INDEX GUIDE RULES GROUPS MEMBERS

Deel | 
 

 time's up.

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Jamie Nicholls
avatar
Aantal berichten : 1148

Mutant Profile
Alias: Solaris
Occupation:
Mutation: Solar Flare
BerichtOnderwerp: time's up.   wo dec 16, 2015 9:23 pm

time's up.

Hij had nooit gedacht dat hij hier ooit nog zou komen, maar toen hij eenmaal een stap in de gigantische bibliotheek had gezet, voelde het alsof hij thuiskwam. De bibliotheek van Oxford. Enkele studenten draaiden zich naar hem om, benieuwd naar degene die hen tijdens het studeren kwam storen. De meesten keken weer weg, terug naar hun studieboek, maar enkelen bleven een paar seconden kijken met een blik van herkenning in hun ogen. Zou het…?

Sinds Jamie die drie gewraakte woorden – Mutant and Proud – tijdens een open dag op de universiteit had uitgesproken en het aanbod van Jean had aangenomen om op Genosha Island te gaan werken, had hij geen enkele stap meer in het universiteitsgebouw durven te zetten. De universiteit mocht zich gelukkig prijzen dat het ten strengste verboden was om foto’s of camera-opnames te maken tijdens het introductiecollege dat hij gegeven had – er was niks uitgelekt. Geen beelden, geen enkel woord over wat hij gesproken had, geen enkele vermelding over zijn plotselinge verdwijning uit de collegezaal met een roodharige vrouw die bekend stond als de stem van alle mutanten ter wereld… Niets. En zo werd de hele situatie in de doofpot gestopt en werd er geen enkel woord nog over gerept. Natuurlijk waren er geruchten over zijn plotselinge verdwijning op de universiteit, dat had hij gehoord van vroegere collega’s die hem nog goed gezind waren, maar al die roddels werden afgedaan met de verklaring dat hij een goede baanmogelijkheid gekregen had op een Amerikaanse universiteit en met de noorderzon was vertrokken. In de dagen dat hij nog in zijn appartement in Londen was om zijn spullen te pakken voor zijn definitieve vertrek naar het eiland, had hij nog een brief voor een ‘eervol ontslag’ van de universiteit gekregen – wat die cryptische term precies mocht betekenen wist hij ook niet. Waarschijnlijk een ontslag waarmee zowel hij en zijn onderzoeken ‘gespaard’ zouden blijven. Geen hardnekkige roddels die hem zouden achtervolgen, geen vervolgonderzoeken van andere professoren waardoor zijn scriptie compleet om zeep zou worden geholpen, geen ‘toevallige’ vondsten van plagiaat in zijn essays die hem al zijn universitaire titels zouden afpakken… Dat beviel Jamie wel, en precies om die reden had hij het contract (want in feite was het niets meer dan dat) getekend en was hij akkoord gegaan met de voorwaardes die de universiteit hem stelde.

Maar nu was hij terug op de plaats die zoveel jaar lang bijna zijn thuis was geweest. Of het een slimme zet was om hier opeens weer te verschijnen, wist hij niet, maar hij had documenten nodig. Speciale documenten, die op geen enkele andere plaats te vinden waren.
Het was een feit dat er een oorlog aan de gang was. Mutant versus de mens, overheid tegen de burgers, hoe je het ook wilde noemen. Ze hadden het wereldnieuws op Genosha op de voet gevolgd. Persconferenties waren aan de orde van de dag, Jean vloog elke week wel een keer op en neer naar New York om daar voor het oog van de wereld hun plannen voor de school en het eiland te vertellen… Elke stap die ze zetten werd gevolgd, hun privélevens werden uitgeplozen in roddelbladen en programma’s… Zelfs de douanebeambte op Heathrow had hem met een alwetende glimlach op zijn lippen aangekeken toen hij de paspoortcontrole op het vliegveld gepasseerd was.

Het was een stille oorlog, een oorlog die tot nu toe werd uitgevochten via moderne technologie en eindeloze discussies van beide kanten – niet met wapens. Nóg niet.
En daarom had hij iets van bewijzen nodig om hun punt te ondersteunen – bewijs dat mutanten niet ‘een gevaar voor de wereld’ waren, zoals Amerikaans onderzoek bijna een half jaar geleden had durven te bewijzen. Onderzoeken, essays, rapporten, kopieën van overheidsdocumenten, ooggetuigenverslagen van gebeurtenissen… Incidenten die de geschiedenisboeken in waren gegaan, incidenten die maar iets konden bewijzen van de onschuld van mutanten wereldwijd, onderzoekers die net zoals hemzelf mutanten waren... Papieren die met feiten, in hapklare brokken, konden uitleggen dat  er geen enkel gevaar bestond om mutanten op een eiland samen te houden. Onderzoeken die vooraf waren gegaan aan de stichting van Genosha Island, iets waar ook de Verenigde Staten mee in hadden gestemd. Als toespraken en speeches het de overheid niet duidelijk kon maken, dan zouden ze het maar op deze manier moeten proberen.
Natuurlijk waren zulke officiële documenten niet zomaar voor iedereen te bezichtigen – ze lagen in het archief van de bibliotheek, veilig opgeborgen en beschermd voor alle gevaren die nieuwsgierige onderzoekers en studenten maar met zich mee konden brengen.

‘Meneer Nicholls, lang geleden dat ik u nog hier heb gezien.’ De bibliothecaresse keek hem met een glimlach aan toen hij zich aan de balie van de bibliotheek gemeld had.
‘Ach ja, de Verenigde Staten zijn toch nog een lange vliegreis van Oxford vandaan,’ had Jamie geantwoord. ‘Maar ja, het onderzoek roept, en waar kan ik dat beter doen dan hier?’
‘De Verenigde Staten!’ Er verscheen een verbaasde uitdrukking op het gezicht van de vrouw, die Jamie met een glimlach beantwoordde. Het leek hem niet dat de oudere vrouw bijbedoelingen achter zijn plotselinge bezoek aan de universiteit zocht, vooral omdat ze blijkbaar van geen enkel gerucht had gehoord – zowel niet van zijn vertrek naar Amerika als zijn rol in de dreigende mutantenoorlog, die breed op de televisie uitgemeten was.
‘Ik neem aan dat u nog weet hoe een bezoek aan het archief gaat, nietwaar?’
‘Natuurlijk, natuurlijk.’ Jamie leverde zijn jas en tas (‘zodat je niks in je jas kan meenemen en ermee kan weglopen’, had de vrouw hem toegelachen) in bij de balie en kreeg er in ruil een klein pasje voor terug waarmee hij toegang tot het archief zou krijgen. Jamie mompelde even een bedankwoord, wist zelfs nog een glimlachje op zijn gezicht te toveren en liep de steile spiraaltrap af naar beneden, het archief in.

Het eerste wat hem opviel aan de ruimte was de geur van oude boeken en perkament die in de gigantische zaal hing als een soort aura – het rook nog precies hetzelfde als vroeger. Exact het gevoel dat hij gehad had toen hij de bibliotheek binnenstapte overviel hem: het leek alsof hij hier nooit weggeweest was. Jamie had al die tijd niet uit weten te vogelen of hij het nu miste, het lesgeven op de universiteit, maar hij wist het simpelweg niet. Waarschijnlijk wel, ergens, concludeerde hij, maar hij kon niet zonder Genosha, zonder Jean, zonder Kate. Het was altijd fijner om op een plaats te zijn waar je volledig geaccepteerd werd. En zijn vroegere baan op de universiteit was met gretige handen aangenomen door een oudere professor, zo was hem verteld.
Jamie schudde zijn hoofd. Hij moest niet aan het verleden denken, maar aan nu, het heden – al was dat nogal moeilijk nu hij zich tussen eeuwenoude boeken bevond.
Hij las de kleine briefjes die op de massieve boekenkasten geplakt waren en besloot om maar meteen naar de afdeling van de geschiedkundige en staatskundige documenten te gaan, helemaal achter in de zaal. Hij trok zijn mondhoeken op – vroeger was hij waarschijnlijk in een rechte lijn naar de afdeling voor literatuur en documenten over biologie gelopen, op zoek naar boeken van Darwin en Humboldt.
Geschiedenis, geschiedenis… Hier was het. Willekeurig pakte Jamie een map en begon er voorzichtig in te bladeren, nu het boekwerk bijna van ellende en ouderdom uit elkaar viel. Rapporten van de overheid, die na de wettelijke periode van vijftig jaar voor het publiek werden vrijgegeven. Hmm, het leek niet veel interessants… Hij wilde het boek bijna terugzetten toen zijn oog op een enkele zin viel, verstopt tussen enkele tabellen en rijen met getallen.

Geen incidenten meer met andere Afwijkenden sinds de algehele parlementaire controle vier weken geleden.

Afwijkenden? Van deze term had hij nog nooit gehoord. Het leek als een soort codenaam voor mutant – mensen die in zekere zin afweken van de normale orde. Jamie bekeek het boek opnieuw, wreef voorzichtig met zijn vingers over de bladzijde van het boek, maar het leek alsof de tabel die oorspronkelijk bij deze zin hoorde uitgewist was, of dat er een bladzijde was uitgescheurd, alsof iemand niet wilde dat hij dit zou ontdekken.
Jamie was zo diep in gedachten over het boek dat hij in zijn handen hield dat hij niet eens opmerkte dat er een man enkele meters voor hem stond.
‘Jamie Nicholls?’ Zijn Amerikaanse accent was duidelijk te horen.
Hij keek op van het boek. ‘Ja?’ zei hij, iets verbaasd, maar voordat hij de onbekende man voor hem nog beter kon bestuderen, kwam er een gigantische vuurbal op hem af, die hem maar op een haar na miste maar de boekenkast achter de twee mannen vol raakte en onmiddellijk vlam vatte. Het luide geluid van een brandmelder vulde de ruimte.
Wat was dit? Geschrokken sprong Jamie van de kast vandaan en hield zijn handen, die meteen oplichtten, beschermend voor hem.
‘Wat wil je?’ Het leek de enige logische vraag die hij kon stellen in deze situatie.
Hij kreeg geen antwoord - natuurlijk niet. In plaats daarvan werden er opnieuw een stel vlammen op hem afgevuurd. Zo snel als hij kon vormde Jamie een soort lichtschild waarop de vlammen afketsten, maar hij voelde de hitte van de vlammen bijna door het schild heen – deze man kon niet zomaar ‘simpel’ vuur manipuleren, dit was iets heel anders.
Jamie was verzwakt – door de jetlag, door het feit dat er amper zonlicht was door de winter – en het leek alsof de man daar handig op in wist te spelen. In de enkele seconden die Jamie gebruikt had om zijn aanvallen af te weren, was hij steeds dichterbij gekomen, zodat ze nu bijna oog in oog stonden. Haastig vormde Jamie zijn schild om naar hittestralen, die hij naar de man vuurde. Raak. Het leek zijn aanvaller iets te verzwakken, maar niet veel. Niet genoeg om hem lang af te kunnen leiden.
Hij zette opnieuw de aanval in. Vlammen sisten en vlogen langs hem heen, mistten op enkele millimeters na, maar Jamie vormde opnieuw een schild – meer kon hij op dit moment niet. Zijn energieniveau was te laag om face to face met hem de aanval aan te gaan zoals hij normaal gesproken zou doen; hij zou verliezen, geen twijfel over mogelijk.
Bij elke rake inslag van de vlammen die de man afvuurde voelde Jamie hoe zijn schild langzaam maar zeker steeds meer uit elkaar spatte en de zonnevonkjes spatten uit het schild omhoog als sterren – de hitte kwam steeds en steeds meer dichterbij.

En toen gebeurde het.

Eén rake vlam precies op het midden van het zwaar verzwakte schild was voldoende om het in het niets te laten verdwijnen. Voordat Jamie ook maar iets van een tegenaanval kon uitvoeren, greep de man hem met beide handen bij zijn linkerarm. Jamie schreeuwde het uit van de pijn toen hij de huid van zijn arm langzaam voelde verschroeien en zakte op zijn knieën in elkaar – hij kon tegen hitte door zijn mutatie, maar dit was iets demonisch, iets dat hij niet in woorden kon vatten. Hij probeerde nog naar de man uit te halen met zijn rechterarm, maar het mocht niet baten. De enkele vonken die nog uit zijn handen verschenen sloegen simpelweg stuk op de huid van de man, alsof het kleine regendruppels waren. Hij was verloren.

Met een triomfantelijke grijns liet de man zijn arm los, waardoor Jamie bijna op de grond viel – zijn werk hier was gedaan, en zo plotseling als hij was verschenen vertrok hij opnieuw uit de ruimte. Rillend en bevend greep Jamie naar zijn bovenarm, maar het enige dat hij voelde was zijn verbrande huid. Wat was er zojuist gebeurd? Hij kon niet meer nadenken, zijn gedachten schoten als razenden door zijn hoofd en werden alsmaar onderdrukt door de afschuwelijke pijn die hij voelde. Wat moest hij doen?
Met zijn nog goede rechterhand griste hij naar zijn broekzak, waar hij zijn mobieltje uit viste – gehavend en gebarsten door het gevecht, maar hij leek het nog te doen. Meteen koos hij het eerste nummer in zijn contactenlijst – Jean. Jamie legde zijn mobiel op zijn schouder en klemde het daar vast door zijn oor tegen zijn schouder te leggen, terwijl hij met zijn vrije hand zijn linkerarm ondersteunde. Het leek uren te duren voordat zijn mobiele telefoon ook maar overging, en de pijn in zijn arm leek met de seconde te verslechteren.
‘Dit nummer is momenteel in gesprek. Spreek een bericht in na-‘
Het kleine sprankje hoop dat hij nog had gehad vervloog als sneeuw voor de zon. Bezet, of was de verbinding misschien te slecht om connectie te maken? Hij sloot zijn ogen en wachtte op het deuntje dat aangaf dat hij iets in mocht spreken.
‘Jean. Schrik alsjeblieft niet,  maar ik ben in Oxford en ik ben… Aangevallen. Door wie of wat weet ik niet, maar-‘ – hij stopte enkele seconden met praten zodat hij zijn sidderende adem weer onder controle kon krijgen, hopend dat hij niet zou verraden dat er echt iets goed mis was – ‘let goed op, oké? Ik kom zo snel mogelijk terug naar het eiland.’
Voorzichtig verschoof hij zijn rechterarm weer naar zijn mobiel en drukte het gesprek uit.

Hij moest weg hier. En snel ook.

_________________
Afwezig voor onbepaalde tijd.
he was s u n l i g h t
but when the night came


he burned out
that's why she was his s t a r s

♥:
 
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://prophecy.clicboard.com/
 
time's up.
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Prophecy Of Fate :: Ruins of Genosha :: Government Property :: Government Property-
Ga naar: