INDEX GUIDE RULES GROUPS MEMBERS

Deel | 
 

 Project Albèga

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Ga naar beneden 
AuteurBericht
Topaz Albèga
avatar
Deceased
Aantal berichten : 109

Character Profile
Alias: Tobias
Age: 4 (18) years
Occupation:
BerichtOnderwerp: Project Albèga   zo maa 06, 2016 1:13 am

-
Årud Haugen
Part | - It's all about survival
Het was tegen middernacht en Årud lag samen met zijn ouders, broertje en zusje in de living die tevens ook als slaapkamer en keuken gebruikt werd. Hun huis bestond namelijk uit niet meer dan een gemeenschappelijke ruimte die voor alle activiteiten gebruikt werden. Zijn ouders sliepen op een oude, vuile matras en hij en zijn broertje en zusje sliepen op een hoop stro. Het geklappertand en de rustige adem was niet meer wat er van hen te horen was maar het was ruimschoots voldoende om de blonde jongen uit zijn slaap te houden. Voorzichtig streek hij met zijn koude vingers over het verkleumde gezicht van Maiken en liet zijn grijze ogen de rest van de kamer doorspitten. Heel voorzichtig bracht hij zijn lichaam in beweging en ondersteunde het hoofd van Maiken dat op zijn schoot lag en legde het op het dunne kussentje waar hij oorspronkelijk op had gelegen. ‘Shhhh.’ Fluisterde hij zijn zusje toe toen die haar vermoeide oogjes opende en hem aankeek. ‘Slaap maar verder.’ Bemoedelijk glimlachte hij haar toe en zag hoe het meisje haar hand onder het kussen stak en zich tegen haar tweelingsbroer aan nestelde. Adam lag nog steeds vast te slapen en Årud legde het dekentje waar hij eerst onder had gelegen over hen twee heen opdat ze het toch al dat tikkeltje warmer zouden krijgen.

Buiten was het stukken kouder en onmiddellijk greep hij met zijn handen naar zijn ellebogen als poging om de weinige warmte die nog in zijn lichaam schuil ging vast te houden. Zijn voeten droegen hem richting het licht dat de beschaafde wereld met zich meebracht. Eenmaal in de stad was het drukker ondanks dat het al bijna halféén ’s nachts was. De mensen die nog op straat rondliepen waren mensen die een stapje in de wereld gingen zetten en waarvan je zag dat ze het goed hadden. Dikke jassen, mutsen, sjaals, een wereld van verschil als hij ze vergeleek met zichzelf. Hij keek naar zijn all-stars waar zijn dikke tenen beide door het plastiek naar buiten kwamen en slenterde verder de winkelstraat op. ‘Ik heb het koud lieverd, laten we ergens wat gaan drinken.’ Een vrouw gehuld in een bontjas aan de overkant van de straat kroop dichter tegen de man langs haar aan en Årud veronderstelde dat het haar man was. ‘Ik weet het lief, we zijn er bijna.' Een klingelend geluid weerklonk en het koppel verdween in een caféetje terwijl Årud moederziels alleen achter bleef op straat. Het was geen plaats voor een vijftienjarige, maar hij had geen andere keuze. Vanavond werd het groot huisvuil op straat gezet, wat voor hem en zijn familie betekende dat het bijna zoals Kerstmis was. Zijn moeder en vader wilden het niet toegeven, dat ze de spullen die anderen wegdeden nodig hadden en hadden Årud verboden van te gaan verzamelen. Maar wat hadden ze te zeggen als ze sliepen? En ze zouden hem ook niet met al zijn spullen terugsturen als hij ze in de ochtend aan hen tentoon stelde.

Met zijn verkleumde vingers graaide hij doorheen een van de vele dozen die in de zijstraatjes opgestapeld stonden te wachtten om opgehaald te worden.  Hier en daar vond hij interessante dingen of stuitte hij op iets bruikbaars. Of iets waar in ieder geval zijn broertje of zusje blij mee zouden zijn. Een knuffelkonijn waarvan je zag dat het al meerdere malen opgelapt was. Het ding miste een armpje en de kleertjes die het droeg vielen bijna uit elkaar. Maiken zou er in ieder geval heel blij mee zijn waardoor hij besloot om het mee te nemen, enkel en alleen al om haar vrolijke lach te zien. Hij ontdekte ook een rugzak waarvan een van de bandjes stuk was, maar het kwam hem enorm handig van pas om de overige gevonden spullen in te steken. Een oud deken, enkele truien, meerdere cd’s die nog in tact waren en een kleine stapel met oude stripboeken. Niet dat ze een cd-speler hadden of dat hij kon lezen, maar ze konden het desnoods verkopen of de haard mee aan doen. ‘Wat moet dat daar?’ Årud keek geschrokken op en liet de glazen pot die hij net in zijn handen had op de grond vallen. Het geluid van brekend glas overstemde het steegje en met een lijkbleek gezicht drukte hij zich recht op zijn voeten. De gehavende rugzak sloeg hij over zijn schouder en hij deed enkele stappen naar achteren toen de politieman het steegje ingewandeld kwam. ‘Dit is niet de eerste keer dat ik je hier zie jongeman. Je weet dat..’ Hij twijfelde geen seconde, draaide zich om en zette het op een lopen, alsmaar dieper het steegje in. ‘Waar ga je heen?’ De agent klonk eerst verrast, maar de woorden die daarop volgden klonken veel dreigender. ‘Blijf staan jij stuk krapuul..’ Zijn voetstappen echoden tussen de muren door en Årud voelde de adrenaline door zijn lijf gieren terwijl de agent hem op de hielen zat. Zo behendig als hij was sprong hij over de obstakels die hem in de weg lagen en duwde enkele vuilnisbakken omver om het pad voor de agent moeilijker te maken.

Zijn hijgende ademhaling was het enige wat hoorbaar was in de kilte die de nacht met zich meebracht. De grijze ogen in zijn oogkassen schoten van links naar rechts terwijl hij zijn ongezond magere lichaam plat tegen de muur drukte om op te gaan in de omgeving. Hij was de agent gemakkelijk kwijtgespeeld, maar toch hield hij zich nog verscholen, bang om opnieuw betrapt te worden. Vluchtten kostte veel energie van hem, energie die hij eigenlijk niet had. Of toch niet voldoende om het op die manier te besteden. Na wat een minuut of tien was liet hij zijn gespannen en alerte houding zakken en kwam tevoorschijn uit zijn schuilplaats. Zijn voeten droegen hem weer naar de hoofdstraat en hij wierp een blik naar de kerktoren om daar op de klok te lezen dat het al bijna drie uur ’s nachts was. Een zucht rolde over zijn lippen en liet een klein wolkje achter in de koude lucht. Årud maakte rechtsomkeer en slenterde weer via dezelfde weg als hij gekomen was ook weer naar huis. Met een zacht gekraak ging de dunne houten deur open en stapte hij het hutje dat ze ‘thuis’ noemden binnen. De zware rugzak liet hij van zijn schouder zakken en in stilte begon hij de spullen eruit te halen. De truien plooide hij netjes op en legde het op het kleine tafeltje dat in de ruimte stond net zoals hij met de cd’s en stripboeken deed. Het was een cadeau voor allen, want de kleren die ze in hun bezit hadden waren gemeenschappelijk. Het deken dat hij gevonden had legde hij voorzichtig over zijn ouders en het knuffeltje dat hij voor Maiken had meegenomen stak hij bij haar onder het deken van zodra hij terug bij haar in het stro kroop. Het meisje werd weer voor een moment wakker en stak haar hand uit naar Årud. Hij vlocht zijn vingers door de kleine van haar en drukte een kus op haar hand alvorens hij zijn hoofd neerlegde en samen met haar in slaap viel.


_________________
We are the chosen
And this is your emergency broadcast announcing the commencement of the final purge.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Topaz Albèga
avatar
Deceased
Aantal berichten : 109

Character Profile
Alias: Tobias
Age: 4 (18) years
Occupation:
BerichtOnderwerp: Re: Project Albèga   vr apr 08, 2016 1:49 pm

-
Årud Haugen
Part || - The fountain
Het ochtendgloren op een zondagmorgen. Voor veel gezinnen het aanbreken van een dag vol rust, en het gezellige samenzijn met de familie. Maar niet voor familie Haugen, voor hen was zondag nooit een rustdag. Voor hen was zondag een van de weinige dagen waarop ze wat extra geld in het laatje konden krijgen. ’Årud..’ Het was een zachte stem die hem van ver toeriep. ’Årud.’ ditkeer wat harder, en de blonde jongen opende zijn vermoeide ogen tot kleine spleetjes. ’Komaan jongen, het is echt tijd.’ Toen hij zijn grijze ogen volledig geopend had zag hij het silhouet van zijn moeder boven hem hangen, haar hand streek niet veel later liefkozend over zijn wang. De nacht had voor hem weinig slaap in petto gehad, maar de buit die hij had binnengehaald was het helemaal waard geweest. ’Ik sta al op.’ beantwoorde hij zijn moeder en toverde een uitgeputte glimlach op zijn jonge gezicht. Zijn moeder stond op en wandelde naar de andere kant van de kamer, waar de ‘keuken’ was. Een klein haardvuurtje met een ketel boven, waarvan de geur er op duidde dat ze soep gekookt had. Het mocht dan wel 2028 zijn, de welvaart in Noorwegen was nog steeds lang niet evenredig verdeeld. De kloof tussen rijk en arm was groter dan hij ooit geweest was en veel landbouwgezinnen hadden op een korte periode alles verloren. Nieuwe technieken in de genetische manipulatie om groenten en fruit in laboratoria te laten groeien.. Het was enkel maar nadelig geweest voor de boerderijen, en zo ook had de famillie Haugen hun faillissement daar aan te danken. ’Het ruikt heerlijk.’ sprak hij zijn moeder toe en legde zijn hand zachtjes op haar schouder. Zijn moeder keek hem aan en hij zag onmiddellijk hoe de tranen haar ogen vulden. ’Het is enkel water met een paar boui..’ Årud legde zijn vinger voor zijn lippen en maakte een sussend geluid om zijn moeder het zwijgen op te leggen. ’Het is meer als voldoende.’ De deur van hun hutje ging krakend open en zijn vader kwam binnen gestapt. Zijn volle baard stond slordig en op zijn voorhoofd stond een dun laagje zweet, maar toch had hij die eeuwige, vriendelijke blik in zijn ogen staan. ’Je hebt puik werk geleverd.’ bromde hij met zijn diepe stem en haalde zijn vuile handen van het werken doorheen het asblonde haar van zijn oudste zoon. In eerste instantie hadden ze niet gewild dat hij er ’s nachts weer op zijn eentje zou uittrekken, maar achteraf gezien waren ze er natuurlijk wel blij om. Op het kleine tafeltje lagen nog steeds alle spullen die hij gisteren verzameld had. De cd’s en de stripboeken dan toch, want hij zag dat de truien verdwenen waren. Adam en Maiken zouden het in ieder geval stukken minder koud hebben vandaag. ’Ik hoop dat ik er wat uit kan halen..’ zei hij schouderophalend en nam de tas soep aan die zijn vader hem uitschonk. De blikken die hij zowel van zijn vader als moeder kreeg toegeworpen waren geruststellend, alsof ze enkel en alleen al blij waren met de moeite die hij deed. Maar toch was er die zekere verwachting, ze waren er zich alle drie immers meer dan genoeg van bewust dat ze met het geld dat Årud vandaag zou binnenbrengen, ze weer een hele poos verder moesten.

De bandjes van zijn rugzak sneden in zijn hals doordat het ding zo zwaar geladen was. Maar toch bleef hij prompt doorstappen naar een dorpje wat verderop dan Oksenøya. Auto’s raasden aan hem voorbij, net zoals enkele luid toeterende brommertjes dat deden, maar geen enkel van hen was begaan genoeg om te stoppen te vragen of hij een lift nodig had. Misschien had het wel met zijn uiterlijk te maken, want elke keer als hij naar zichzelf keek in een van de ramen van de etalages, schrok hij opnieuw. In zijn gezicht stonden vuile strepen, zijn nagels hadden allemaal een zwart randje van het vuil dat  er onder gekropen was, zijn kleren hadden hier en daar een scheur en dan nog maar te zwijgen van zijn schoenen waar op de plaats van zijn dikke teen een gat zat. Het was middan en langzaam maar zeker werd het drukker, liepen er meer mensen op straat en kwam de muziek die afgespeeld werd op de rommelmarkt hem tegemoet gevlogen. Af en toe verscheen er een glimlachje op zijn gezicht als hij een kraampje passeerde. Een man met een orgeltje en een gekke hoed op zijn hoofd trok toch wel het meest zijn aandacht. De rommelmarkt deed hem altijd voor even zijn problemen thuis vergeten, het liet hem als het ware voor een moment in een nieuwe wereld stappen. ’Årud.’ Bij het horen van die bekende stem draaide hij zich om en keek recht in het oog van de man die zijn naam geroepen had. Meteen verscheen er een nog stralendere glimlach op zijn gezicht en stak hij zijn hand uit om die van de man krachtig te schudden. ’Grim!’ begroette hij hem enthousiast en ging langs hem lopen. ’Waar zit ik vandaag?’ Grim was een van de personen die de rommelmarkt organiseerde, hij was ook degene die het meeste opkwam voor de mensen uit de lagere klassen en ervoor zorgden dat ze hun rechtvaardige kans en plaats kregen om ook hun spullen te verkopen. Zelf zag hij er ook niet zo fris uit, en het feit dat hij een oog verloren was maakte hem er wat angstaanjagend uit zien, maar diep vanbinnen was het een man van goud. ’Wel jongen, vandaag zit je bij de fontein.’ De fonkelingen leken in de ogen van Årud te dansen en hij sloeg zijn arm om de brede schouders van de oudere man. De fontein was een welbegeerde plaats op de rommelmarkt, centraal in de stad gelegen dus er passeerde veel volk. Voor iemand anders zou het een banaal iets zijn, maar voor Årud betekende het meer dan iemand zich voor mogelijk kon houden. ’Ik hoop dat je vandaag wat waardevolle spullen mee hebt..’ begon Grim voorzichtig en keek hem met zijn enkele oog aan. Anderen hadden het misschien een eng iets gevonden, maar Grim was werkelijk een van Åruds grootste helden. ’Ik heb wat boeken en cd’s mee..’ zei de jongen schouderophalend en gebaarde met zijn duim naar zijn tas. ’Hmm, goed.’ mompelde Grim met een kort knikje en dacht even na. ’Ga alvast, ik kom zodadelijk nog eens langs.’ Op een half wandelende, half rennende manier liep Årud de straten door. Hij kon wel in zijn handen klappen toen hij het water van de fontein hoorde vallen, en hem ook even later in zijn gezichtsveld zag verschijnen.

Årud was net klaar met het uitpakken van zijn boeken en cd’s toen Grim weer verscheen. De man liet zijn oog gaan over zijn opstelling, over de stipboeken die hij mooi per soort gelegd had en de cd’s per genre. ’Ordelijk.’ bracht hij met een grijnsje uit en liet een jutten zak op de tafel neer ploffen. ’Wat is dat?’ vroeg Årud hem onmiddellijk en ging half over de tafel heen hangen om te zien wat Grim in de zak had steken. ’Nu je vandaag op deze plaats zit heb je meer kans om dingen te verkopen maatje. Maar hetgeen je hier hebt liggen is maar magere kost.’ Årud haalde langzaam zijn schouders op en zuchtte. ’Het is alles wat ik gevonden heb gisteren.’ Grim schudde met zijn hoofd en legde hem het zwijgen op. ’Hou dat voor jezelf Årud, je weet goed genoeg hoe sommigen hier reageren als ze weten dat de spullen die je verkoopt gestolen zijn.’ ’Ze zijn niet gestolen, ze stonden bij het afval op straat.’ Grim kneep zijn oog half dicht en schudde zijn hoofd. ’En ook dat is een overtreding van de wet. Dus hou het stil.’ De blonde jongen knikte voorzichtig en richtte zijn ogen weer op de zak, waar de hand van Grim in verdween. Hij haalde er een dik boek uit en legde het met een plofje op de tafel. ’Mijn dochters zijn er te oud voor geworden.’ zei Grim lichtjes grijnzend en schoof het sprookjesboek naar Årud toe om daarna nog een heel aantal andere boeken tevoorschijn te toveren. ’Ze zijn echt mooi, maar wat moet ik hier mee?’ Grim lachtte. ’Proberen kwijt te geraken natuurlijk, wat dacht jij?’ De jongen trok een wenkbrauw aan en keek naar de man alsof hetgeen hij zojuist gezegd had pure waanzin was. ’Het zijn jóuw spullen Grim.’ Årud schoof het sprookjesboek terug naar Grim, maar die hield het tegen door zijn hand er vlak op te leggen. ’Stop. Nu zijn het jouw spullen.’ Doordringend keek de oudere man hem aan en Årud slikte kort, om daarna kort te knikken. ’Dat is beter.’ Grim hief zijn hand op van het boek en rechtte zijn rug. ’Fris je eerst maar wat op, want op deze manier gaat er niet veel volk bij je stoppen.’ Hij gebaarde met zijn hand naar de fontein en trok zijn mond tot een kleine glimlach. ’Succes kiddo, ik zie je straks.’ Overrompeld door alles wat er zojuist gebeurd wandelde Årud naar de fontein die een eindje verder stond. Voor een twintigtal seconden staarde hij naar zijn spiegelbeeld in het water en liet het gulle gebaar van Grim even tot hem bezinken.


_________________
We are the chosen
And this is your emergency broadcast announcing the commencement of the final purge.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Topaz Albèga
avatar
Deceased
Aantal berichten : 109

Character Profile
Alias: Tobias
Age: 4 (18) years
Occupation:
BerichtOnderwerp: Re: Project Albèga   wo jun 22, 2016 8:27 pm

-
Årud Haugen
Part ||| - Joseph Rutherford
Zijn ogen gleden over de mensen, over de omgeving en alle dingen die zich daarin afspeelden. Lachende kinderen die samen met hun ouders op hun gemakje over de rommelmarkt schuifelden. Onwillekeurig bracht het een glimlach op zijn lippen teweeg. De zachte muziek van een orgel speelde op de achtergrond een zweverige melodie en de geur van versgebakken wafels enkele kraampjes verder deed het water in zijn mond lopen. Årud droomde weg, van een wereld waarin hij en zijn familie degenen waren die over de markt liepen. Dag en nacht verschil van de realiteit. Hij zuchtte zacht, sloeg zijn blik teneer en dacht aan zijn beide ouders die vandaag weer de knoken van hun lijf zouden werken op de boerderij waar amper nog iets van overschoot. Adam en Maiken hadden het beter getroffen, voor hen was zondag een dag waarop ze samen met de andere jeugd van het dorp samenkwamen en wat op het grasveld in de buurt van hun gammele huisje speelde. Voor Årud zelf was die tijd helaas lang vervlogen tijd. Hij had verplichtingen gekregen, dingen die hij moest doen om het voortbestaan van zijn gezin te garanderen. De jongen werd uit zijn gedachten opgeschrikt toen er iemand met zijn hand langs de tafel van zijn kraampje streek. ’Wat verkoop je jongen?’ vroeg een oude man met een zachtaardige glimlach op zijn smalle lippen. Årud observeerde hem voor enkele seconden. De man droeg een deftig, alledaags maatpak, op zijn neus stond een grote, ouderwetse bril met dikke brilglazen. Maar het was de wandelstok die hij in zijn hand droeg die het meeste van zijn aandacht kreeg. Het heft had de vorm van een haas, uiterst gedetailleerd en helemaal glad gepolijst. De man verplaatste zich op zijn andere been en Årud merkte dat hij aan het staren was zonder op zijn vraag te antwoorden. ’Wel?’ vroeg hij opnieuw, zijn stem klonk warm en aangenaam. Årud glimlachte terug, krabde kort aan de achterkant van zijn haar en keek naar de nog niet verkochte spullen die op de tafel tussen hem en de oude man in lagen. ’Voornamelijk boeken, maar ook cd’s.’ De man maakte een hummend geluid en drukte met zijn vrije hand zijn bril nog wat beter op zijn neus.

’Een echte klassieker zie ik hier.’ sprak hij zachtjes terwijl hij naar het boek van de Sprookjes van Grimm uitreek. Årud had de man nog steeds nauwlettend in de gaten, het was namelijk alsof hij hier helemaal niet thuishoorde. Een man van zijn stand -Årud schatte hem aan de hand van zijn uiterlijk in als een zeer slim en rijk iemand- hoorde niet rond te dolen op een rommelmarkt waar je enkel de restjes van de restjes kon vinden. Hoe langer hij naar hem keek, hoe meer kriebels hij kreeg, letterlijk. Het was net alsof er honderden kleine beestjes over zijn huid kropen en de haartjes op zijn lichaam lieten bewegen. Årud krabde nerveus aan de bovenkant van zijn arm. ’Wilt u het kopen?’ Vroeg hij zo beleeft hij kon, en zag hoe een tweede persoon zich bijvoegde aan zijn standje. ’Uiteraard, dit kan ik niet tussen mijn vingers laten doorglippen.’ knikte de oude man en tastte naar de binnenzak van zijn vest. Zijn hand bleef er verdacht lang zitten, alsof hij zocht, iets wat niet zijn portefeuille was. Årud fronste verward zijn wenkbrauwen, maar werd opgeschrikt door de tweede man die hem opeens een vraag stelde. Kwaad. ’Vanwaar komen deze?’ brieste de man en tilde enkele cd hoezen in de lucht. Årud voelde hoe zijn wangen rood kleurden en hij slikte. ’Ehh..’ mompelde hij, deed een kleine stap naar achteren. Terwijl opende de man een van de cd hoezen en wees naar een naam die er met alcoholstift in was geschreven. Lichtjes vervaagd, maar nog duidelijk leesbaar. ’Deze zijn niet van jou als ik me niet vergis. Of is misschien heel toevallig jouw achternaam ook Sørense?’ De jongen slikte opnieuw, besefte dat hij zojuist betrapt was. ’Schooier. Dief.’ beschuldigde de man hem, en Årud voelde hoe de adrenaline door zijn aderen begon te gieren. ’Meneer ik ben er zeker van dat dit een misverstand is.’ hoorde hij de oude man zich moeien in het gesprek, hij nam het op voor hem. ’Ik wil het niet horen. Hij is op mijn domein gekom…’ maar de rest van het gesprek bleef een groot vraagteken. Årud had het op een lopen gezet. Hij voelde de dikke kasseien van het stadsweggetje in zijn voeten priemen doordat zijn schoenzolen zo dun waren. Zijn rugzak die hij had meegegrist bonkte tegen zijn rug en de briefjes geld die hij verdiend had hoorde hij kraken in zijn zak. Zo gemakkelijk was het voor hem om ergens te vertrekken en heel zijn hebben en houden mee te nemen.

Na vijf minuten van intensief rennen kwam hij op een grote parking uit. Årud opende zijn mond, plaatste een hand in zijn zij en trachtte op adem te komen. Hij stond lichtjes voorovergebogen, keek onder zijn arm door of de man nergens nog te bespeuren was. Het geluk leek hem mee te zitten, totdat hij opeens een vreemde stem hoorde roepen. ’Kleine!’ Hij fronste zijn wenkbrauwen, draaide zijn hoofd in de richting van het geluid om te kijken of het op hem bedoeld was. ’Je moet niet zo raar kijken, ik heb het op jou hoor.’ Årud ging weer rechter staan, rolde kort met zijn schouders. Hij was echt niet klein voor zijn zestien jaar. ’Wat moet je?’ riep hij de jongen toe die hem had aangesproken. Het was een jongeman die op een motor zat, de rest van de jongens die hem vergezelden stonden langs hun motor. ’Kom even hier.’ Årud kneep zijn ogen bedenkelijk tot spleetjes en hees zijn rugzak wat beter op zijn tas. Het was alsof hij aan gave had om van het ene conflict in het andere te lopen. Aarzelend liep hij op het groepje jongens af. Hij schatte hen enkele jaren ouder als hem, en de meeste van hen stonden vol tatoeages. ’Ja?’ vroeg hij, wachtende op wat nu net het probleem was geweest en bleef op enkele meters afstand staan, klaar om het voor een tweede keer op een lopen te zetten als het fout uitdraaide. ’Hoe loop jij er eigenlijk bij?’ vroeg diezelfde jongen opnieuw en gebaarde naar zijn kledij waarna hij over zijn schouder keek naar de rest van zijn groepje. In koor begonnen ze te lachen. ’Dag.’ beet Årud hem nijdig toe en maakte aanstalte om weg te gaan. Ondanks dat hij amper volwassen was had hij wel betere dingen te doen dan flauwe praatjes maken met jongens die hem niet serieus namen. ’Heeey, het was een mopje hoor, blijf effe staan.’ Diezelfde jongen stapte van zijn motor af en liep hem op een drafje achterna. ’Een mopje kleine, ken je dat?’ Årud voelde een hand op zijn schouder en draaide zich waarschuwend om, zijn blik op donderen. ’How kleine, ga je me doodschieten met die blik?’ de getatoeëerde jongen plukte een tandenstoker van tussen zijn tanden en stak zijn handen in de lucht als teken dat hij geen kwaad van zins was. ’Wat is het probleem dan?’ vroeg Årud op zijn beurt, en keek naar de tandenstoker die hij tussen zijn vingers liet doordraaien toen hij zijn armen weer had laten zakken. ’Helemaal geen probleem kleine, ik wou je gewoon een vraag stellen.’ Als hij nog een keer kleine zou zeggen zou hij die tandenstoker uit zijn handen grissen en in zijn oog prikken. ’Ik luister.’ - ’Loop effe mee.’ Tegen zijn zin wandelde hij met de jongen mee naar de rest van zijn groep. Ergens moest hij toegeven dat zijn nieuwsgierigheid geprikkeld was, maar toch was hij op zijn hoede. ’Wat denk je van een bijbaantje?’ werd hem gevraagd toen de jongen zijn been weer over zijn motor had geslagen. ’Wat voor bijbaantje?’ vroeg Årud en slikte kort. Zijn ogen schoten schichtig over de gezichten van de individuen met hun motoren. Hun tatoeages lieten hen er vervaarlijk uit zien, maar toch hadden ze allemaal een vriendelijke blik in hun ogen. ’Eentje waarmee je veel geld kan verdienen.’ De rest van de groep knikten bevestigend en één iemand kwam zijn kant op gewandeld. ’Ik ben Bruce.’ het was de meest gezette kerel van de groep en daarbij ook de eerste die zichzelf voorstelde. ’Årud.’ antwoordde hij en schudde zijn enorme hand. ’Hoe oud ben je?’ vroeg Bruce hem, en keek kort naar de leider van de bende. ’Aangezien Leith de meest belangrijke vraag vergeet te stellen.’ Leith stak zijn hand kort op en haalde breed grijnzend zijn schouders op. De tandenstoker die hij zojuist in zijn handen had gehad stak weer vertrouwd tussen zijn kiezen. ’Pas zestien geworden.’ Het geïntimideerde gevoel wat hij zojuist nog gehad had leek stilaan te verdwijnen.


_________________
We are the chosen
And this is your emergency broadcast announcing the commencement of the final purge.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud
BerichtOnderwerp: Re: Project Albèga   

Terug naar boven Ga naar beneden
 
Project Albèga
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Prophecy Of Fate :: Time Travel :: In The Past-
Ga naar: