er niet klaar voor Storm.” En Storm had zin om hem te corrigeren naar Hall. Maar hij zweeg en stond op, keek de man aan en knikte langzaam. ‘Je gaat er nooit klaar voor zijn.’ Merkte hij neutraal op. Zijn ogen gingen naar boven, naar de verpleegster die door de verschrikkelijk piepende deur naar hen toe kwam gerend. Storm kende geen kou, niet meer sinds hij weerwolf was geworden, dus hij voelde de kou van het water niet door zijn kleren binnen dringen. Maar de man voor hem moest het waarschijnlijk al wat kouder hebben. Van zodra de verpleegster dichtbij was en begon te praten veranderde Storm heel zijn houding. Hij werd afstandelijk, afgesloten, weer zijn oppervlakkige neutrale zelf. De verpleegster begroette hem met een knikje maar hij knikte niet terug. Hij keek enkel naar Clyde, hij wilde nog iets zeggen maar hij deed het niet. Storm bleef in de regen staan terwijl de verpleegster de rolstoel vooruit duwde. En hij voelde dat tweede deel van zichzelf hunkeren. Zijn ogen kregen die vage dieprode gloed, alsof Lupos de man na keek in plaats van Storm. Hij kon het de wolf zo horen denken; ik krijg hem wel nog. Storm keek toe hoe Clyde naar binnen verdween alvorens hij een moment lang naar zijn eigen handen keek. ‘Je krijgt hem wel nog.’ Prevelde hij amper hoorbaar terug, monotoon, gestuurd door de wolf. Hij sloeg zijn ogen op en ademde langzaam aan. Lupos wist beter, Lupos wist altijd beter …
tag: Clyde --- words: 602 --- notes: - --- outfit: -
© SHE MEANS WAR AT ATF

_________________

- The alpha among wolves, the fear among men -
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud

BerichtOnderwerp: Re: I'm too far from my faith to rely on a God   

Terug naar boven Go down
 
I'm too far from my faith to rely on a God
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Prophecy Of Fate :: Ruins of Genosha :: School - Ground :: Schoolyard-
Ga naar: