INDEX GUIDE RULES GROUPS MEMBERS

Deel | 
 

 They say bad things happen for a reason.

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Ga naar beneden 
Ga naar pagina : Vorige  1, 2
AuteurBericht
Storm Hall
avatar
Class 3
Aantal berichten : 1904

Character Profile
Alias: Lupos
Age: 21 jaar
Occupation:
BerichtOnderwerp: Re: They say bad things happen for a reason.   za jan 23, 2016 9:32 pm

Four days after

De pijn, het was ondragelijk. Hij had altijd gedacht dat fysieke pijn zwaar zou zijn maar emotionele pijn was zoveel erger. Hij zakte tegen een muur neer, omklemde zijn hoofd, bedekte zijn oren in de hoop dat hij niets van de omgeving kon horen. Hij hoorde teveel, teveel geruchten en roddels over Lupos, over een seriemoordenaar die mensen het leven ontnam. Over een emotieloos beest dat jaagde voor het plezier. Storm wist dat zijn breekpunt eraan zat te komen en hier was het … na zeven slachtoffers was het zover. Er kwamen tranen aan te pas, één van de weinige keren dat Storm Hall huilde. Alles brak vanbinnen in tienduizend stukjes. Zijn ouders hadden hem opgevoed om een goede eerlijke Britse man te worden en wat was hij geworden? Een koude moordenaar, iemand die naast niets meer keek dan zichzelf. Zeven mensen, het bloed kleefde van alle zeven die mensen aan zijn handen. ‘Gaat het wel met je?’ Storm schrok op, hij keek naar een oud vrouwtje en veegde de tranen van zijn wangen en hij knikte haperig. ‘Je ziet eruit alsof je wel een kopje thee kan gebruiken.’ Merkte ze vriendelijk op terwijl ze naar de drempel van haar huis wees, waar hij een drietal meter van weg zat. Storm duwde zichzelf af van de gevel en volgde haar het huisje in. Er stond een krakerige zetel in de hoek, er lag wat breiwerk op het tafeltje en de boekenkasten zaten gevuld met oud stoffige boeken. ‘Ga zitten.’ Nodigde ze hem vriendelijk uit. Storm wist dat hij hier niet mocht zijn, hij moest zo ver mogelijk weg blijven van alle mensen. Toch ging hij zitten, zijn blik viel meteen op de krant, zelf zonder bril kon hij gemakkelijk de krantenkoppen lezen ondanks dat zijn ogen zwak waren zo vlak na een volle maan. ‘Wat doet een knappe jongeman als je zelf zo gebroken aan de kant van de straat?’ Vroeg ze toen ze terug kwam met twee kopjes thee. Storm keek op, naar het vrouwtje die zo sterk op zijn eigen oma kon lijken. Knap zag hij er momenteel niet echt uit. Zijn haar stond alle kanten op, hij had ruwe stoppels en vuile kleren aan. ‘Verkeerde beslissingen nemen in het leven.’ Mompelde hij als antwoord. ‘Dat is goed mogelijk maar dat betekend niet dat je er niet kan tegen vechten. De weg terug nemen.’ Zei ze met een zacht stemmetje. Storm keek terug naar de krant, naar het artikel, de hele voorpagina over Lupos. ‘Er zijn sommige dingen die je doet die je jezelf niet kan vergeven.’ Hij keek haar aan en er kwam een uitermate zwakke glimlach op zijn lippen. Ze leunde naar voor, legde haar hand op zijn pols en keek hem met haar zacht amberkleurige ogen streng aan. ‘Je kunt jezelf altijd alles vergeven, je moet er gewoon open voor staan om hulp te vinden.’ Zei ze bemoedigend. ‘Ik doe er mensen pijn mee.’ ‘Als hem?’ Wees ze naar de krant. Storm volgde haar blik en knikte zachtjes, precies zoals hem. ‘Er is een reden waarom hij dit doet, hij kent alleen de reden niet. En achter iedere reden schuilt een pad, een pad dat kan leiden naar een oplossing, naar verlossing. Maar zolang hij niet achter de reden gaat zoeken waarom hij dit doet, des te meer hij zichzelf de put zal in duwen tot het leidt naar het onvermijdelijk.’ Ze zweeg en kneep kort in zijn arm. ‘Dat geld ook voor jou.’ Fluisterde ze. Storm kneep zijn vingers in zijn neusbrug onder zijn bril, liet nog een traan over zijn wang glijden terwijl hij instemmend knikte. ‘Bedankt.’ ‘Als je wil kan je gebruik maken van mijn badkamer alvorens je verder reist. Ik zal je ook iets lekkers maken voor onderweg.’ En hij kon niet protesteren, hij kon enkel maar zwijgzaam knikken. Hoe kwam het dat er nog mensen op de wereld waren die hoop hadden voor personen als Storm, voor monsters als Lupos?

Terug zijn in Londen, al was het maar een dag zodat hij de Eurostar kon nemen naar Frankrijk, het was hartverscheurend en vooral iets voor paranoïde van te worden. Overal waar hij keek zag hij iemand die leek op Camille, of die de stem had van zijn broertje, het was om gek van te worden. Zijn zintuigen stonden zo overprikkeld dat Storm overwoog weer te vertrekken. Maar het idee van een laatste dag in Londen overwon het uiteindelijk. Hij was nog vier dagen weg gebleven, grotendeels op het verlies van de vijf mensen van wie hij het leven beroofde te verwerken. De teller stond op zeven slachtoffers. Zeven mensen die hij had vermoord, hij … Storm Hall, de jongen die nooit echt een vlieg zou kwaad doen. Het oude vrouwtje van deze morgen had hem weer een beetje van zichzelf terug gegeven. Hij had weer zijn knappe uitstraling terug en was klaar voor een rechte rit naar Frankrijk. Hij bleef staan bij een reclamebord en keek omhoog naar de reclame. Reclame over de balletvoorstelling waar Camille in zou mee doen. Hij staarde er lang genoeg aan voor hij besloot er heen te gaan en zich ergens op de achterste rij schuil te houden, enkel om haar nog een laatste keer te zien, hoe groot het risico ook was. Hij had geen afscheid kunnen nemen van haar, omdat hij het niet zou aankunnen en Camille ook niet. Dus hij kocht een kaartje en hij ging naar de voorstelling, op de achterste rij. Het was er zo druk dat ze hem onmogelijk kon opmerken, maar hij kon haar wel opmerken. Zijn zintuigen reikten ver genoeg om haar te ruiken, te horen. ‘We hebben een voorstelling Camille, ik wil dat je presteert.’ Hoorde hij een strenge stem zeggen. Storm kantelde zijn hoofd wat naar de juiste richting terwijl alle mensen hun plaats zochten in de zaal. ‘Ze is net ziek geweest, gun haar wat rust.’ Zei een mannelijke stem bekommerend. ‘Ballet is niet gemaakt uit rust, ik wil discipline. Stop je liefdesverdriet weg en focus je.’ Bitste de vrouw. ‘Het is geen liefdesverdriet.’ Mompelde Camille. Storm had zoveel zin om naar beneden te stormen en iets te doen maar het was het niet waard. Hij kon haar niet de opluchting geven door tevoorschijn te komen om dan weer te verdwijnen. Camille kon één ding, ze kon op podium komen en dan was er niets te zien van haar verdriet, haar emoties, ze presteerde zoals alle beste danseressen over de wereld dat konden doen. Ze was meedogenloos, hard voor zichzelf en ze liet helemaal niets van haar privéleven zien eens ze aan beurt was. Maar toen ze het podium op kwam staarde Storm haar enkel aan. Ze was vermagerd, en ze was al zo volslank voor het ballet. Zelf vanop deze afstand kon hij zien dat ze vermagerd was, hij las de stress in haar gracieuze precieze bewegingen. Ze probeerde het echt, te presteren, haar emoties buiten te houden maar ze kon het niet. Toch waren haar bewegingen vloeiend, zuiver en mooi afgewerkt. Dit had hij in jaren niet gezien bij Camille en weer … het was zijn schuld. De hele voorstelling keek hij toe met een samengeknepen keel en toen ze allemaal op podium verschenen voor een laatste keer probeerde Storm zich uit de voeten te maken. Maar alles in zijn lichaam was lam terwijl hij toe keek naar wat hij zijn beste vriendin aan deed. Terwijl de zaal leeg liep probeerde hij dat ook te doen. Uiteindelijk was hij één van de laatste die was gaan recht staan. Hij bleef boven, in de koude avondlucht staan en keek van aan de overkant toe naar de zijdeur waar de meiden en jongens buiten kwamen. Er stopte een taxi en Ethan stapte uit … Ethan. Storm wilde uit de schaduw stappen naar zijn beste vriend maar hij deed het niet want de deur ging open en Camille kwam naar buiten. Hij nam haar pointes over en ze omhelsde hem, brak in tranen uit. Normaal was het zijn taak, haar pointes dragen, haar naar huis brengen en haar gezelschap houden, haar troosten als er teveel kritiek was geweest. Nu deed Ethan dat en daar was Storm hem dankbaar voor. ‘Ik kan dit niet.’ Prevelde ze tegen zijn schouder. ‘Je kunt dit wel, Camille, hij komt op een dag naar huis, je moet hem vertrouwen.’ ‘Hoe kan ik hem vertrouwen!’ Riep ze hem kwaad toe. ‘Hij liet me achter Ethan, met een onzinnige brief met een even onzinnige verklaring. Hij liet me wachten en wachten terwijl jij wel je afscheid kon nemen.’ Ze schudde verhit haar hoofd en stortte zich dan terug in zijn armen. Storm wandelde langzaam achteruit de straat in en verdween uit hun zicht. Hij had het niet mogen doen, het idee dat Camille vrolijk haar leven leidde was beter dan dit plaatje. Hij ging naar het station, kocht één ticket richting Frankrijk en stapte de Eurostar op zonder nog een blik over zijn schouder te gooien. Hij moest hier weg, liefst zo snel mogelijk.
robb stark

_________________

- The alpha among wolves, the fear among men -
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Storm Hall
avatar
Class 3
Aantal berichten : 1904

Character Profile
Alias: Lupos
Age: 21 jaar
Occupation:
BerichtOnderwerp: Re: They say bad things happen for a reason.   za jan 30, 2016 4:23 pm

Two moons, one week

‘We hebben verschillende soorten, mag ik vragen voor wat je ze nodig hebt?’ Het Franse accent van de man trok Storm uit zijn gedachten. Zijn ogen gleden naar de oudere man, naar het rek met verschillende soorten kettingen en verschillende soorten diktes. De ene was om je hond aan zijn hondenhok te houden, de ander was om je fiets te beveiligen tegen diefstal, nog een ander was om bomen met een tractor uit de grond te trekken. ‘Geef me die maar.’ Wees hij naar de dikste kettingen. De man keek hem wat argwaan aan, je zou je inderdaad vragen gaan stellen. Wat deed een doorsnee Brit in Frankrijk op zoek naar kettingen die dik genoeg waren om enkele mensen mee vast te houden. ‘Hoeveel meter heb je nodig?’ Vroeg de verkoper opnieuw. Storm was blij dat zijn Frans haast vlekkeloos was. ‘Vier keer vier meter.’ Dat zou voldoende moeten zijn om Lupos tegen te houden volgende volle maan. Althans dat hoopte hij. De kettingen kwamen met een zware bons op de grond, het gerinkel ervan joeg een rilling door zijn lichaam en het maakte hem misselijk om ernaar te kijken. Maar wie nog ongemakkelijker om ging met de hele situatie was toch wel de verkoper, hij kreeg de kettingen met veel moeite naar de kassa, rekende af met een hoop onrustige blikken alsof Storm ieder moment een pistool zou boven halen en hem door het hoofd zou schieten. ‘Draag ik ze naar je auto?’ Vroeg de man uiteindelijk, met een blik die smeekte om het antwoord nee. ‘Bedankt.’ Storm nam de stevige zak met kettingen. Wat hem niets koste en liep naar buiten. De man keek hem de hele tijd na, dat voelde hij, tot Storm verdween. Frankrijk had één groot voordeel, er was hier veel meer bos en natuur dan in Engeland. Dat betekende dat Lupos veel meer moeite zou moeten doen op tot de eerst volgende prooi te geraken en dat … de kettingen zouden dat tegenhouden. Storm stapte het eerste beste stukje natuur in tot hij uit het zicht was. Daar liet hij de zak vallen, wat een akelig geluid maakte in het bladerdek van het bos. Hij nam één van de kettingen eruit sloeg ze op een, maakte ze vast met de bijgekochte stevige sluitingen en bevestigde het rond zijn pols met het andere uiteinde van de ketting. ‘Eens zien hoe sterk je bent.’ Prevelde hij tegen zichzelf. Hij zette druk op de ketting, zijn blik ging omhoog naar de gigantische eik om er zeker van de zijn dat de boom het niet zou begeven. En daarna zette hij al zijn kracht op de ketting, niets gaf mee, de boom niet en ook de ketting niet. Storm probeerde het opnieuw, zo hard dat zijn ogen een licht geelachtige kleur kregen omdat de wolven hem erbij hielpen maar er gebeurde nog steeds niets. En dat gaf Storm hoop, hoop dat hij de weerwolf daadwerkelijk kon tegen houden door zichzelf vast te ketenen aan een boom. Het was niet ideaal, integendeel, als hij zou gezien worden dan zouden ze hem doden. Maar het was het enige wat hij kon bedenken, dit was beter dan mensen vermoorden. Dit was beter dan alles. Dit was een vooruitgang waar hij niet had van kunnen dromen. Dit zorgde voor een beetje opluchting.

Hij had een armzalig kamertje weten te bemachtigen in een klein dorpje nabij het bos. Maar ze hadden er een computer met internet en nadat Storm de hotelmanager ervoor betaalde kon hij op het internet. Hij vermeed zijn Instagram en twitteraccount maar facebook … zijn broertje zat vaak op zijn facebook, niet slecht bedoeld, maar niemand zou er vragen bij stellen als hij nu plots online kwam. Het was ook niet dat iemand zou staan wachten op het groene bolletje bij zijn chat venster … buiten Camille dan misschien. Geen van zijn vrienden was een goede nerd om zijn locatie te vinden en zelfs dan, Storm was hier morgen weer weg. Dus hij logde in, op de hoop dat niemand het zou opvallen. Het eerste wat in zijn nieuwsoverzicht kwam was een foto van Tamara, met een gin tonic en wat jongens op de achtergrond. Dat was geen verrassing. Wat wel een verrassing was, was dat Ethan zijn facebook in de laatste week niet meer had bezocht. Storm leunde achteruit in de stoel en scrolde van het ene nieuwtje naar het andere. Tot het chatvenster van Camille open sprong; “Storm?” Stond er getypt. Storm keek naar de vijf andere keren er hetzelfde stond getypt, allemaal verschillende tijdstippen en dagen. Maar er was een conversatie waar Storm het onrechtstreeks ontzettend moeilijk mee kreeg;
Camille Troy: Storm?
Levi Hall: Nee, Levi. Sorry Cami.
Camille Troy: Heb je nog niets gehoord van hem?
Camille Troy: Gelijk wat?
Levi Hall: Nee. Enkel de brief. Hij is naar Amerika, studeren.
Camille Troy: Vast.
Levi Hall: Ben je boos op hem? Net als ik?
Camille Troy: Waarom ben je boos op hem?
Levi Hall: Hij liet me in de steek. Hij zei dat hij dat nooit zou doen. Hij zei dat we samen leuke dingen zouden doen.
Camille Troy: Hij heeft er vast een geldige reden voor Levi.
Levi Hall: Je hebt mijn vraag niet beantwoord, ben je boos op hem?
Camille Troy: Nee, ik ben teleurgesteld...
Camille Troy: en ik mis hem.
Levi Hall: Ik mis hem ook. Ik mis jou ook, waarom kom je niet meer langs?
Camille Troy: Ik heb het druk met ballet, sorry.
Levi Hall: Je wilt niet meer komen omdat Storm hier niet meer is. En dat zou je doen mocht je hem geloven. Denk je dat hij in de problemen zit?
Camille Troy: Dat kan ik niet uitleggen.
Levi Hall: Moet ik langs komen? Ik kan morgen na school aan mama vragen of ze me naar je toe brengt?
Camille Troy: Ik kom wel eens langs dit weekend. Maar ik moet gaan, heb repetitie.
Levi Hall: Succes


Levi Hall: Camille?
Camille Troy: Ja?
Levi Hall: Storm zou ons nooit achter laten zonder dat het echt nodig is. Hij komt terug, dat beloof ik je. Hij komt altijd terug.
Camille Troy: Ik hoop dat je gelijk hebt.
Levi Hall: Ik heb altijd gelijk.
Camille Troy: Nu klink je als je broer. Maar ik moet echt gaan nu. Spreek je later.
Levi Hall: Ik vergeef het hem. Storm zou trots op me zijn.
Camille Troy: Dat is hij altijd geweest.

Storm las het gesprek drie keer opnieuw, vier keer, vijf keer en hij wist dat Camille dit enkel maar zei om grootmoedig te blijven tegenover Levi. Want de laatste keer dat hij haar had gezien zag ze er alles behalve goed uit. Maar het raakte hem misschien nog meer hoe Levi om ging met dit alles, alsof hij een volwassenen was en het allemaal heel goed begreep. ‘Je tijd is om.’ Kondigde de manager aan. Storm keek naar de priemende “Storm?” van een vijftal minuten geleden. Hij kon erop reageren maar hij deed het niet. Hij logde uit en ging terug naar zijn kamer terwijl het gesprek door zijn hoofd bleef malen. Levi had gelijk, hij zou nooit weg gaan zonder een geldige reden. Maar zou hij kunnen terug komen? Zou hij ooit terug naar Londen kunnen gaan met dat monster opgesloten in zijn lichaam? Met het idee dat hij al zoveel doden had gemaakt en doen alsof er niets was gebeurd?
robb stark

_________________

- The alpha among wolves, the fear among men -
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Storm Hall
avatar
Class 3
Aantal berichten : 1904

Character Profile
Alias: Lupos
Age: 21 jaar
Occupation:
BerichtOnderwerp: Re: They say bad things happen for a reason.   za jan 30, 2016 6:25 pm

Two moons, two weeks

De zelfzekerheid was er terug bij Storm. Hij durfde op plaatsen komen waar hij anders niet zou durven komen zolang hij de nacht ervoor als een witte wolf door het bos ging rennen. Hij durfde weer langere conversaties te maken, langer op één plaats blijven omdat hij er zeker van was geworden dat de kettingen Lupos in bedwang zouden kunnen houden. Hij voelde zich weer wat meer zichzelf en dat was een goed ding. Toch was het idee om terug naar Londen te keren nog geen reëel plan. Hij zou de volgende volle maan afwachten alvorens hij eraan zou gaan denken. Maar dit was goed, hij begon de andere helft van zichzelf te kennen. Hij wist dat s’nachts rennen als een witte wolf Lupos wat kalmeerde. Hij wist zijn emoties beter onder controle te houden, hij kon beter overweg met zijn zintuigen. Al bij al had het twee maand en twee weken geduurd voor dit moment er kwam, een moment van verlossing. Een moment dat hij even zichzelf het plezier kon gunnen om te ontspannen, om niet steeds over zijn schouder te kijken. Hij was nog twee dagen verder gereisd en was dan op dezelfde locatie gebleven. Ergens ver weg van de drukke steden, in een klein dorp met ontzettend veel bos. Zijn plan was vast, hij zou de dag ervoor zo diep mogelijk in het bos trekken, zichzelf vast leggen aan de kettingen en geen doden maken. Het was een goed plan, een plan waar hij voor een keer iets op dronk. Hij zat in een klein café met wat lokale Fransmannen en een kalme goede sfeer. Ze kenden Storm, al had hij gezegd dat hij snel zou door reizen, hij had het niet gedaan, hij was gebleven. ‘Ah, meneer Brit, ik dacht dat je al terug weg was.’ Glimlachte de barman toen Storm binnen kwam. ‘Ik blijf nog een week denk ik, het is hier goed, rustig. Het klaart je geest.’ Zijn ogen gleden naar een meisje, zijn leeftijd. Van zodra dat ze hoorde dat Storm er was, was ze tevoorschijn gekomen, hij schonk haar één van zijn charmante glimlachen. ‘Daar geeft mijn dochter je vast gelijk.’ Grinnikte de man met een blik naar zijn dochter. Hij vond het blijkbaar niet erg dat zijn dochter viel voor een charmante Brit als Storm. En eerlijk, hij vond het zelf ook niet zo erg om te weten dat hij ergens nog steeds zichzelf was. ‘Eentje op het huis.’ Glimlachte de man terwijl hij Storm een biertje voor schoof. Hij ging op een barkruk zitten en knikte dankbaar. ‘Hoe komt het dat je Frans zo goed is?’ Vroeg de dochter nieuwsgierig. Ze begon aan de afwas, wat recht voor Storms neus was, haar vader schudde glimlachend zijn hoofd wat aangaf dat ze technisch gezien nooit de afwas deed. ‘Ze hebben ook scholen in Engeland weet je.’ Glimlachte hij geamuseerd om haar poging een gesprek te starten. ‘En waarom besloot je naar Frankrijk te komen?’ ‘Verandering van scene denk ik. Ik wilde iets nieuws.’ Hij vond van zichzelf dat hij onderhands al een goede leugenaar was geworden. ‘Heb je niet veel moeten achter laten?’ Vroeg ze nieuwsgierig. Storm volgde voor een tel de bewegingen van haar handen terwijl hij aan Camille dacht. ‘Een hoop.’ Prevelde hij in gedachten verzonken. ‘Wat mijn dochter probeert te vragen is of je een meisje hebt achter gelaten met een deel van je hart om naar terug te keren.’ Hielp haar vader haar. De andere mannen aan de bar lachten zachtjes en het meisje kleurde rood van schaamte. ‘Nee.’ Lachte Storm. Jawel, hij had Camille achter gelaten met een deel van zijn hart maar dat was niets wat hij nu wilde oprakelen. Maar zijn antwoord gaf haar hoop, hij zag het in haar blik. Een hoop die hij wilde beantwoorden want hij gaf het toe, ze was best knap. Maar het was een hoop die hij zichzelf ontnam, zeker met Lupos in de buurt.

Hij was net tien minuten na middernacht toen Storm besloot terug te keren naar de herberg waar hij in verbleef. ‘Bedankt voor vanavond.’ Bedankte hij de barman. ‘Hopelijk zien we je morgen weer meneer Brit.’ ‘Zeg Hall.’ Greens Storm terwijl hij van zijn kruk kwam en zijn jas terug aan trok. ‘Hoe komt het dat je niet dronken bent na al dat.’ Wees één van de mannen richting de rij flesjes. Storm volgde hun blik … ja, hoe kwam dat? Lupos? ‘Sterke maag en sterk karakter.’ Knipoogde Storm hen toe. ‘Als je mijn dochter daar ergens buiten vind zeg haar eens dat vuilbakken enkel dienen om buiten te zetten en niet om ermee te praten.’ Riep de barman hem achterna. Storm stak zijn duim op en liep de nacht in. Het was frisser geworden maar niet minder kou voor hem. Hij sloot zijn ogen en zette zijn zintuigen open voor de omgeving. ‘Je weet dat ik vandaag niet kan leveren.’ Hoorde hij een angstige stem de dochter. Storm opende zijn ogen en keek naar links, vanwaar het geluid kwam. Hij zette zijn lichaam in beweging en ging de hoek om, hij bleef zorgvuldig in de schaduw staan. Ze stond tegenover drie oudere mannen die naast een jeep stonden. ‘Iedere maandag, dat of het ander.’ Zei de ene hard. Er stapte eentje naar voor en het meisje deed meteen een pas achteruit. ‘Ik kan het niet zonder dat mijn vader argwaan wekt.’ ‘Zoek dan een betere manier.’ De man greep haar bruut vast bij haar arm en Storm kwam gelijk in beweging. ‘Problemen?’ Vroeg hij nonchalant. ‘Hall alstublieft, het is in orde, ga naar de herberg.’ Zei het meisje meteen zacht. Storm rook haar angst, rook hun agressie dus hij bleef voet bij stuk houden. ‘Waar denk jij je mee te moeien?’ Vroeg één van hen ruw. Storm bleef naast het meisje staan, gaf haar een gerust stellende blik alvorens hij terug naar de jongens keek. ‘Ik denk dat het beter is als jullie gewoon gaan.’ Zelf zijn Frans had iets van een dreigende ondertoon. ‘En wie ben jij om daarover te oordelen?’ Lachte de breedste van de drie. Hij kwam naar voor, greep Storm bij zijn keel. Storm greep zijn pols vast, zijn blik was doordringend. ‘Denk twee keer na.’ Hij kneep, kneep tot hij de pijn zag in de mans gezicht, tot hij los liet. ‘Wie denk je wel te zijn.’ Blafte de ander. En daar kwam een flinke rechtste voor Storm, hij viel tegen het grind en bleef even roerloos liggen. Oké, dat deed nog steeds pijn. Maar er was nog iets anders, een zeker instinct om terug te vechten. Dus nog voor ze hem in zijn buik konden schoppen stond Storm alweer recht. Hij ontweek een nieuwe vuistslag en deelde er zelf eentje uit in de maag van de kleinste. ‘Hall!’ Schreeuwde het meisje angstig. Storm kreeg een kniestoot in zijn maag, hij klapte dubbel, haalde raspend adem en kwam gelijk weer recht. Drie tegen één, het was oneerlijk maar wat ze niet wisten was dat Storm meer had dan enkel zijn eigen kracht, hij had ook die van Lupos. Zijn hart raasde als een bezetenen toen hij de ene zo snel in elkaar sloeg dat hij tot bloedens toe op de grond lag. En toen kwam het gevoel, Storm hapte naar adem toen hij zijn lichaam voelde transformeren. ‘Nee, nee.’ Hij panikeerde, staarde naar zijn handen waaronder hij de huid van de weerwolf voelde bewegen. De mannen waren het vanzelf afgetrapt maar zij was er nog steeds en kwam naar hem toe, omvatte zijn gezicht. ‘Ga, je moet hier weg.’ Duwde hij haar angstig naar het café van haar vader terug. Hij voelde de misselijkheid over zich heen komen, zakte op zijn knieën en sloot smekend zijn ogen. ‘Hall, komaan, je moet ijs op je gezicht.’ ‘Ga!’ Schreeuwde Storm. Hij opende zijn ogen, ze stapte verschrik achteruit. ‘Je bent een mutant.’ Prevelde ze toen ze de oranjerode kleur zag van zijn ogen. Storm duwde zichzelf recht en begon te rennen. Hij rende zo snel hij kon het bos in, zo ver mogelijk van het dorp vandaag. Iedere pas koste hem alle moeite om niet meteen kokhalzend tegen de grond te zakken. Iedere pas koste hem al zijn zelfbeheersing om Lupos dit niet te laten winnen. Hoe kwam het dat hij buiten volle maan transformeerde? Dat was nog nooit gebeurd. Hij struikelde, viel op de grond en bleef hijgend liggen terwijl hij vocht tegen de weerwolf, vocht met ieder beetje van zijn zelfbeheersing en hij … verloor. Hij verloor de strijd tegen de wolf, maakte drie zwaar gewonden … de jongens die haar aanvielen. Dat was het enige wat Lupos deed, het enige wat hij las in de kranten, het enige wat hem aanzette zo snel mogelijk verder te trekken.
robb stark

_________________

- The alpha among wolves, the fear among men -
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Storm Hall
avatar
Class 3
Aantal berichten : 1904

Character Profile
Alias: Lupos
Age: 21 jaar
Occupation:
BerichtOnderwerp: Re: They say bad things happen for a reason.   zo jan 31, 2016 12:14 pm

Third full moon

Hij zat nog exact acht uur voor zijn derde volle maan. Ondanks dat Storm alles had gedaan om Lupos tevreden te houden afgelopen maand, het was niet voldoende. Hij voelde hoe de weerwolf actiever was, hoe scherp zijn zintuigen stonden op de omgeving, hoe hij de geur van verse koeken uit de bakker een straat verder opnam, het geluid van ruisend water dat een bad deed vollopen. Hij voelde ieder korreltje van zand en grind onder zijn handen toen hij zich opdrukte van de grond waar hij net was tegenaan gezakt. De adrenaline was tastbaar, zijn hartslag voelde hij kloppen tot in zijn keel. Zijn bruine ogen gleden ieder moment, iedere second naar de hartslagmeter die hij kort na zijn incident van twee weken geleden had gekocht. Het was iets dat hij had geleerd, op de harde manier. Een te hoge hartslag veroorzaakte een transformatie en hij mocht van geluk spreken dat er geen doden bij waren gevallen. Maar geen doden betekenden verhalen, verhalen over de seriemoordenaar, Lupos, de wolf die iedereen het leven ontnam. Dus Storm was meteen moeten vertrekken, hij had een bus genomen en had meteen een afstand van honderd kilometer tussen hem en het laatste dorp in gestoken. Het meisje, de dochter van de barman, had zijn ogen gezien, ze zou de touwtjes aan elkaar knopen. Ze zou het weten dat hij die koelbloedige moordenaar was waar zelf in Frankrijk al over werd gesproken. Storm had toen zelfzeker in zijn schoenen gestaan en die zelfzekerheid was verdwenen van zodra hij te weten was gekomen dat hij buiten volle maan ook kon transformeren naar Lupos. Alsof zijn leven nog niet vernield genoeg was, was dit een schepje extra. Weer iets waar hij rekening mee moest houden. Sindsdien hij onophoudelijk naar de hartslagmeter gekeken, bang dat het over de grens zou gaan, een grens die hij nog niet eens had gelegd. Iedereen die voorbij kwam maakte hem bang, nerveus en zelf verdrietig. Twee weken had hij met het idee geleefd dat er hoop was en die ene avond had dat genadeloos afgenomen. Het enige waar hij nu nog voor kon hopen was dat de kettingen hem zouden tegen houden want dat zou één probleem minder zijn, weer een schepje om weg te nemen van zijn berg vol problemen.

Storm keek om de hoek, naar de lokale winkel van het Franse dorpje nabij de zee. Hoe minder inwoners, hoe beter het was voor hem, hoe geruster hij voor een deeltje werd. Hij moffelde de rugzak met kettingen wat weg achter een krat in een steegje en liep dan richting de winkel. Energydrank, vitaminerepen, hij zou alles kopen wat hij kon vinden om zichzelf sneller beter te krijgen achteraf. Toen hij de winkeldeur open duwde klonk er een zacht belletje, Storm keek op naar het belletje dat voor hem scherp in de oren klonk. Hij wreef zijn klamme handen tegen elkaar en ademde eens diep in. Dit zou hij in één beweging doen, zonder praten, zonder afgeleid te geraken en met vlugge blikken naar zijn hartslagmeter. Gelukkig was er niemand buiten de man die helemaal achteraan rekken vulde. Storm liep snel langs de verschillende rekken, gooide alles in een mandje wat hij kon vinden. Toen hij aan de kassa kwam was er niemand, hij keek naar de man die rekken vulde helemaal achterin maar die was te druk bezig om Storm op te merken. Hij wilde net iets roepen toen er een klein meisje tevoorschijn kwam. Ze had licht krullend haar, een knap licht gebruinde gezicht met groene vrolijke ogen. ‘Mag ik voor je afrekenen?’ Vroeg ze vrolijk. Storm zijn wenkbrauwen kwamen bedenkelijk samen, hoe oud was ze, tien? Hij knikte uiteindelijk maar en wierp nog een blik naar de man achterin. ‘Ik mag dit doen van mijn papa.’ Raadde ze zijn blik. Storm keek haar aan en glimlachte automatisch, ze deed hem aan Levi denken. ‘Dat geloof ik graag. Hoe oud ben je?’ Vroeg Storm haar nieuwsgierig. Ze haalde zorgvuldig alles uit zijn mandje en scande het met haar apparaatje. 'Negen, maar ik word volgende week tien.’ ‘Gelukkige verjaardag voor volgende week.’ Feliciteerde Storm haar meteen. Ze greens open en opgewekt. ‘Ik zou je willen uitnodigen voor mijn feestje maar mama zegt dat ik geen vreemden mag uitnodigen.’ Gaf ze eerlijk toe. Natuurlijk mocht ze dat niet, hij vond het al verschrikkelijk lief dat ze het hem voorstelde. ‘Ik ben Storm.’ Stelde Storm zichzelf voor bij zijn voornaam, in plaats van met zijn achternaam. Hij wenkbrauwen kwamen bedenkelijk samen. ‘Storm? Dat is een rare naam.’ Gniffelde ze met haar hand voor haar mond. Storm moest gelijk ook glimlachen om haar reactie op zijn naam. ‘Ik weet het.’ Gaf hij toe. Hij had niet voor Storm gekozen, dat hadden zijn ouders gedaan en hij was degene die er mee moest leren leven. ‘Ik ben Lucy.’ ‘Wel, het is heel aangenaam om je te leren kennen Lucy.’ Glimlachte Storm zijn charmante glimlach. Lucy glimlachte enthousiast en ging zorgvuldig verder met het scannen van zijn producten. Storm volgde haar blik met iets van plezier, hij zag zo hoe ze probeerde uit te vogelen waar al die producten voor waren. ‘Ga je gaan kamperen?’ Vroeg ze uiteindelijk, met een blik naar de trekrugzak op zijn rug. ‘Zoiets.’ Gaf hij toe. Ze sprong van de stoel en verdween eventjes uit het zicht alvorens ze terug kwam en terug op haar stoel klauterde zodat ze bij de kassa kon. ‘Neem dit ook mee, het is om warm te blijven bij nacht.’ Ze stak een paar grijze wollen sokken op, haar zicht vol enthousiasme en afwachting. Storm kon niet anders dan smelten voor haar. ‘Zover had ik nog niet gedacht, bedankt Lucy.’ Glimlachte hij liefdevol. Ze scande de sokken en legde ze bij de rest van zijn spullen. ‘Je komt niet vanuit Frankrijk, je praat vreemd.’ Merkte ze op nadat hij had afgerekend. Ze kwam van haar stoel, schoof hem verder en klauterde er dan weer op zodat ze al zijn aangekochte producten in een papieren zak kon steken. ‘Ik kom vanuit Londen.’ ‘Engeland?’ Vroeg ze verbaast. Hij was verbaast dat ze wist waar Londen lag in de eerste plaats. ‘Engeland.’ Bevestigde hij glimlachend. ‘Is het daar mooi?’ Vroeg ze met een kinderlijke nieuwsgierigheid. Storm leunde voorover op de toonbank en keek haar plezierig aan. Voor een moment vergat hij waarom hij hier was, voor een moment vergat hij Lupos, de hartslagmeter, hij vergat alles. ‘Niet zo mooi als hier. Hier is veel meer natuur, in Londen zijn er veel meer gebouwen.’ Legde hij uit. Ze probeerde zich er iets bij voor te stellen dus ging hij verder. ‘We hebben daar een reuzenrad, ze noemen het de Londen Eye. Het is één van de grootste op de wereld en als je erin gaat en dan helemaal boven bent dan zie je alle huizen van Londen, zijn alle mensen maar zo groot.’ Hij haalde zijn vingers nauwelijks van elkaar. Haar groene ogen keken hem vol fascinatie aan, in de ban door wat hij net had gezegd. ‘Daar wil ik ook eens in.’ Riep ze uit. ‘Wel, als je ooit eens in Londen bent en we zien elkaar daar eens dan neem ik je mee op de Londen Eye.’ Knikte Storm zelfzeker. Niet dat ze elkaar na vandaag ooit nog zouden tegen komen, maar het idee was wel mooi. ‘Ik denk dat ik je nu wel mag uitnodigen op mijn feestje.’ Merkte ze bedenkelijk op toen ze de papieren zak naar hem toe schoof. Storm grinnikte en nam hem van haar over. ‘Het is leuk je te leren kennen Lucy.’ ‘Jou ook.’ Stuiterde ze opgewekt. Storm duwde de deur open van de winkel en liep naar buiten. ‘Meneer Storm!’ Storm draaide zich glimlachend om naar Lucy die naar buiten kwam gerend, ze bleef voor hem staan. ‘Ik ga straks koekjes verkopen met de scouts, je moet ook koekjes kopen, zo kan je iets knabbelen tijdens je kamperen.’ Stelde ze voor. ‘Waar verkoop je koekjes?’ Vroeg hij uit beleefdheid. Hij had geen idee of hij het zou maken, hij moest vroeg genoeg het bos in. Maar het idee was wel aanlokkend. ‘In de haven, over een tweetal uurtjes. Je moet komen, mijn vriendjes willen je vast leren kennen meneer Storm.’ De manier waarop ze zijn naam uit sprak deed hem glimlachen. ‘Ik zie wat ik kan doen.’ Beloofde hij haar. Ze sprong klappend in de lucht en rende terug de winkel in. Storm keek haar na tot hij haar niet meer tussen de rekken kon zien en wandelde dan terug naar het steegje, kleine Lucy, ze zou voor eeuwig in zijn herinneringen blijven.

Storm trok rechtstreeks het bos in, keek niet meer achterom. Hij gooide de zak met kettingen over zijn schouder en bleef onophoudelijk stappen tot er geen einde meer kwam aan de rijen met bomen. Hij volgde met zijn geur de minst gekozen paden, waar de minste geuren waren en kwam zo op een ideale afgelegen plek uit nabij het water. Water was goed, dat overstemde geluid en geur. Het nerveuse angstige gevoel was meteen terug gekomen toen hij Lucy had achter gelaten in de winkel. Ze had hem even kunnen afleiden, wat goed was, maar nu was Storm weer helemaal bij de les. Hij begon de kettingen rond de dikste bomen vast te leggen, zorgde ervoor dat hij nog bewegingsruimte had als wolf maar dat hij strak genoeg vast zat zodat Lupos niet weg kon. Dit was een waterdicht plan, althans dat dacht hij. Hij legde zijn rugzak weg en trok het voornaamste aan kleren uit. Daarna legde hij zichzelf vast, de kettingen waren ijzig kou tegen zijn huid, zorgde voor de huiveringen die het hele proces in gang zette eens de zon onder ging. Storm klapte dubbel toen de pijn door zijn lichaam schoot, toen alles hem dwong te transformeerde. Zijn schreeuw kon je niet horen, hij zat te diep in het bos maar het was alles behalve mooi.

De weerwolf was er in amper tien minuten maar het koste hem haast de hele nacht om los te geraken van de kettingen. Hij trok, beet, zette al zijn macht erop tot ze begaven en hij begon te rennen in het resterende uur dat hij nog had. De zon gluurde alweer van vantussen de bomen, nog exact vijftig minuten had hij alvorens zijn lichaam gedwongen zou terug transformeren. Hij rende in een rechte lijn naar het dorp. Hij had zijn slachtoffer al uren geleden uit gekozen, zonder dat zijn gastheer het door had. Lupos stopte aan de bosrand, nabij een oude verlaten parking en een even oude winkel. De deur ging met een belletje open, er stapte een man naar buiten gevolgd door een klein meisje. Lupos draafde van tussen de bomen uit, naar de parking. ‘Papa echt, hij noemde Storm. Wie noemt nu Storm?’ Hoorde Lupos haar opgewonden zeggen. ‘Lieverd, stap in de auto of we komen te laat.’ ‘Mag ik hem niet uitnodigend voor mij feestje?’ Vroeg ze opgewekt. Lupos kwam in zicht, hij draafde doelbewust rechtuit. ‘Lucy,’ ‘Kijk een wolf.’ Onderbrak ze haar vader. De man draaide zich om en spotte Lupos. ‘In de auto lieverd, snel.’ Ze begonnen te rennen naar de auto, het kind werd half door haar vader meegesleurd maar Lupos was sneller. Hij sprong naar de man die vol op het grind landde en bewusteloos bleef liggen alvorens hij zich naar het kind richtte. ‘Mama!’ Gilde het kind huilend. Lupos gromde en sprong naar haar keel …
robb stark

_________________

- The alpha among wolves, the fear among men -
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Storm Hall
avatar
Class 3
Aantal berichten : 1904

Character Profile
Alias: Lupos
Age: 21 jaar
Occupation:
BerichtOnderwerp: Re: They say bad things happen for a reason.   ma maa 28, 2016 11:40 am

Two days after

Hij zat diep in het bos, diep genoeg om niet te weten wat er in de wereld gebeurde, diep genoeg om even in de illusie te leven dat hij het gehaald had … dat er niemand was gestorven. Met een doffe zieke blik in zijn ogen staarde hij naar de kettingen waaraan hij zichzelf had vast gelegd twee nachten geleden. Zijn hoge hopen dat ze Lupos zouden tegen houden waren opgegaan in het niets, verpulverd zoals de kettingen waren verpulverd door de weerwolf. Hij gooide de ketting het bos in, het viel met een doffe klap tussen de bladeren en toen was het weer stil. Misschien moest hij hier maar blijven, diep in het bos, alleen met zijn gedachten, alleen met zijn kapotte lichaam. Maar wat als? Wat als hij alsnog iemand had vermoord? De kettingen hadden het begeven dus het kon haast niet anders. Het idee alleen maakte hem opnieuw misselijk. Kon hij het nog onder ogen komen? Dit was zijn derde volle maan geweest, was er misschien hoop dat het zou beteren naarmate er manen passeerden? Storm kwam zwak op zijn benen recht, hield zichzelf staande aan de stam van de boom waar hij al twee dagen had tegen gezeten. Twee dagen … en hij was nog altijd niet volledig hersteld. Toch nam hij zijn rugzak van de grond en begon te wandelen, terug naar de bewoonde wereld. Het dorp was niet groot geweest, als iedereen gewoon was binnen gebleven dan zou Lupos geen kans gehad hebben want het was iets dat de wolf instinctief niet deed … huizen betreden. De hele weg terug door het bos naar het dorp was moeizaam, Storm moest af en toe de tijd nemen om te rusten, om voedingsstoffen door zijn systeem te jagen. De sokken van Lucy hadden in ieder geval zijn dienst bewezen. Zijn altijd warme lichaam koelde enorm snel af de eerste uren na terug transformatie, dus ze waren echt van pas gekomen. Toen hij aan de rand van het dorp kwam was het overal stil. Storm bleef voor een tel staan en probeerde de geluiden op te vangen van rondom zich heen maar het was rustig. Dat was een goed teken, toch? Hij wandelde langs de lokale winkels maar ze waren allemaal gesloten, in zover het inslaan van een nieuwe voorraad. Het enige van waar hij stemmen hoorde was vanaf het kleine dorpsplein.

Storm had zich afgelopen weken kranig weten te weren maar dit, dit beeld brak alles in hem. Alle mensen stonden er samen, met een kaars en in een minuut stilte. Vooraan stond een priester, naast hem een schilderezel met een uitvergrote foto op … van Lucy. Hij moest zich vasthouden aan de muur om niet in elkaar te zakken. ‘Lucy zou volgende week tien jaar worden, helaas is ze veel te vroeg gestorven op deze wrede lugubere manier.’ Begon de priester voor alle dorp inwoners. Storm zakte naar beneden, bleef gehurkt zitten en staarde met de tranen in zijn ogen naar de foto van het meisje. Hij herinnerde zich nog ieder detail van haar, haar melodieuze stem, haar vrolijke blik en die enthousiaste kinderlijkheid. ‘Ze was zo trots geweest op haar verjaardag, op haar tiende verjaardag. Het hele dorp zou erbij geweest zijn. Helaas is dit feest één van de dingen die ze nooit heeft kunnen vieren.’ Ging de priester verder. Storm verborg zijn hoofd in zijn handen, ze bibberde, hij bibberde zo ongelofelijk hard. ‘De opbrengsten van de koekjesverkoop van de scouts gaan naar haar ouders. De lokale politiemannen proberen het dier op te sporen en zullen het afmaken.’ Van overal klonk een instemmend gemompel. ‘Alles goed?’ Storm sprong recht en keek met een misselijk betraande blik naar de vrouw. ‘Kende je haar goed?’ Vroeg ze somber. Storm staarde naar de foto en schudde zachtjes zijn hoofd. ‘Ik heb haar eens ontmoet en dit,’ hij kon zijn zin niet afmaken want alles in hem wilde het uitschreeuwen. Hij had Lucy vermoord, hij had dit onschuldige kind haar leven ontnomen. ‘dit is zwaar voor iedereen, we begrijpen het.’ Maakte de vrouw zijn zin af. Storm trok enkele geldbriefjes uit zijn portemonnee en overhandigde het aan de vrouw. ‘Bezorg dit haar ouders. Alstublieft.’ Smeekte hij zachtjes. De vrouw nam de briefjes aan en keek Storm bezorgd aan. ‘Gaat het echt wel met je? Wil je even zitten, iets drinken?’ Vroeg ze meteen zorgzaam. Storm kneep in zijn neusbrug, veegde de tranen weg en probeerde zich voor een seconde te herpakken. ‘Het gaat niet maar ik red me wel.’ Hij probeerde de glimlach, maar het was niets meer dan zacht opgetrokken mondhoeken en een waterige blik. De vrouw was niet overtuigd, toch gaf ze hem een kneepje in zijn schouder en wandelde weg. ‘Jullie zullen dat dier wel snel vinden.’ Prevelde hij haar achterna. Hij nam zijn rugzak en sloeg het over zijn schouder. Ja, ze zouden het dier wel snel vinden. Storm had al zoveel opgehoopt afgelopen maanden maar dit, de dood van Lucy was de druppel. Hij kon dit niet blijven doen, hij kon niet blijven leven op een wereld waar hij mensen vermoordde. Zo was hij niet, hij was niet egoïstisch, hebzuchtig en Lupos maakte hem alles wat hij niet wilde zijn. Dus nee, hij was liever niet op de wereld dan wel.

Storm deed twee dingen die hij nooit eerder in zijn leven had gedaan. Hij brak in bij de lokale apotheek en hij stal er verschillende soorten medicijnen en pijnstillers. Nooit in zijn leven had hij ook maar een moment gedacht aan iets als dit, zelfmoord en hier liep hij dan, met medicijnen genoeg om een olifant mee plat te krijgen. Hij wandelde naar het kleine hotel waar hij een kamer had gehuurd, er stond niemand achter de balie dus er was niets waar hij zich zorgen om moest maken. Hij sloot de deur achter zich en draaide het op slot, gooide zijn rugzak op het bed en trok er papier en een pen bij alvorens hij begon te schrijven;
Camille,

Ik had nooit gehoopt dat het zou eindigen op deze manier maar ik heb enkele verschrikkelijke dingen gedaan en ik kan er niet overheen. Ik kan niet met het idee leven dat ik zoveel levens nam en zelf gezond en wel rond loop. Het is niet mijn schuld maar ik maak het mijn schuld, ik ben verantwoordelijk voor al de dode gezichten in de krant en ik kan het niet meer. Dit is op een zekere manier vaarwel, je zult me niet meer zien of horen, weet enkel dat het beter is voor mij om compleet te verdwijnen na wat ik heb gedaan. Zeg Levi en mijn ouders dat ik van ze hou, zeg Ethan dat hij altijd mijn beste vriend zal blijven. En jij … ik hou van je Camille, met heel mijn hart.

Tot ziens, Storm


Hij schreef haar adres op de envelop en liet het tegen het nachtlampje rusten. Ergens in zijn lichaam begon alles tegen te werken, ergens in zijn lichaam zei een stemmetje dat hij dit niet mocht doen. Maar Storm was kapot, kapot van het verdriet, kapot van vermoeidheid en pijn. Hij kon niet meer, hij had het nooit gevoeld maar dit was echt, hij kon zo niet verder gaan. Hij nam de medicijnen uit zijn rugzak en drukte ze allemaal uit op het bed tot er een klein bergje aan verschillende soorten pillen lag. Hij staarde voor een moment lang door de kamer terwijl het besef van zijn acties tot hem door drong. De wereld zou een betere plaats zijn zonder Lupos en als Storm daar ook moest voor sterven dan was dat maar zo. Dus hij begon de medicatie in te slikken, één voor één tot de berg langzaam kleiner werd en hij zijn lichaam erop voelde reageren. Eerst werd alles wat traag, hij voelde zijn hart dramatisch snel kloppen, hij hoorde zijn hartslagmeter piepen, hij zag hoe alles begon te dansen, hoe zijn ademhaling begon te happeren. Uiteindelijk koste het hem alle moeite om wakker te blijven en de pillen te blijven slikken. Hij keek voor een moment naar de klok; 12:35u alvorens hij wegzakte in een zwarte wereld en zijn hart stopte met kloppen.

Toen zijn ogen weer langzaam open gleden was het licht dat door de kamer ging fel, hij kneep zijn ogen terug dicht en draaide zijn hoofd naar het nachtkastje, naar de wekker; 13.12u. Wat was er gebeurd? Zijn lichaam voelde moe aan maar normaal, zijn hart klopte een regelmatig ritme en zijn ademhaling ging rustig. Hij voelde geen zweet nog bibberingen. Toen hij recht kwam zitten voelde hij geen duizeligheid of misselijkheid. Zijn blik ging naar de laatste medicijnen op het bed en de waarheid kwam als een baksteen neer. Hij kon niet sterven … Toen hij naar de spiegel keek zag hij de vage rode rand rond zijn pupillen, de kleur die Lupos vertegenwoordigde. Hij had net een einde aan zijn leven proberen maken en de weerwolf had hem niet laten sterven. Dat stomme beest wilde niet dood en Storm had geen idee wat erger was. Het idee dat hij niet meer kon sterven of het feit dat hij hier weer zat met alle pijn en het verdriet…
robb stark

_________________

- The alpha among wolves, the fear among men -
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Storm Hall
avatar
Class 3
Aantal berichten : 1904

Character Profile
Alias: Lupos
Age: 21 jaar
Occupation:
BerichtOnderwerp: Re: They say bad things happen for a reason.   di maa 29, 2016 7:00 pm

1 week after

Parijs … wauw Parijs was goddelijk. Storm was in zijn hele leven nog nooit uit Londen weg geweest en dit was duidelijk eigenlijk de eerste grote stad die hij bezocht sinds hij was vertrokken op Londen. Hij keek naar boven, kneep zijn ogen dicht tegen het zonlicht terwijl hij vol bewondering naar de Eifeltoren staarde. Parijs had alles wat Londen ook had, de drukte, het leven en dan te zwijgen over die Franse meiden hier. Hij werd een beetje heen en weer geduwd door de drukte van het plein voor de Eifeltoren maar het deerde hem niet. In tegendeel, het gevoel was zo vertrouwd, het snelle stappen om niet heen en weer geslingerd te worden voelde zo vertrouwd aan. Als hij zijn ogen sloot dan kon hij zich zo inbeelden dat hij terug in Londen was. Het enige verschil was dat hij rondom zich frans hoorde en gelukkig voor hem kende hij ook een knap staaltje frans. Hij was eerder naar een toeristisch centrum geweest en had er een kaart gekregen met de beste hotels. Want ja … Storm was het volkomen kwijt. De volle maan van een week geleden had hem mentaal helemaal gekraakt. Als je naar hem keek zou je het niet zeggen, hij was frisgewassen, geschoren, had de beste kleren aan en liep met die charmante grijns op zijn lippen over het plein. Maar vanbinnen … het was er zwart, overwelmd door de heersende klauwen van zijn weerwolf. Hij had Parijs gekozen omdat hij wilde leven, en leven zouden ze doen.

Er was niets beter blijkbaar dan een Brit die frans kon, er goed uit zag en nog eens charmant was ook. In no time had Storm vijf meiden rondom zich zitten bij een blijkbaar bekende club. Hij was aangeschoten en het kon hem geen zier schelen hoe deze avond zou aflopen. ‘Vertel ons meer.’ Giechelde één van de meisjes opgewonden. Storm haalde zijn arm weg van om de schouder van de ene en boog naar voor om zijn shotglas nogmaals leeg te drinken. Hij sloot zijn ogen kort en schudde zijn hoofd terwijl het straffe spul naar beneden gleed door zijn keel. ‘Oké.’ Hij ging terug beter zitten en richtte zich weer vol aandacht op zijn aanbidders. ‘Er was eens één nacht dat ik met vrienden het bos in trok. We hadden wel wat gedronken en het was een volle maan,’ automatisch begon een tweetal van de aangeschoten dames te huilen waardoor hij moest lachen. ‘er was een wolf, een grote, rode ogen en een zwarte vacht. Het keek me recht aan voor het me beet in de arm, ik overleefde het.’ ‘En je vrienden?’ Vroeg één van hen meteen geschrokken. ‘Drie van hen haalden het niet. Het was alsof die wolf me wilde laten weten, snap je?’ Zijn blik gleed terug naar de andere dames. ‘Dit verzin je.’ Lachte één van hen. Storm goot zijn shotglas opnieuw vol en grijns breed. ‘Geen idee.’ Zei hij onheilspellend. Al zijn avontuurlijke verhaaltjes maakten indruk op de dames. ‘Moet je dan geen litteken hebben?’ Vroeg één van hen. ‘Er is maar één manier om daar achter te komen.’ Hij haalde zijn wenkbrauwen te komen. ‘We verplaatsen dit feestje naar je hotelkamer.’ ‘Geweldig idee.’ Stemde Storm meteen in. Ze kwamen allemaal recht, Storm moest zich vasthouden aan een stoel om niet meteen tegen de grond te gaan vanwege evenwichtsproblemen. Hij nam de fles mee van tafel en met zijn zessen verlieten ze de club. ‘Twee straten verder!’ Wees Storm richting zijn hotel. ‘We snijden af via het park.’ Knikte eentje van hem meteen. ‘Goed plan, Stefanie, nee wacht, Bethany, nee,’ Storm zweeg en concentreerde zich op haar naam. ‘Odette.’ Ze applaudisseerden allemaal omdat hij het correct had. Dit was een deel van Storm die ze zelf in Londen niet zouden herkennen maar het dronken zijn, het gezelschap, het nam zijn gedachten weg van het negenjarige meisje die een week geleden zo graag haar tiende verjaardag wilde vieren. Die Storm warme sokken gaf voor op zijn zogezegde campingtrip. Die stierf omdat Lupos haar geur had opgepikt. Bij het park drukte hij één van de dames tegen een boom, kuste haar, passievol, gedreven en hongerig. Zijn bewustzijn dreef weg toen hij haar harder tegen de boom duwde. ‘Hall.’ Giechelde het meisje nerveus. Storm opende zijn ogen voor haar, de dieprode kleur deed haar bijna gillen maar hij legde zijn hand waarschuwend over haar mond. Nadat zijn handen langs haar lichaam naar beneden waren gegleden transformeerde hij, snel, genadeloos en vol met adrenaline.

Hij werd wakker op zijn hotelkamer en hij had geen flauw idee hoe hij er was gekomen. Weerwolven konden geen deuren open krijgen en ook niet de lift nemen. Maar misschien was het alcoholprobleem te wijten geweest aan de black out. Zijn hoofd deed zoveel pijn dat hij zich met een luide kreun uit het bed kreeg. Het slechtste idee van die morgen was om de gordijnen open te trekken. Om twee redenen, het felle licht als eerst. Hij kneep zijn ogen dicht en legde zijn hand voor zijn ogen. De tweede reden … toen hij het licht gewend was staarde hij over de huizen naar het park. Alles was afgespannen met politielicht, er waren zwaailichten en er liepen enorm veel mensen heen en weer. Storm fronste zijn wenkbrauwen en trok het gordijn weer dicht. Hij nam een lange douche, ontbeet alvorens hij er weer op uit trok om de hele routine van de dag ervoor te herhalen. Toen hij bij het park kwam bleef hij even in de mensenmassa staan. Zijn blik gleed naar de toeschouwers, sommige huilend ander verbouwereerd. Storm zag niets buiten een hoop politiemensen en ambulances. Zijn gehoor pikte een reporter op, hij draaide zich half en keek naar de man die zich klaar maakte voor een live uitzending. ‘We staan hier aan het park nabij de Eiffeltoren. Vannacht zijn hier vijf meisje om het leven gekomen door wat lijkt op een groot wild dier. De lijkschouwer zegt dat het zou gaan om een volwassen mannelijke wolf maar iedereen stelt zich er vragen bij hoe dit dier hier geraakt zou kunnen zijn. Het onderzoek is gestart, er wordt volop gezocht naar een jongeman die de club verliet met de vijf meisjes en misschien meer licht op de zaak kan werpen.’ Storm bleef niet langer staan dan nodig. Hij draaide zich om en trok de kap van zijn hoodie over zijn hoofd. ‘Je zou discreter moeten zijn Lupos, dan konden we op zen minst nog even blijven.’ Prevelde hij tegen zichzelf terwijl hij een sigaret boven haalde en aanstak. Maar het deed hem niets, hij was … leeg.

Terug op zijn kamer begon hij in te pakken tot het moment dat het ondragelijk werd, tot het moment dat Lupos al de alcohol en pijn uit zijn lichaam nam en nam besef boven water kwam. Tot alles weer tot hem doordrong. En dan zakte hij neer tegen de muur, huilde en greep opnieuw naar een fles drank. Het enige beetje troost die hij had was altijd opnieuw de fles … als hij maar net genoeg dronk zodat hij dronken werd en hij alles vergat, zodat hij zijn overlevingsinstinct aan Lupos gaf en die alle beslissingen voor hem nam. Het was beter zo, Storm wilde zich niet meer bewust zijn van de wereld en daarom was het beter om Lupos te laten beslissen. Alles was beter, hij voelde niet het verdriet om de vijf meisje … hij voelde gewoon niets … zolang hij maar iets had dat hem kon afleiden en in dit geval was dat de drank en het feit dat Lupos het van hem over nam als hij het niet meer wist. Dertien doden ... dertien mensen waarvan hij het leven ontnam, dertien mensen die hij iedere avond moest zien weg te drinken en het enige waar hij kon aan denken was dat ene meisje, het meisje dat tien jaar zou worden ...
robb stark

_________________

- The alpha among wolves, the fear among men -
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Storm Hall
avatar
Class 3
Aantal berichten : 1904

Character Profile
Alias: Lupos
Age: 21 jaar
Occupation:
BerichtOnderwerp: Re: They say bad things happen for a reason.   zo apr 03, 2016 2:15 pm

Three moons, two weeks

Het lukte hem maar amper om de fles in één vlotte beweging op het tafeltje te duwen. Zo was het nu al dagen … lange dagen waarin hij zichzelf op zijn hotelkamer op sloot. Zijn kleren zaten gekreukt rond zijn lichaam, zijn haar stond rechtop en in de war, hij had zich niet meer geschoren of gedoucht sinds de dag dat die vijf meisjes om het leven kwamen. Het enige positieve was dat hij binnen bleef, hij ging niet opnieuw naar buiten. Het enigste waarom hij uit zijn hotelkamer kwam was voor naar de winkel op de hoek te lopen en nieuwe flessen drank in te slaan … zodat hij weer een beetje verder kon. Hij zat op de grond, met zijn rug tegen het bed en staarde naar de televisie op de kast. Zijn ogen waren rood doorlopend van de weinige slaap en hij zag bleek. Hij at amper waardoor zijn gezicht een stukje meer ingevallen was. Maar het deed hem niets, vanbinnen voelde hij zich nog altijd leeg en alleen. Alleen met dat monster binnen in hem, het monster dat hem aanzette tot de dingen die hij deed. Op het nieuws was er nog altijd vraag naar wat er de vijf meisjes was overkomen, ze waren op zoek naar een wolf en ze waren op zoek naar Storm. Hij was de laatste die de vijf meisjes had gezien, hij was de laatste die ze levend gezien hadden. Eigenlijk zou hij al lang uit Parijs moeten weg zijn, maar hij kreeg zijn lichaam zover niet. De gebrokenheid was allesoverheersend en momenteel was het goed met enkel de alcohol en de eenzaamheid. Zijn kin zakte een keer tegen zijn borst, hij schrok terug wakker en keek terug naar de televisie waar ze net de foto’s vrijgaven van de vijf meisjes. Storm liet zijn blik naar de telefoon gaan, hij stootte de fles drank om toen hij probeerde recht te staan en tegen de tafel aan viel. ‘Shit.’ Hij greep naar de fles maar tegen de tijd dat hij ze te pakken had was half de inhoud al in het tapijt gedrongen. Dus hij liet het voor wat het was. Hij strompelde naar de telefoon, vond wat houvast aan de muur en stak de hoorn tussen zijn oor en schouder in. Hij drukte blindelings het nummer in en zakte dan opnieuw tegen de muur in elkaar. ‘Camille Troy.’ Begroette een beleefde stem van aan de andere kant van de lijn. Storm kneep zijn ogen dicht, probeerde zichzelf te vermannen. ‘Hallo? Is daar iemand?’ Vroeg ze nog steeds beleefd. De tranen gleden terug over zijn wangen, hij haalde diep adem en luisterde enkel naar de ademhaling aan de andere kant van de lijn. ‘Storm?’ Vroeg ze voorzichtig. Hij had het kunnen weten dat ze het door zou hebben, ze had nog teveel hoop op zijn terugkeer. En dat deed hem meer goed dan dat het hem verwoestte. ‘Storm, als jij dat bent, alstublieft zeg iets.’ Ze smeekte het hem haast. Hij schudde zachtjes zijn hoofd, zijn hand bibberde om de hoorn heen terwijl hij zichzelf onder controle probeerde te houden. ‘Ik weet niet wat er met je aan de hand is maar weet,’ ze zweeg voor een seconde. Hij hoorde haar slikken, haar emoties binnen houden. ‘Weet dat ik er altijd voor je ben. Kom alstublieft naar huis, we missen je. Ik heb je nodig. Storm?’ Storm hief de hoorn op, klaar om hem terug te plaatsen op het toestel maar het lukte hem niet. ‘Je bent sterker dan dat, je vlucht nooit voor je proberen. Wat het ook is, je kunt het overwinnen, onthou dat.’ Ze wilde nog zoveel meer zeggen maar Storm legde de hoorn terug. Hij bleef daar zitten tegen de muur, huilend, verwoest tot de slaap hem uiteindelijk te pakken kreeg.

Camille had niet veel gezegd maar wat ze had gezegd had hem wel een beetje hoop gegeven. Na een hele dag tegen de muur te hebben geslapen voelde zijn lichaam een beetje stijf. De alcohol was in no time verwerkt door Lupos en ook de verschrikkelijke hangover die er technisch gezien op zou moeten volgen was weg. Hij was net terug in verse kleren geschoten toen er geklopt werd op de deur. En toen hij die deur open trok stonden er politieagenten. ‘Jongeheer Langer?’ Vroeg de ene hem vriendelijk. ‘Dat ben ik.’ Er was een reden waarom hij zichzelf geen Storm Hall noemde, en dit was het. ‘Mogen we even binnen komen?’ Vroegen ze hem. Storm knikte en liet ze binnen. Hij sloot de deur achter de twee agenten en keek kort naar de flessen drank op de tafel. De ene wandelde rustig rond terwijl de ander hem onderzoekend op nam. ‘Je wordt al enkele dagen gezocht.’ Begon de langste van de twee formeel. ‘Ik weet het.’ Prevelde Storm terwijl hij langzaam op één van de stoelen neer zakte. ‘Waarom ben je dat niet tot het politiekantoor gekomen?’ Vroeg de andere. Storm keek hem kort aan, hij staarde naar de flessen drank. ‘Weet je,’ hij zweeg, probeerde zijn Britse accent zo verborgen mogelijk te houden. Gelukkig voelde hij zich genoeg beroerd om het uit te stralen. ‘Als ik gewoon vijf minuten langer bij hen was gebleven, dan zouden ze misschien nog geleefd hebben. Dan zou ik misschien iets kunnen doen hebben. Als we gewoon vijf minuten langer in die club waren gebleven,’ hij zweeg en schudde zachtjes zijn hoofd. ‘Dus je was niet bij hen als ze werden aangevallen?’ Vroeg de man geconcentreerd. ‘Nee. Ze hadden voorgesteld om het feestje naar mijn kamer te verhuizen maar gaandeweg dacht ik,’ hij zweeg en haalde diep adem. ‘ik ben op doorreis, ik misbruik geen meisjes gewoon omdat ze gedronken hebben. Dus nee, ik heb het afgewezen.’ ‘Het lijkt erop dat je wel een feestje op jezelf hebt gehouden?’ Zei de andere kritisch. Storm keek hem aan alvorens zijn blik terug naar de agent ging die voor hem zat. ‘Vijf meisjes, hoe zou jij je voelen als er vijf meisjes sterven vlak nadat je ze verlaat?’ Vroeg hij een tikkeltje harder aan de jongste agent die bij het raam stond. ‘Ze waren dronken, waarom heb je ze niet naar huis begeleid?’ Vroeg hij meteen. Storm wreef zijn handen door zijn nog natte haar, masseerde zijn voorhoofd met de palm van zijn hand. ‘Ze zouden allemaal samen een taxi nemen. En ze waren niet allemaal dronken, er was minstens één nuchter genoeg om hen te begeleiden.’ Antwoordde hij nauwkeurig. Moesten ze hem nu aan een leugendetector leggen dan zou het scherm vol staan van de leugens. ‘Goed.’ De man voor hem klapte zijn notitieboekje dicht. ‘Van waar kom je meneer Langer?’ Vroeg hij nieuwsgierig. ‘Engeland, ik ben op weg naar Duitsland, studieproject van school.’ Hij wilde nog meer informatie geven maar de politieagent maande hij zachtjes tot stilstand. ‘We geloven je.’ Glimlachte hij. Storm keek naar de andere agent, die leek het iets minder geloofwaardig te vinden. ‘Hebben jullie al iets gevonden van de wolf?’ Vroeg Storm toen ze alle drie weer aan de deur stonden. ‘Nee, we weten dat hij al andere dorpen in de omgeving heeft aangevallen maar tot zover geen echte aanknooppunten.’ Gaf de man hem eerlijk te feiten. Storm knikte en trok de deur voor hen open. ‘Mocht je nog iets te binnen vallen dan kun je ons bellen.’ Zei de jongste van de twee terwijl hij Storm een kaartje gaf. ‘Heb nog een veilige reis en verblijf hier in Parijs.’ Knikte de ander. Storm keek ze na door de gang en sloot dan de deur achter zich. Hij staarde naar het kaartje en verfrommelde het in de vuilbak. Hij bleef voor een tel bij het raam staan, keek naar de politieagenten die in discussie waren aan de auto alvorens ze instapten en wegreden. Storm draaide zich om en begon al zijn spullen op het bed te gooien. Hij moest hier weg alvorens ze begonnen denken aan mutanten en dan hadden ze hem meteen in de gaten. Hij nam de nog gesloten fles drank, wilde het in zijn rugzak steken maar bevroor in die beweging. Hij keek ernaar en zette het uiteindelijk terug op de kast. Nee, hij moest zichzelf terug samen krijgen als hij dit wilde overleven buiten een cel voor de rest van zijn leven. Zijn geld was zo goed als op, zijn kleren konden wel wat vernieuwing gebruiken en zijn schoenen waren zo versleten dat zijn tenen er haast door zouden komen. Hij nam de foto van Lucy van zijn nachtkastje, een foto die hij had meegekregen kort na de kleine ceremonie op het plein. Hij staarde naar haar glimlach en glimlachte zelf zachtjes voor hij haar veilig op borg in het zijzakje van zijn rugzak. Oke, tijd voor plan D …
robb stark

_________________

- The alpha among wolves, the fear among men -
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud
BerichtOnderwerp: Re: They say bad things happen for a reason.   

Terug naar boven Ga naar beneden
 
They say bad things happen for a reason.
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 2 van 2Ga naar pagina : Vorige  1, 2
 Soortgelijke onderwerpen
-
» [AC] They say bad things happen for a reason. [Damian]
» I need some help with things... &Lorise
» There are some things you can only learn in a storm (&Nadya)

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Prophecy Of Fate :: Time Travel :: In The Past-
Ga naar: